Pallieter (1976)

Regie: Roland Verhavert | 90 minuten | drama, romantiek | Acteurs: Eddie Brugman, Jacqueline Rommerts, Sylvia de Leur, Joris Diels, Idwig Stephane, Rudi van Vlaenderen, Hugo Van Den Berghe, Cary Fontyn, Herbert Flack, Jan Decleir, Manu Verreth, Erna Palsterman, Alice Toen, Gaston Berghmans, Ray Verhaeghe, Martha Molnar, Max Schnur, Maurits Goossens, Moy Vinckier

In het nachtelijk Gent van de negentiende eeuw halen twee reddingswerkers het lijk van een vrouw in een wit gewaad uit het zwarte water van de gracht. Nadat haar dood is bevestigd, zijgt op de kade een bebaarde jongeman (Eddy Brugman) uitgeput ineen. Ook hij is druipend nat. Als later een vriend, de zwijgende kunstschilder Fransoo (Idwig Stephane), hem aan zijn ziekbed opzoekt, vraagt de aanwezige dokter sarcastisch: “Zijt gij óók een van die geïllumineerden?” Even later stelt de dokter een diagnose over de patiënt: “Sommige mensen willen niet leven.” Een ander geeft nog wat meer informatie: “Dat komt door dat hele dagen boeken lezen”. Fransoo haalt de belezen jongeman weg van ‘meneer de doktoor’ en brengt ‘m naar diens zus Charlot (Sylvia de Leur). Zij woont op een idyllisch platteland, waar begijntjes tot werkelijk elke gekende heilige bidden voor het herstel van haar broer. Hun meditatieve stemgeluid wordt verweven met flashback-beelden van een vrouw die in haar witte gewaad een chique wenteltrap afzweeft, op weg naar een zelfgekozen dood in een Gentse gracht. Charlo, ondertussen, zoekt voor haar verzwakte broer ‘de schoonste stukjes varkensvlees’ uit. Maar broer, de heiden met zijn ‘stadsmanieren’ (en John Lennon-brilletje), eet geen vlees. Als Charlot hem met een schaar ontdoet van zijn wilde haren, herontdekt hij plots zijn levensvreugde…en een nieuwe naam: “Pallieter!”

De film (geregisseerd door Roland Verhavert) is gebaseerd op de gelijknamige, succesvolle roman van Felix Timmermans uit 1916. Een pallieter is, verduidelijkt Charlot: “Iemand die zijn tijd nutteloos verdoet”. Kijkend naar het vervolg van de film, zou je een pallieter gerust kunnen zien als een ouderwetse uitvreter. Als iemand die in de luxepositie verkeert dat hij zich ongestraft wat boven het leven kan plaatsen om aldaar met dromerige blik te constateren hoe mooi de wereld wel niet is – de natuur, de regen, de vrouwen. “Een nieuwe kop, een nieuwe vent, een pallieter!” juicht Pallieter zelf. Een ander ziet in hem “Het specimen van een vrij man. Dat werkt niet, dat studeert niet”. Pallieters les is dat het leven niet draait om geld of werken, dat je je beter kunt laten voeden door zon, wind en een goed glas wijn. Hij leert ons eveneens hoe heerlijk het is om te paard je naakte geliefde achterna te zitten door weelderig groen, terwijl je je laat ophitsen door haar volronde achterste. De film toont echter ook dat een pallieter als hij alleen maar kan bestaan als deze wordt ondersteund door overvloed. Die van aangeboren centen, in dit geval. Als we onze Pallieter al eens aan het werk zien, het dek van een boot schrobbend, blijkt dat ten behoeve van zijn eigen huwelijksreis. Een eerste kink in Pallieters onbekommerde levensgenot dient zich aan als hij een bezoek brengt aan Fransoo. Deze vereeuwigt vanuit een gehuurde molen de ongerepte natuur op schilderslinnen. Fransoos huurbaas, een baron, blijkt van plan Pallieters onbevlekte droomwereld grondig om te woelen. Ten behoeve van scheepvaart en economie wil hij namelijk de plaatselijke, meanderende rivier rechttrekken. Om zijn ongenoegen te laten horen, opent Pallieter wat anders dan zijn mond. In het verdere verloop van het verhaal vertoont de nieuwbakken hedonist amper meer actiebereidheid.

Tussen de close-ups van wuivende grashalmen en goudgele bloemen door heeft de film een aanstekelijke levenslust. Wanneer het leven zich van haar zonnige kant toont, moet (en kan) dat hier gevierd worden. Met wijn en spijzen in overvloed, en als dessert een dikke sigaar. Dat vindt ook de goeiige pastoor (Joris Diels), die er altijd wel eentje lust. Verhaverts boekverfilming werkt vooral door het liefdevolle, plagerige spel tussen broer en zus. Kordate, gelovige Charlot (De Leur is op dreef) steekt mooi af tegen haar broer, de hippie-avant-la-lettre die op zeker moment weemoedig verzucht: “Oh, broer boom!”, terwijl hij aanhankelijk aanschurkt tegen het schors van zijn gesprekspartner. Naar het einde toe valt het verhaal evenwel ten prooi aan goedbedoelde prekerigheid. Jan Decleir duikt nog op als de wijze krullenbol Bohimil, een zigeuner met het voorkomen van Marlon Brando’s Kolonel Kurtz. Als Bohimil zijn levenskennis tentoonspreidt, voert hij zichzelf op in de derde persoon: “Wat Bohimil gezien heeft…veel…treurig… Hier…nog stil, nog goed, nog mooi…”. Mooi is ‘Pallieter’ zeker: de film geeft een onnadrukkelijk, overtuigend beeld van negentiende-eeuws Vlaanderen, een voor-industriële wereld van koetsen, kinderkopjes en Katholieke processies.

‘Pallieter’ is niet los te zien van het jaar waarin hij werd gemaakt (1976). ‘Terug naar de natuur’ was (naar men zegt) nog geen loze kreet en het begrip idealisme was (misschien) nog niet zo openlijk vervuild door de verborgen agenda’s van sommige idealisten. Vooral het apocalyptische einde – een romantisch angstvisioen van Pallieter zelf – verwijst nadrukkelijk naar het ‘nu’ van de jaren zeventig. Pallieters reactie op dit persoonlijke inkijkje in de toekomst zou je typisch kunnen noemen, voor een man die vooral denkt aan zijn eigen welbehagen.

Martijn Laman

‘Pallieter’ verschijnt op donderdag 9 februari 2012 op DVD (Vlaamse klassiekers box).