Phantasm (1979)

Regie: Don Coscarelli | 88 minuten | horror, fantasie, science fiction | Acteurs: Michael Baldwin, Bill Thornbury, Reggie Bannister, Kathy Lester, Terrie Kalbus, Kenneth V. Jones, Susan Harper, Lynn Eastman-Rossi, David Arntzen, Ralph Richmond, Bill Cone, Laura Mann, Mary Ellen Shaw, Myrtle Scotton, Angus Scrimm, Don Coscarelli, Kate Coscarelli

Toen Angus Scrimm een rol als ‘alien’ kreeg aangeboden voor de film ‘Phantasm’, begon hij meteen te fantaseren welk fantastisch accent hij zichzelf zou mogen aanmeten. Zou hij een Ier moeten spelen, een Fransoos, een Japanner wellicht? Maar regisseur Don Coscarelli had heel andere plannen voor Scrimm. Hij gebruikte ‘alien’ in de tegenwoordig wat meer ingeburgerde term van ‘buitenaards wezen’. Dat Scrimm dit niet had zien aankomen, is geen wonder. Eind jaren zeventig van de twintigste eeuw verwachtte niemand sciencefictionelementen in een horrorfilm. Mede daarom is ‘Phantasm’ zo uniek en tevens zo geliefd bij veel fans.

Het verhaal van de film is volkomen bizar. Twintiger Coscarelli heeft zich heerlijk uitgeleefd tijdens een paar weken schrijven in een afgelegen hutje. De eenzame opsluiting heeft een plot opgeleverd dat gaat over een buitenaards wezen (Angus Scrimm), simpelweg The Tall Man genoemd, dat verkleed als doodgraver op Aarde lijken pikt om ze te vervormen tot dwergachtige wezens die hij als slaven kan gebruiken op zijn eigen planeet. Tiener Mike Pearson (Michael Baldwin) ontdekt de vreemde praktijken van The Tall Man en probeert hem met hulp van zijn broer Jody (Bill Thornbury) en diens vriend de ijscoman Reggie (Reggie Banister) te ontmaskeren. Dit alles onder begeleiding van een heerlijk catchy muzikaal thema.

Van de driekoppige vriendengroep is het Reggie die het meest tot de verbeelding spreekt. Misschien is het vanwege zijn kale kop, misschien is het omdat Banister de enige is (naast Scrimm) die fatsoenlijk acteert in de film. Hoe het ook zij, zonder hem zou de film aanzienlijk minder in de smaak vallen. Mike ziet er uit als een meisje met zijn grote ogen en zijn lange haar en moet bovendien nodig op logopedie. Zijn broer is een typische stoere jongen met welgeteld twee gezichtsuitdrukkingen (een soort Steven Seagal, maar dan zonder de leuke vechtfoefjes). Maar zo met zijn drieën, met Reggie erbij, klopt het plaatje ineens en is het matige acteerwerk best te pruimen.

Wat de film verder zo aantrekkelijk maakt is de manier waarop Coscarelli het beste van zijn kleine budget gemaakt heeft. De praktische effecten zijn veelal ingenieus bedacht en zien er ook zo veel jaren later nog verdraaid goed uit. De muziek, hoewel simpel, is verrassend doeltreffend. En de vele onverwachte verhaalwendingen en intermezzo’s maken de film boeiend genoeg om hem meerdere malen te bekijken. Mooi studiemateriaal voor beginnende filmmakers. Ondanks alle tekortkomingen is hij dus absoluut meer dan de moeite waard.

Het is niet moeilijk om te zien waarom ‘Phantasm’ een grote cultklassieker is geworden. De film is overduidelijk gemaakt met een minimaal budget en het verhaal is heerlijk bizar. Vooral het feit dat een horrorfilm sciencefictionelementen bevatte was bij het verschijnen van de film in 1979 volstrekt uniek. Zo’n drie decennia later kijkt niemand er meer van op als een filmpersonage ineens van een andere planeet blijkt te komen, maar The Tall Man uit ‘Phantasm’ is wat dat betreft echt een icoon geworden. Alleen al daarom is dit in zijn genre echt een klassieker. En eigenlijk betekent dat voor alle filmliefhebbers: kijken!

Wouter de Boer