Olivier etc. (2006)

Regie: Sander Burger | 90 minuten | drama | Acteurs: Dragan Bakema, Maria Kraakman, Noël Keulen, Hans Dagelet, Ria Eimers, Jasper van Overbruggen

Wat als je van kinds af aan leeft met het besef dat je niet lang te leven hebt? Sander Burger kwam op dit idee voor zijn allereerste film door een gesprek in de kroeg met een jongen die werkelijk een hartaandoening had waardoor hij niet ouder dan dertig zou worden. Deze jongen leefde er op los en bleek tegen de tijd dat hij in aanmerking kwam voor een donorhart zijn lichaam zozeer de vernieling in te hebben gewerkt dat de transplantatie geen enkele kans van slagen meer had. Dat dit geen teleurstelling was voor die jongen, maar een opluchting bleef in Burgers gedachten hangen als ‘hier zit een film in’.

Als je de film ziet blijkt hij het verhaal van ‘de jongen in de kroeg’ behoorlijk letterlijk over te hebben genomen, maar het achterliggende idee van ‘leven met de dood en niet kunnen leven zonder’ blijft een existentiële diepgang hebben.  Het scenario schreef Burger samen met hoofdrolspelers Dragan Bakema en Maria Kraakman (die overigens ook in het echte leven een koppel zijn). Deze twee jonge acteurs zetten hun rollen overtuigend neer. Bakema krijgt de kans om een groot scala aan emoties neer te zetten. Hij mag lekker gek en dronken doen, maar ook verdrietig en romantisch. Zijn personage is echter wel intens egocentristisch, waardoor het een krachttoer wordt om de kijker echt mee te laten voelen met deze Olivier. Kraakman hoeft daar als de sympathieke hobo-spelende Carola veel minder moeite voor te doen, maar zij kan zich weer uitleven in het subtielere acteren, met één grote ruzie om de ingetogenheid te doorbreken. Niet alle bijfiguren komen echter even goed over, ronduit lachwekkend is een zuster (ergens in de hoge bergen van Zwitserland of Oostenrijk, waar Olivier zijn harttransplantatie ondergaat) die Engels spreekt met een afgrijselijk Nederlands accent. Ook Oliviers goede vriend kan nog wel wat acteerlessen gebruiken, al komt hij wel over als de goedmoedige sukkel die hij voor moet stellen.

Op de achtergrondmuziek is niets aan te merken en ook het camerawerk correspondeert mooi met de stemmingen: onrustig van de ene naar de andere persoon schuivend als de stemming nerveus is en meezwalkend met de dronken Olivier. De dialogen komen natuurlijk over en zijn af en toe heel grappig. Dat grappige wordt ook af en toe wat geforceerd verluchtend gebruikt in moeilijke situaties. Misschien ligt het daar aan dat de film ondanks zijn thema niet tot nauwelijks ontroert. Misschien heeft het personage van de broer gewoon te weinig aandacht gekregen. Ook de verhaalstructuur is weinig verrassend en het geïmpliceerde einde is er wel erg zoetsappig bij de haren bijgesleept. ‘Olivier etc.’ is zeker niet perfect, maar het is wel een geslaagde film geworden.

Emy Koopman