Once Upon a Time in America (1984)

Regie: Sergio Leone | 227 minuten | drama, misdaad | Acteurs: Robert de Niro, James Woods, Elizabeth McGovern, Joe Pesci, Burt Young, Tuesday Weld, Treat Williams, James Hayden, Danny Aiello, Larry Rapp, William Forsythe, Darlanne Fluegel, Dutch Miller, Robert Harper, Richard Bright

Op welk genre Sergio Leone zich ook toelegde, hij wist er altijd zijn eigen stempel op te drukken. Zo ook in het geval van zijn laatste film, het intrigerende gangsterepos ‘Once Upon a Time in America’. Leone laat met deze film zien dat hij ook in de herfst van zijn leven (en loopbaan) nog een gepassioneerde en meesterlijke verhalenverteller was, zonder in herhalingen te vallen.

Het begin van de film is meteen fascinerend. Je krijgt verschillende beelden voorgeschoteld, waarvan de samenhang onduidelijk is, maar die nochtans de kijker een bepaald gevoel meegeven. Een moord op een blonde vrouw; een opiumrokende Robert De Niro; een montage van schijnbare herinneringsbeelden, constant vergezeld van het geluid van een rinkelende telefoon: we weten niet wat dit allemaal betekent maar we zijn wel geboeid. Als we vroeg in de film De Niro een vriend zien opzoeken, zijn het camerawerk en de montage zo effectief dat we voor zijn leven vrezen, ook al weten we nauwelijks wie hij is.

De cinematografie en montage zijn niet alleen bijzonder effectief, maar ook van een grote schoonheid. Een schitterend gefilmde scène is die waarin het jongste lid van het groepje jeugdige gangsters wordt neergeschoten. Het begint met een overzichtsshot van de straat en twee grote flatgebouwen, terwijl onze helden zelfverzekerd voorbijlopen, met de karakteristieke brug op de achtergrond; rook komt uit de putdeksels. Dan een tracking shot op grondniveau waarbij we Noodles en co. volgen terwijl ze een hoek omgaan en de camera langzaam omhoog gaat. Dan vestigt de camera zich op de jongste, die we van achteren volgen terwijl hij een tunnel in huppelt. De jongen blijft stilstaan, en draait dan om wanneer hij hun vijand Bugsy ziet aankomen. Hij rent weg met z’n vrienden voor zich uit, in slow motion terwijl de panfluitmuziek van Ennio Morricone inzet. Iedereen duikt weg achter karren en kisten, maar de jongste is te laat. Hij wordt neergeschoten. Nog steeds slow motion. Close-up op Noodles’ reactie en de slow motion stopt. Noodles gaat naar de jongen toe en ziet hem sterven. Dan volgt een serie van spanning opwekkende close-ups wanneer de rest van de bende zich probeert te verbergen voor Bugsy.

De film speelt zich af in drie verschillende tijdperken – 1921, 1933, en 1968 – en bezoekt deze tijden in een non-chronologische volgorde. Er wordt heen een weer gesprongen tussen de tijden aan de hand van Noodles’ herinneringen en dromen. We zien de belangrijkste ontwikkelingen in de criminele levens van Noodles en zijn maten, en wat de impact hiervan is geweest. De tijdslijnen lopen door elkaar heen en parallel aan elkaar, zoals dit ook gebeurt in menselijke gedachten. De fascinerende puzzelstructuur is niet zomaar een gimmick. De kracht van de thematiek hangt namelijk mede af van deze structuur. Zo geeft het zien van de kindertijd vol mogelijkheden na de uitkomst hiervan de personages en gebeurtenissen een extra dimensie. Andersom werkt het ook. Beginnend bij de kindertijd om dan ineens ruim vijftig jaar in de toekomst te springen, en een oude teruggetrokken man te zien terwijl de klanken van “Yesterday” op de achtergrond te horen zijn, geeft je een gevoel van nostalgie vermengd met nieuwsgierigheid omdat je ziet wat de tussenliggende tijd met de man heeft gedaan, maar niet weet wat er in die tijd precies gebeurd is.

De personages zijn niet diep uitgewerkt maar dienen er dan ook vooral toe om de thema’s van de film over te dragen. Loyaliteit, verraad en spijt zijn enkele centrale thema’s, maar ook liefde speelt een belangrijke rol. Of liever gezegd het verlangen naar en het gebrek aan liefde. Ergens verlangt Noodles naar genegenheid, maar hij heeft nooit geleerd om met vrouwen om te gaan. Als kind heeft hij verliefd naar een meisje gegluurd (een jonge Jennifer Connelly), maar het grootste gedeelte van zijn jeugd bracht hij in de gevangenis door. Eenmaal uit de bak verkracht hij een vrouw (Tuesday Weld) tijdens een ruwe overval, nadat ze zegt geslagen te willen worden. Ook een emotioneel samenzijn met zijn grote vlam (Elizabeth McGovern) eindigt op deze manier. Ze schreeuwt wel en stribbelt tegen, maar dat beschouwt Noodles als normaal gedrag. Wat een teder afscheid had moeten worden (ze zou de volgende dag vertrekken), ontaardt in een ramp.

Warner Brothers had de film aanvankelijk van zo’n beetje al zijn betekenis ontdaan door hem met negentig minuten in te korten en de gebeurtenissen in chronologische volgorde te plaatsen. Gelukkig bracht de studio een jaar later alsnog de juiste versie uit. Hoe groot het verschil moet zijn geweest laten de reacties van recensent Sheila Benson zien. De eerste versie vond ze de slechtste film van 1984 en de latere versie de beste film van de jaren tachtig.

‘Once Upon a Time in America’ is een waar epos geworden, met geweldig acteer- en camerawerk, prachtige muziek van Ennio Morricone, een vaak grimmige inhoud, mysterieuze open eindes, en een nostalgische sfeer. Een meesterlijke film van Sergio Leone.

Bart Rietvink