Plastic dromen (2025)

Recensie Plastic dromen CinemagazineRegie: Max Ploeg | 33 minuten | documentaire | Met: Pablo Cantatore, Antonius Janssen

Visueel zal ‘Plastic dromen’ weinig weten te overrompelen. Wat betreft het belachelijke non-vermogen en de geldsmijterij van Nederlandse gemeentes des te meer.

De film volgt Pablo Cantatore, een net afgestudeerde kunstenaar die eerder oogt alsof hij economie heeft gestudeerd, maar desondanks grote ambities koestert om artistiek beroemd te worden. Zijn geloof in het kunstenaarschap is echter doordrenkt van de romantische illusie dat een kunstenaar vrij moet zijn van economische bedrijvigheid. Zodra een kunstenaar aan geld denkt, stopt hij met een kunstenaar zijn. Of zoals Basquiat het zei: “Zodra kunst een marktstrategie wordt, sterft ze als expressie van leven.”

Met die premisse zet Max Ploeg zijn film op. Alleen zien we Pablo, buiten enkele snelle beelden uit zijn studententijd, nooit echt iets maken. Hij lijkt liever gehoord te willen worden dan in stilte te creëren. Zijn overtuiging en zijn woorden vullen de leegte die zijn werk niet kan opvullen.

Op papier doet Pablo denken aan een personage uit een ongeschreven Woody-Allen-film: een intellectueel van goeden huize, die squash speelt, naar klassieke muziek luistert en eindeloos kan praten over kunst, maar nooit tot een authentiek gebaar komt. Hij droomt van enorme tompoezen of een stapel van Canta’s te maken — werk waarmee hij eerder lijkt te willen provoceren dan te getuigen van een innerlijke noodzaak. Toch is het juist dát verlangen naar een persoonlijke stem dat hij zo graag probeert te verwoorden.

Daarin ligt ook de ironie die Ploeg scherp blootlegt. Een van de sterkste scènes toont Pablo en zijn partner Antonius in een talkshow. In plaats van de twee te filmen, richt Ploeg zijn camera op de publieksopwarmer die het induttende publiek tot enthousiasme aanjaagt — een geestige en pijnlijke spiegel voor het opgepompte ego van zijn hoofdpersonages. Alles is plastic.

Zo ook hun nieuwste ‘kunstwerk’: een industriële, simpele recyclebak voor statiegeldblikjes, zogenaamd om daklozen te helpen. Het idee doet denken aan Sywert van Lienden, die zich tijdens de coronacrisis als redder van het volk presenteerde — en er vooral zelf beter van werd. De jongens noemen hun project “kunst”, maar lijken vooral trots op hun eigen succes. “We willen gewoon winnen en gaan letterlijk de hele afvalketen revolutioneren.”

Het zijn slimme jongens, dat moet je ze nageven — bijna om jaloers op te worden — die een gat in de markt vonden en dat moeiteloos weten te verkopen als idealisme. Gemeentes happen gretig toe: in plaats van zelf de moeite te doen iets op te lossen, lijken ze liever met miljoenen te willen smijten of rustig af te wachten tot iemand opdraaft met een idee dat half Nederland waarschijnlijk allang had bedacht — geboren uit dezelfde frustratie over het zwerfafval dat zij zelf hebben veroorzaakt.

Het project zelf heeft als kunst geen waarde, net als de prullenbak ernaast. Wat volgt is een onvermijdelijke breuk tussen de twee: waar Antonius steeds zakelijker en economisch gedrevener wordt, raakt Pablo verstrikt in zijn eigen tegenstrijdigheden. De één ziet handel, de ander wilt betekenis.

‘Plastic dromen’ is geen visueel meesterwerk, en het biedt geen personages om van te houden. Maar het is wél een opwindende, ironische film over het systeem waarin we leven — een systeem waarin de één blikjes uit vuilnisbakken trekt om te overleven, terwijl de ander er een businessmodel omheen bouwt en zichzelf kunstenaar noemt. Het systeem recyclet niet het blik, maar de ongelijkheid zelf.

Martijn Smits

Waardering: 3.5

Speciale vertoning: Nederlands Film Festival 2025
Uitzending op tv: maandag 7 oktober 2025, KRO-NCRV