Plop en de kabouterbaby (2009)

Regie: Bart van Leemputten | 65 minuten | familie | Acteurs: Walter de Donder, Aimé Anthoni, Chris Cauwenbergs, Agnes de Nul, Ron Brandsteder, Jean-Marie Pfaff, Johan Boskamp, Piet Huysentruyt, Kobe van Herwegen, Jenne Decleir, Sofie van Moll

In ‘Plop en de kabouterbaby’ vindt kabouter Lui een grote bosbeekaardbei, die in een wiegje over de rivier door het kabouterbos dobbert. De kijker weet dan al lang dat er onder die aardbei een baby’tje ligt, want dat is zojuist door de voice-over verteld, aardig geïllustreerd door een voorleesboek. Het is een slimme vondst om een van de spannendste momenten van de film – de film opent er nota bene mee – op deze wijze in de film te verwerken; door het prentenboek wordt er enige afstand gecreëerd en lijkt het minder eng dat het karretje van een klein baby’tje zo maar van zijn ouders’ wagen losraakt en in de rivier plonst. Het lijkt wel of de makers er dit keer bewust voor hebben gekozen om elke vorm van spanning uit de film weg te laten, want in ‘Plop en de kabouterbaby’ treffen we alleen maar goedmoedige kabouters aan, geen enkel personage heeft iets kwaadaardigs in zijn zin, zoals het maken van een pinguïnsoep of het stelen van de slee van de kerstkabouter. De kracht van de Plopavonturen zit ‘m in de onderling zo verschillende personages Plop, Klus, Lui en Kwebbel, en dat hebben de filmmakers dit keer goed in hun achterhoofd gehouden. Ook verkeren geen van de kabouters echt in gevaar en hoeven de kleuters zich alleen maar zorgen te maken over het feit of Plop wel genoeg bosbeekaardbeien bij elkaar kan sprokkelen voor de koekenbakwedstrijd. Okay, en natuurlijk of de baby wel weer bij zijn papa en mama terechtkomt, maar vooralsnog vermaakt de kleine en schattige krummel (overigens geheel onmerkbaar gespeeld door vier verschillende baby’s) zich opperbest bij zijn tijdelijke papa Lui, dus echt zorgwekkend is dat niet.

De arme Klus is dit keer het lijdende onderwerp van het bekende terugkerende grapje: hij haalt keer op keer een nat pak en later krijgt hij zelfs andere vloeistoffen over zich heen gekieperd (tja, baby’s…). Het leuke van het scenario is echter dat deze grap dit keer ook een echte functie heeft: omdat Klus zich zo vaak om heeft moeten kleden en zijn kleding nog niet droog is, leent hij kleding van Lui, waardoor Plop op een cruciaal moment denkt dat de postbode zijn paddenstoel verlaat. Het hele verhaal zit overigens goed in elkaar, dikke pluim voor scenarioschrijfster Haydee Nackaerts. Wat ook in positieve zin opvalt is het camerawerk, dat vooral in de scènes bij het beekje heel behoorlijk is. De aankleding van het decor, het kabouterbos en de inrichting van de paddenstoelen, lijkt ook een niveau opgeschroefd te zijn. De acteerprestaties voldoen ruim aan de verwachtingen. Het optreden van de geijkte bekende tv-personalities, Ron Brandsteder, chef-kok Piet Huysentruyt en Jean-Marie Pfaff, zijn erg kort maar wel vermakelijk.

Natuurlijk, het is een cash cow, deze serie, maar het is duidelijk dat men al het mogelijke heeft gedaan (binnen de grenzen van het budget en gekeken naar wat de doelgroep verlangt) van deze aflevering iets leuks te maken. ‘Plop en de kabouterbaby’ is daardoor een van de betere films in de reeks. De tijd zal het leren, maar misschien kunnen we zelfs wel spreken van een Plop-klassieker.

Monica Meijer