Paikar (2025)

Recensie Paikar CinemagazineRegie: Dawood Hilmandi | 97 minuten | documentaire

Hoe weet je wie je bent als je wortels doorgesneden zijn? In deze debuutdocumentaire reist filmmaker Dawood Hilmandi terug door zijn eigen geschiedenis, en die van zijn vader. Want hoe kun je weten wie je bent, als je niet weet wie je vader was?

Na hun vlucht uit Afghanistan waaiert de familie Hilmandi de wereld over. Naarstig op zoek naar een veilig heenkomen. Naarstig op zoek naar zichzelf. Tegen de achtergrond van het woekerende coronavirus baant Paikar (Hilmandi) zich een weg door het doolhof van zijn herkomst. De film begint met snippets in slowmotion, zijn eigen zielenroerselen er poëtisch overheen gevoiceovert. Zo weet hij je direct bij de lurven te pakken. Het is alsof hij zegt: welkom in mijn hoofd. Welkom in mijn verhaal. Mijn perspectief. En dat werkt. Je twijfelt zelfs even of je wel in een documentaire bent beland. Totdat de eerste mistroostige scènes op een balkon in Amsterdam je weer op de grond zetten.

Er wordt veel gebeld. Met z’n vader. Met z’n broer. Ironisch genoeg wordt er op die manier veel gepraat, terwijl er in het verleden van de familie juist weinig gepraat is. Te weinig. Over gebeurtenissen. Gebeurtenissen die hen vormden en gevoelens die daarmee gepaard gingen. Dat heeft een afstand gecreëerd die nog groter is dan de kilometers die de familie van elkaar verwijderd is. ‘Baba’ (zoals hij zijn vader liefkozend noemt) in Iran, de ene broer in Zweden, een andere in Amsterdam. “Amsterdam. Het droevige Disneyland.”

Z’n vader is een trotse man met een hoofd vol belevenissen en verhalen, maar die deelt hij alleen met God. Wat heeft zijn zoon er immers aan? Met trekken en wurgen ontvouwt zich langzaam een beeld van zijn vader. Door recht op de man af te vragen naar zijn gevoelens, komt Baba schoorvoetend in beweging, beetje bij beetje. Maar het houdt niet over. Als Hilmandi belooft om op bedevaart te gaan naar Karbala, stemt zijn vader in om hem te vergezellen op reis naar Afghanistan, zijn geboorteland.

Met gezonde tegenzin begint hij aan de tocht naar Karbala. Van de bedevaart zelf krijgen we weinig mee, maar des te meer van het eindpunt. Dichter bij een samenkomst als deze, en de massa die eromheen kolkt, zullen niet-moslims zelden komen. Hilmandi weet de chaos én lyriek die men daar doorleeft treffend te vangen en monteren. Alsof hij ons wil zeggen: dit moet ik doorstaan. Ik sta hier niet helemaal vrijwillig, maar ik doorsta het. Om dichter bij m’n pa te komen.

Met resultaat. Zijn vader reist met hem mee naar Afghanistan. “Begraafplaats van dromen”.

Eenmaal in Afghanistan, waar het masker van z’n vader eindelijk enige barstjes begint te vertonen, dreigt er opnieuw oorlog. Precies de oorlog waarvoor zijn vader hem en zijn hele familie altijd heeft willen behoeden. En terwijl hij rap zijn hielen licht, blijft Hilmandi juist waar hij is. Dwaas! Zal zijn vader denken. Hij is zichzelf kwijt. Lijkt verder weg dan ooit. Of probeert hij op deze manier juist dichter bij zijn vader te komen, en daarmee bij zichzelf?

“Ik heb niet de kracht om weg te gaan en niet de wil om te blijven.” Kun je ooit thuiskomen als je jezelf nergens thuis weet? Het is een gevoel dat miljoenen mensen kennen maar het is zelden zó verwoord en verbeeld. ‘Paikar’ doet wat de beste documentaires doen: het onzichtbare zichtbaar maken. De ontheemding, het dolen, de eeuwige tussenruimte waarin talloze vluchtelingen leven, terwijl ze gigantische geschiedenissen op de schouders dragen. 

Met dit intieme portret vangt Hilmandi een verhaal dat veel groter is dan hemzelf: de zoektocht naar identiteit van miljoenen ontwortelde mensen. En dat voor een debuut. Meer hebben we niet nodig om te weten dat we Hilmandi in de gaten moeten houden.

Jonica Hoff

Waardering: 4

Speciale vertoning: IDFA 2025
Bioscooprelease: 28 mei 2026