Odessa Odessa (2005)

Regie: Michale Boganim | 102 minuten | documentaire

Ons geheugen is een wonderlijk ding. Hoe vaak hebben we niet meegemaakt dat we een prachtige herinnering ergens van hebben, een periode uit onze kindertijd bijvoorbeeld, of een specifieke vakantie, terwijl, als we heel eerlijk zijn, er destijds eigenlijk weinig bijzonders aan was? We vertellen vol geuren en kleuren hoe mooi en opwindend we iets vonden, terwijl het verhaal eigenlijk fictie is. Fictie die we op een gegeven moment zelf gaan geloven. Dit is het verschijnsel waaraan de Russische Joden die centraal staan in Michale Boganims documentaire ‘Odessa Odessa’, lijken te “lijden”.

De geboorteplaats van de “Odessanen” uit Michael Boganims documentaire wordt als een ware utopie voorgesteld. Een droomstad waarnaar wordt gehunkerd, en waar, als we alle verhalen mogen geloven, alles beter was. Terwijl, als we waarnemen hoe somber en desolaat alles er nu uitziet, en enkele historische feiten horen over de roerige oorlogstijden en de manier waarop Joden niet zichzelf konden zijn, we ons danig kunnen afvragen hoe mooi het nu werkelijk geweest is.  Volgens Boganim staat het gevoel van “exile”, oftewel ontheemdheid, centraal. De Russen die geëmigreerd zijn, naar Amerika of Israël, dromen van, en willen terug naar Odessa, en de Odessanen willen naar deze emigratielanden, hopende op een betere toekomst. Dit komt ook zeker naar voren in de film: een sterk gevoel van verlangen, en nostalgie naar een mooiere tijd en plaats. Echter, met het verschil dat de locatie altijd Odessa lijkt te zijn; een imaginair Odessa wel te verstaan. De Russen die nog in Odessa wonen zijn niet gelukkiger dan die in het buitenland. Integendeel bijna. Misschien is het voor het in stand houden van de mythe wel beter om een flink stuk van de inmiddels vervallen en uitgestorven Oekraïense stad af te wonen. Dan hoef je tenminste niet met (een deel van) de harde werkelijkheid geconfronteerd te worden.

Interessant is het in ieder geval. Of we de Russische Joden nu in “Little Odessa” tegenkomen in Amerika, waar ze hun schone land bezingen op de pier en samen over hun geschiedenis praten, of in Israël waar een straatveger in zijn variété-acts zijn liefde voor zijn geboorteland en stad ook niet onder stoelen of banken steekt, nergens voelen ze zich écht thuis. En dit terwijl Amerika het land van onbegrensde mogelijkheden zou moeten zijn, en Israël het ultieme thuisland van de Joden. Maar in Amerika blijkt het niet makkelijk te zijn om rond te komen, en zelfs in Israël is er ghetto-vorming. Werden onze hoofdpersonen in Odessa aangekeken op hun Joods-zijn, in Israël worden ze anders bejegend vanwege hun Russische afkomst. Het is overal hetzelfde. Maar, hoewel er objectief gezien zeer zeker vele obstakels zijn te overwinnen in deze nieuwe landen, kan ook de vraag gesteld worden in hoeverre de Odessanen zich niet thuis zouden kunnen voelen, als ze dit werkelijk zouden willen. In Amerika doen ze nauwelijks moeite om zich aan te passen. Ze spreken de taal niet, en blijven alleen in hun naar vroeger verlangende gemeenschap vertoeven. Enkele Amerikanen die ondervraagd worden, doen de Russen als verwaand en profiteurs af. En in Israël vraagt een kleindochter aan haar Russische oma waarom ze zich na tientallen jaren nog niet thuis voelt.

Wat is hier aan de hand? Gaat het hier om een typisch Joods of Joods-Russisch verlangen naar een eigen land, naar een thuis, of draait het hier om een universeel verschijnsel? Is dit bijna chronische verlangen en wachten aan religie, afkomst, of nationaliteit gebonden, of is het herkenbaar in ieder mens? Voelen we ons ooit echt ergens thuis of zijn we altijd zoekende? De camera van Boganim suggereert in ieder geval een bepaald soort rusteloosheid bij de in beeld genomen Odessanen. De camera is altijd in beweging, glijdend langs de hoofden en mensen, die vaak ook niet volledig in beeld worden genomen of langzaam uit of in het frame bewegen. Misschien is het voor iedereen wel onmogelijk om te leven in het “nu”. Of misschien is het te beangstigend om stil te staan en te kijken naar wat je nu hebt of wat je daarmee kunt doen. Ergens is dit voor ieder mens waarschijnlijk wel herkenbaar. We wachten dan wel niet allemaal op een Verlosser, of het Beloofde Land, maar zolang we maar in beweging blijven houden we het gevoel dat we vooruitgaan of ergens naar uit kunnen kijken.

Of het echter gezond is om dit sterk nostalgische gevoel van nostalgie en ontheemdheid de gevoelens van hoop te laten overheersen, is de vraag. Wanneer deze emoties puur als troost of compensatie voor de barre tijden op komen zetten is er natuurlijk niets op tegen, maar wanneer ze potentiële verbetering van (sociale) leefomstandigheden in de weg staan, valt dit toch ergens te betreuren. In ieder geval in de perceptie van buitenstaanders. Het zorgt er in tenminste voor dat ‘Odessa Odessa’ een wat droef en machteloos gevoel bij de toeschouwer achterlaat, ondanks, en soms dankzij, de gezamenlijke muzieksessies van de Odessanen.

‘Odessa Odessa’ is een interessant portret van deze Russische Joden en hun gevoel van ontheemdheid. Er wordt alleen jammer genoeg wel in elk vignet in feite hetzelfde gevoel gecommuniceerd, waardoor de film wat te eenduidig overkomt. Dit mag dan wel (ongetwijfeld) het punt van de regisseuse zijn, het zorgt er wel voor dat de film niet veel verschillende aandachtspunten biedt voor de toeschouwer. Desalniettemin wordt het centrale melancholische gevoel zo treffend gevat dat de film een mooi lyrisch karakter krijgt. Hierdoor is ‘Odessa Odessa’ uiteindelijk zeker een boeiende kijkervaring geworden voor de toeschouwer.

Bart Rietvink