Orphan – Árva (2025)

Recensie Orphan CinemagazineRegie: László Nemes | 132 minuten | biografie, drama, geschiedenis | Acteurs: Bojtorján Barabas, Andrea Waskovics, Grégory Gadebois, Elíz Szabó, Soma Sándor, Hermina Fátyol, Konrád Quintus, Marcin Czarnik, Loppert Martin Tibor, Gábor Iványi Zsuzsa Száger, Attila Epres, Kata Milla Kovács

De eerste drie films van regisseur László Nemes kan je omschrijven als een trilogie. Het start met ‘Sunset’ (2018) die je onderdompelt in het Oostenrijks-Hongaarse rijk aan het begin van de twintigste eeuw, een tijdsgewricht vol van samenzweringen die een samenleving zomaar konden ontwrichten. ‘Son of Saul’ (2015) is het middelpunt, waarin de Jodenvervolging zijn gruwelijke koortshoogte bereikt, en ‘Orphan’ (2025) vormt het sluitstuk, hoewel ook een begin. Hier duikt Nemes overtuigend in het oorlogs-en overlevingstrauma van Joodse Hongaren in Budapest, specifiek door de kinderogen van de twaalfjarige Andor (Bojtorján Barabas).

Samen met zijn moeder Klára (Andrea Waskovics) woont wildebras Andor in een vervallen appartement. Zij werkt in een kruidenierswinkeltje waarvan de baas fanatiek communist is. Dus je kan beter geen domme dingen op gehoorafstand zeggen want hij heeft weinig scrupules om mensen aan te geven bij lokale partijbonzen. Maar dat is de minste zorg van Andor. Hij wacht namelijk op zijn vader Hirsch die sinds de Tweede Wereldoorlog vermist is. De jongen wil hem dolgraag weer in de armen sluiten. In de krochten van het appartementsgebouw, waar het altijd pruttelende verwarmingssysteem huist, praat hij elke dag met zijn vader.

Tijdens de nasleep van de volksopstand in 1956 trekt het communistische regime de touwtjes weer stevig aan, Puskás regeert op het voetbalveld en armoede en onderdrukking op straat. De kogel- en bomgaten tekenen hoofdstad Budapest tot in de haarvaten. Ondanks de gevaren van die ruïnes zijn het ook perfecte speel- en schuilplekken iedereen die graag onzichtbaar blijft. Er is namelijk nog immer vervolging in Hongarije maar dan vooral van niet-communisten.

Tegelijk zijn er overal sporen van een Joodse middenstand, voor de stalinisten onderdeel van de vijand, bourgeoisie. Zo is de kruidenierswinkel onteigend bezit van een joodse familie waarin nota bene een dochter van de ex-bezitters dienst doet. De vader van Andors vriendinnetje Sari is catatonisch en rolstoelgebonden, een kampoverlevende maar niet meer in staat om opnieuw te beginnen. In ‘Orphan’ is de joodse identiteit het naoorlogse Hongarije weer bijna ondergronds. De films van Nemes zijn rijk aan dit soort details met veel zeggingskracht.

Op geraffineerde wijze spiegelt Andors gezinssituatie de wederopbouw van Hongarije. De vader, het gezag, is vermist, onbemind of onbekend. Echter dan dringt er zich een ruige man als vader(figuur) aan het gezin op. De man, Berend Mihály (Grégory Gadebois), gedraagt zich als een olifant in de porseleinen kast, zoals het stalinisme inslaat op het fragiele Hongarije. En Andor vindt dat de man helemaal niet op hem lijkt. Moeder Klára is vooral vaag over de hele situatie. Voor haar is het eten of gegeten worden.

Hoewel minder overdonderend dan ‘Son of Saul’ en minder labyrintisch dan ‘Sunset’ staat ‘Orphan’, dat deels gebaseerd is op de jeugd van de vader van Nemes, dramatisch zijn mannetje. Bovendien komen Nemes en vaste cinematograaf Mátyás Erdély met prachtige shots, vaak door smoezelige en gebroken ramen, waarin ze tonen hoezeer de nasleep van de oorlog en vervolging het leven en perspectief van mensen tekent. Ook Andor, een kind geboren tijdens de laatste kanonschoten, ontkomt allerminst aan de schaduw van het verleden.

Roy van Landschoot

Waardering: 3.5

Bioscooprelease: 7 mei 2026