Oasis (2002)

Regie: Lee Chang-dong | 132 minuten | drama, romantiek | Acteurs: Kyung-gu Sol, So-ri Moon, Nae-sang Ahn, Seung-wan Ryoo, Kwi-Jung Chu, Jin-gu Kim, Byung-ho Son, Ga-hyun Yun, Myeong-shin Park, Kyung-geun Park

Na het zien van ‘Oasis’ schijnt een journalist te hebben opgemerkt dat het onverantwoord was om een spastische vrouw in de film te laten acteren. Hoewel deze observatie enigszins verwonderlijk is gezien het feit dat regisseur Chang Dong Lee middels droomscènes expliciet laat zien dat de actrice niet echt gehandicapt is, toont het goed de effectiviteit aan van de vertolking. Door deze overtuigingskracht kan de kijker zich echt de getoonde situaties voorstellen en gaan geven om het lot van de personages. Want natuurlijk helpt het enorm als de kijker de indruk krijgt naar een echte persoon te kijken in plaats van een acteur of actrice met wat ingestudeerde maniertjes; net zoals bij ‘What’s Eating Gilbert Grape’, toen vele kijkers dachten dat Leonardo di Caprio echt een verstandelijke handicap had. Grote complimenten dus voor So-ri Moon, die voor een groot deel het succes van de film bepaalt.

Hoe knap de vertolking van deze actrice echter ook is, het acteerwerk van haar mannelijke tegenspeelster, Kyung-gu Sol, is misschien nog wel bewonderenswaardiger. De hersenafwijking van zijn personage is namelijk minder ernstig, en hij moet nog enigszins aanspreekbaar blijven voor zijn omgeving en toegankelijk voor de toeschouwer. Dit laatste wordt nog eens bemoeilijkt door bepaalde moreel ambigue handelingen, die het lastig maken om sympathie te ontwikkelen voor dit personage. Zo heeft hij een crimineel verleden en vergrijpt hij zich aan Gong-ju bij hun tweede ontmoeting. Maar niet alles is even makkelijk in hokjes te plaatsen.

Natuurlijk is verkrachting – of de poging hiertoe – niet goed te praten, maar de omgangsvormen en omstandigheden van de betrokkenen zijn allesbehalve traditioneel. Om te beginnen is het moeilijk voor haar om zich goed uit te drukken en voor hem om adequaat contact te leggen. Een relatie opbouwen met een goed gesprek of subtiel geflirt zit er al niet in. Ook heeft het meisje door haar aandoening en verschijning nog nooit seksueel contact gehad, waardoor de aanrakingen van Jong-du (Sol) zowel eng als “interessant” zijn. En aangezien Jong-du haar ook nog “mooi” heeft genoemd, is het niet ondenkbaar dat ze zich toch zeker wel gevleid voelt door deze aandacht. Verder is Jong-du geen in en inslechte bad guy zonder scrupules. Hij heeft wel degelijk spijt en gedraagt zich na zijn wandaad dan ook nederig ten opzichte van haar. Hij stuurt haar een bos bloemen, zij zoekt toenadering, en er begint zowaar iets moois op te bloeien. En langzamerhand begint Jong-du het vertrouwen van de kijker terug te winnen.

Deze complexe relatie, die steeds aandoenlijker wordt en echt blijk geeft van wederzijdse liefde, is wat ‘Oasis’ zo uniek en interessant maakt.  Er gaat zich ook een boeiend contrast aftekenen tussen enerzijds Jong-du, die steeds empathischer wordt jegens Gong-ju en laat zien een goed hart te hebben, en anderzijds zijn familie en sociale omgeving die zowel hem als haar met de nek aankijken omdat ze anders zijn (en zij lelijk geacht wordt). Jong-du’s grote broer stelt dat hij lange tijd tevergeefs heeft geprobeerd om hem menselijker te laten maken, terwijl hij, ironisch genoeg, zelf juist op dit vlak tekort schiet. Schrijnend is de scène waarin Jong-du zijn nieuwe vriendin meeneemt naar een familiediner en haar geen blik waardig wordt gegund. Buitengewoon vernederend is het wanneer zij herhaaldelijk met haar rolstoel weggeduwd wordt uit het te nemen familieportret. Het stel wordt zo heel duidelijk te kennen gegeven dat zij er niet bij hoort, en de foto danig zou ontsieren met haar afwijkende uiterlijk.

Volgens de regisseur is het grote thema van ‘Oasis’ “communicatie”, en inderdaad zijn veel belangrijke gebeurtenissen in de film het gevolg van het onvermogen tot communiceren tussen verschillende individuen of groepen – iets wat in de laatste akte van de film wellicht iets te expliciet en melodramatisch verbeeld wordt – maar deels gaat het hier ook om de onwil tot communicatie, en om egoïsme en bekrompenheid. Het gaat ver om Jong-du door zijn positief veranderende gedrag tot held te bombarderen, maar zijn personage toont wel dat het loont om verder te kijken. En dat schoonheid overal aanwezig kan zijn.

Bart Rietvink