Oorlogsrust (2006)

Regie: Doesjka van Hoogdalem | 75 minuten | drama, komedie | Acteurs: Ann Hasekamp, Annet Nieuwenhuijzen, Bart Klever, Adrian Brine, Cas Enklaar, Jacques Commandeur, Kaltoum el Fan, Jeroen Willems

De film ‘Oorlogsrust’ is gemaakt met meerdere doelstellingen. Niet alleen een algemeen bioscooppubliek dient behaagd te worden, maar er is tevens een doel tot een ‘verdieping’ voor bepaalde groepen zorgverleners en zorgverleners in opleiding, voor welke doelgroep specifiek projectmateriaal is ontwikkeld. Het project dient ertoe bij te dragen dat de aandacht en het respect van deze groep en in het bijzonder het begrip van de beroepsgroep zorgverleners voor ouderen met een oorlogsverleden toeneemt.

Dat dit kan gaan wringen in de uitwerking laat zich een beetje gelden. In de film wordt om dit effect te bereiken op weinig subtiele wijze gebruik gemaakt van de vooroordelen die bij mensen heersen. Uitspraken in een aantal te verwachten standaard-, bijna clichésituaties worden niet geschuwd. Het is een beetje jammer dat die wel eens dik zijn aangezet.

Tegelijkertijd bevat de film een mooie gemonteerde overgangen waarbij herinneringen uit het verleden worden uitgebeeld door bijvoorbeeld prachtige sfeervolle beelden uit het oude Indië van Mevrouw Boon, die als persoon – met haar zoon Pieter – ook het sterkst uit de verf komt in dit scenario.

Als Mevrouw Boon naar het verzorgingshuis wordt gebracht, ontmoet zij de Directrice van Surinaamse afkomst en er volgt meteen de te verwachten uitspraak: maar u bent zwart! Zo wordt in het begin al direct de toon van hetgeen we verder kunnen verwachten gezet. We weten dan al een beetje hoe het verder zal gaan. Hetzelfde geldt voor Mevrouw Cohen die met een stevig Joods accent moet constateren dat de bewoners niet Joods zijn en dat de keuken niet kosher is.

Niet alleen Mevrouw Boon, die een kampsyndroom heeft van haar periode in het Jappenkamp, maar ook Mevrouw Cohen zit vol met stevige uitspraken. Zij heeft in Auschwitz gezeten en vindt haar lijden natuurlijk veel groter dan dat van mevrouw Boon in het Jappenkamp. In haar ogen is Mevrouw Boon als oude koloniaal ook een onderdrukker van de inlanders geweest. Mevrouw Boon stelt dat zij in het Jappenkamp werd gemarteld en dat de Joden daar tenminste geen last van hadden in het concentratiekamp.

Een goede vondst is de waangesprekken die Mevrouw Boon voortdurend voert met haar overleden echtgenoot. Andere personages in het verhaal zijn een overtuigde communist die in het verzet heeft gezeten, een veronderstelde NSB’er en een arts uit Bosnië. Ook zij zitten allen boordevol met vooroordelen over de anderen.

Al deze mensen raken met elkaar in conflict, zij voeren nu hun eigen oorlog en zijn slachtoffer van hun eigen verleden. Venijnig en uiterst gemeen kwetsen zij elkaar voortdurend en nietsontziend. De waanideeën bij de bewoners worden goed uitgelicht. Meneer Tadic doet hier de mooie uitspraak dat hij nog dementer wil worden, omdat “het op onze leeftijd altijd oorlog is.”

Het personeel is van uiteenlopende etnische afkomst en loopt er steeds goedbedoelend tussendoor, maar begrijpt niet waar het over gaat. Zij kennen het verleden niet en de gebeurtenissen die toen hebben plaatsgevonden. Dit laat de gemoederen alleen maar verder oplopen, de bewoners/slachtoffers voelen zich ook door hen miskend. Dit wordt op zeer humoristische wijze verbeeld als de bewoners kennisvraagjes stellen aan de personeelsleden over recente oorlogsgebeurtenissen.

Een goed uitgewerkt karakter is de rol van Pieter, de zoon van Mevrouw Boon, die samen met de andere kinderen van de bewoners de zaak steeds probeert te sussen, deze goedbedoelde pogingen zijn echter olie op het vuur.

Op zich is deze wat simplificerend aandoende verhaallijn niet al te storend, de film heeft tenslotte ook een ‘opleidingsdoel’. Om een breder algemeen publiek te behagen is het misschien wat al te ‘vet’ aangezet. Sommige clichés leiden tot een herhaling van eerdere grapjes. Er volgt uiteindelijk een aantal door de bewoners zelf in gang gezette ontwikkelingen die tot een happy end leiden, zoals dit in een tragi-komedie mag worden verwacht.

Als projectmateriaal voor doelgroepen is de film zonder meer geslaagd te noemen, als algemene publieksfilm geldt dit in iets mindere mate. Dat ligt niet aan de inhoud van het scenario, dat op zich goed in elkaar zit. De acteurs zijn veelal gerenommeerde toneelspelers, dat laat zich goed zien. Het lijkt er op dat ze het toneel niet helemaal los hebben kunnen laten. In plaats van een meer ingehouden spel, gaat het er soms wel erg met grote gebaren en bewoordingen aan toe. Dat doet enige afbreuk aan het geheel. Jammer is dat enkele karakters vrijwel onuitgewerkt zijn gebleven.

De belichting is zeer stemmig. De enscenering is magnifiek, de gekozen locatie van de prachtige villa aan een bekend park in Amsterdam leent zich daar ook bijzonder voor. Omdat ten behoeve van het ‘verdiepingsdoel’ flink wat clichés uit de kast worden gehaald gaat dit ten laste van de subtiliteit. Juist dit kan voor het algemene filmpubliek wel eens een te grote beperking vormen om de film hoog te waarderen. Als opleidingsproject zeker goed toepasbaar als discussie- en instructiemateriaal.

Rob Veerman