Ordet (1955)

Regie: Carl Theodor Dreyer | 125 minuten | drama | Acteurs: Henrik Malberg, Emil Hass Christensen, Preben Lerdorff Rye, Hanne Aagesen, Kirsten Andreasen, Sylvia Eckhausen, Birgitte Federspiel, Ejner Federspiel, Ann Elisabeth Groth, Cay Kristiansen, Gerda Nielsen, Ove Rud, Susanne Rud, Henry Skjær, Edith Trane

Ruim tien jaar na Gustaf Molanders ‘Ordet’ (1942) kwam regisseur Carl Theodor Dreyer op de proppen met zijn versie. Ondanks dat Kaj Munk, de bedenker van het gelijknamige toneelstuk, al lang was overleden toen het filmen van Dreyers versie op gang kwam (de regisseur had geen film meer gedraaid sinds ‘Two People’ uit 1945, waar hij later afstand van zou nemen), had Munk er nog wel toestemming voor gegeven. De lange periode die tussen de twee verfilmingen zit, doet beide interpretaties goed. De één wat meer dan de ander. Maar wie weet wat de tijd verder leert. Zonder meer staan beide versies ferm op eigen benen.

Herfst 1925, Jutland. Aan het hoofd van een boerderij staat de lokaal gerespecteerde Morten Borgen (Henrik Malberg). Zijn oudste zoon Mikkel (Emil Hass Christensen) boert er op los voor de familie en heeft weinig met geloof en religie in tegenstelling tot zijn vader. Mikkel is getrouwd met de zorgzame en vrome Inger (Birgitte Federspiel). Samen hebben ze twee dochters en is er een derde kind op komst. Opa bidt voor een kleinzoon. De tweede zoon van Morten, Johannes (Preben Lerdorff), is het zwarte schaap van de familie. Hij raakte zo verstrikt in zijn roeping tot priesterschap dat hij denkt Jezus te zijn. Zijn religieuze wanen worden oogluikend geaccepteerd door de familie maar ontwrichten ook hun dagelijks leven. De jongste zoon, de vlijtige Anders (Cay Kristiansen), is verliefd is op Anne (Gerda Nielsen), de dochter van de lokale kleermaker Peter Petersen (Ejner Federspiel) die een fanatieke afsplitsing van het Christendom aanhangt. Zodra de kleermaker onder geen beding het huwelijksaanzoek van Anders aan zijn dochter accepteert, zijn de rapen gaar voor de mateloos fiere patriarch Morten.

Net als in Molanders versie hangt er in Dreyers geloofsdrama ‘Ordet’ onheil in de lucht. Echter de oudere versie is wilder en meer ontspannen qua toon en scheert tegen het jolige, plattelands niemendalletje, aan. Dreyer kiest voor een contemplatiever stijl en een ander tempo. Zijn versie is ook een half uur langer. Toch schrapt de Deen bepaalde subplots die Molander vrij getrouw volgde, zoals hoe en waarom Johannes van het padje raakt. Ook is het hof maken tussen Anders en Anne bijna helemaal afwezig, in ieder geval meer ingehouden (bijna conservatiever?). Tegelijk geeft Dreyer de spirituele band tussen oom Johannes en zijn oudste nichtje meer aandacht en biedt hij de theologische veldslagen tussen Morten en kleermaker Peter meer ruimte. Over het algemeen legt de Deense cineast minder nadruk op de hiërarchie onder de patriarch. Toch spoken de gevolgen van Mortens autoritaire houding tegenover al het kleine en grote in zijn bestaan zonder twijfel rond!

Nog meer zaken beent Dreyer in ‘Ordet’ uit, waaronder de tekst uit het toneelstuk van Munk, het decor en emoties van de acteurs (dit laatste zeker in vergelijking met Molanders versie). Tegelijk voegt Dreyer een gezond laagje vet toe aan het geheel, vooral te merkan aan de longshots waarin spel en camerabewegingen bijna methodisch samensmelten. Daarnaast snijdt hij zo weinig in de montage dat de tijd soms lijkt stil te staan in een omgeving die er strikt religieus uitziet. Nauwgezet volgt hij het ritme van de dagelijkse beslommering van de familie Morten. Tegelijk ontstijgt Dreyer simpel realisme door zaken dubbelzinnig en onverklaarbaar te laten. Daarin lijkt hij het spirituele in Christendom diep te benijden. Evengoed bevraagt de regisseur de duistere kanten hiervan. Binnen zijn bijna maniakale precisie en, gek genoeg, twijfel op camera schuilt een vorm van overstijgende menselijke schoonheid.

Roy van Landschoot

Waardering: 4