Pizzamaffia (2011)

Regie: Tim Oliehoek | 85 minuten | actie, drama, komedie, romantiek, misdaad | Acteurs: Mamoun Elyounoussi, Iliass Ojja, Sallie Harmsen, Hakim Traïda, Sabri Saad El Hamus, Noufissa Rhalmi, Ismael Tarhabi, Jeroen Mourmans, Achmed el Jennouni, Mounir Boualin, Loek Peters, Kaj Niemeijer, Gillis Biesheuvel, Kuno Bakker, Menno Stijntjes, Maria de Haas, Lottie de Bruijn, Fred van Kaam, Nelleke Zitman, Frances de Jong, Jihane el Fahidi, Frank Wijdenbosch, Verginia Olijfveld, Torsten Colijn, Ernst ter Linden, Simon Zwiers

Tim Oliehoek is regisseur van spektakelfilms als ‘Vet Hard’, ‘Spion van Oranje’, en nu dus ook ‘Pizzamaffia’. Ten opzichte van overzeese collega’s die films als ‘The Terminator’, ‘Pirates of the Caribbean’ of ‘Die Hard’ draaiden, mist hij als Nederlander, in zijn genre, natuurlijk een flink budget. Gebrek aan geld is dan weer niet af te zien aan ‘Pizzamaffia’ – die film mist vooral een scenario dat je als kijker ook gevoelsmatig betrekt bij de van het scherm af spattende brommerstunts. De wat lompe titel ‘Pizzamaffia’ kan doen vermoeden dat je een hilarisch kijkje wordt gegund in de schemerige wereld van schimmelige pizzeria’s. Veel meer dan een vluchtgevaarlijke kakkerlak – mooi in beeld gebracht – krijg je van die wereld echter niet te zien.

Het verhaal van ‘Pizzamaffia’ draait om rivaliteit. Die tussen twee broers, Amar en oom Faris, en die tussen hun zoons, de neven Bram en Haas. Brams vader Amar (Sabri Saad El Hamus) is eigenaar van pizzeria Novara. Omdat hij ‘t aan zijn rug heeft, wordt de zaak met passie en inzet gerund door zijn broer Faris (Hakim Traïdia). Het enige dat Amar hoeft te doen, is geld tellen. Alleen: hij telt steeds minder geld. En als Faris door zijn bloedeigen broer wordt beticht van verduistering, is voor hem de maat vol. Faris stapt uit de pizzeria, verbreekt het contact met zijn broer en start aan de overkant van de straat zijn eigen pizzatent. Natuurlijk ontaardt dit zich in een ongezonde concurrentieslag tussen de beide eettentjes – de kwaliteiten van olijfolie tegen de besparingen van margarine, enzovoort. Je voelt haast hoe scenarioschrijvers Luuk van Bemmelen en Simon de Waal zich het hoofd hebben gebroken over de manieren om de twee pizzatenten tegenover elkaar te plaatsen (als ze daarvoor niet het boek van Khalid Boudou hadden gehad). De ruzie van hun vaders drijft tussen Bram en Haas (Mamoun Elyounoussi en Iliass Ojja) een even diepe wig. Van pizzakoerierende bloedgabbers zijn het plotsklaps gezworen vijanden die elkaar te vuur en te scooter bestrijden. Het is jammer dat juist dat soort overgangen met een donderslag worden gepresenteerd – je hebt als kijker maar te accepteren dat ze elkaar van het ene moment op het andere niet leuk meer vinden. Dat gaat wat lastig als je daar amper tijd en argumenten voor krijgt. Als je, kortom, vermoedt dat ze vooral ruzie maken om de film spannend te houden.

De verhaalstructuur van de film is van een kinderlijke eenvoud: en toen, en toen. En de clichés – hoe vaak moeten we iemand zich nog zien uitleven op een persiflage van Tony Montana of Travis Bickle? Natuurlijk droomt de ene neef van snel geld en de ander van een carrière als vliegenier. Op zich is dat niet erg – zo zit het leven deels in elkaar. En het maakt de film kraakhelder voor ook de meest wereldvreemde tiener die deze film gaat zien. Wat teleurstelt, is de naïeve en schematische aanpak van dromen, problemen en gedragingen. Alsof er een lijstje wordt afgevinkt. Zoals Bram tijdens een feestje depressief en straalbezopen in een stoel hangt, en de heetste stoot van het feest zich van opwinding nauwelijks kan inhouden. Zie het als een mooie droom. Toch overtuigen de eerste twintig minuten van ‘Pizzamaffia’ nog op alle vlakken: grappig, prachtig in beeld gebracht, en drama en personages worden goed neergezet. Vervolgens reduceren de gekunstelde vertelwijze en de door pizzakoeriers platgewalste symboliek de mensen die we in dat begin ontmoeten tot poppetjes in handen van een overenthousiaste filmcrew. Het houdt je als kijker minder bezig hoe Bram en Haas elkaar weer zullen vinden als hoe ver ze met scooters kunnen springen. De zigzaggende actiescènes in het grotestadsdecor doen niet aan als onderdeel van het verhaal, maar als intermezzo: ‘And now for something completely different…’

Desondanks zetten de voornaamste mannen in het verhaal hun rol overtuigend neer, evenals Brams keurige vriendinnetje Sallie Harmsen dat doet. Wat ontzettend jammer dus, dat die rollen zo vlak blijven. Dat geldt nog veel meer voor het grut dat om hen heen hangt – het hulpje met de grappig bedoelde piepschuimstem, de stilzwijgende Marokkaanse moeder die in de keuken ansjovis frituurt (maar aan het eind natuurlijk toch een stem blijkt te hebben). Je gunt ‘Pizzamaffia’ alle succes, omdat je eraan afziet hoe iedereen zijn best heeft gedaan. Maar naarmate deze film vordert, staan verhaal en personages paradoxaal genoeg meer en meer in dienst van de verbeelding ervan. Hoeveel bevredigender was ‘Pizzamaffia’ geweest, als die verhouding was omgekeerd?

‘Pizzamaffia’ is zo’n film die je ernaar doet verlangen dat een ‘golden boy’ als Oliehoek, met zijn visuele brille en gevoel voor spektakel en acteerwerk, eens wordt gekoppeld aan een scenarist als Maria Goos of Mijke de Jong, met hun gevoel voor drama en hun talent om dat tot menselijke proporties terug te brengen. Want ook puur vermaak vergt, naast technische hoogstandjes, een mate van emotionele betrokkenheid. Dat bewijzen de meer geslaagde miljoenenproducties uit Hollywood, met hun jaloersmakende productiefaciliteiten, iedere keer weer.

Martijn Laman