Poltergeist (1982)

Regie: Tobe Hooper | 114 minuten | drama, horror | Acteurs: Craig T. Nelson, JoBeth Williams, Beatrice Straight, Dominique Dunne, Oliver Robins, Heather O’Rourke, Michael McManus, Virginia Kiser, Martin Casella, Richard Lawson, Zelda Rubinstein, Lou Perryman, Clair E. Leucart, James Karen, Dirk Blocker

Horrorfilms waarin geesten nog op de plaats van hun overlijden rondwaren om de levenden te vermoorden of angst aan te jagen zijn tegenwoordig schering en inslag, vooral door de populariteit van Japanse spookverhalen als ‘Ringu’ (‘The Ring’) en ‘Ju-on’ (‘The Grudge’). Begin jaren tachtig liet Steven Spielberg met ‘Poltergeist’ het spookhuisgenre voor het eerst effectief tot in de privésfeer van de kijker doordringen door het te laten plaatsvinden in een doorsneegezin in een buitenwijk. Kortom, niemand was meer veilig. Zelfs lieve kleine meisjes niet. Het was ook de eerste keer, vóór ‘The Ring’, ‘White Noise’ of ‘Videodrome’, dat hét centrale voorwerp in iedere huiskamer – de televisie – tot sinister object of instrument van het kwaad wordt. Tel daarbij de – zeker voor die tijd – indrukwekkende visuele effecten van ILM op, én de donkere, tastbare angstvisioenen van regisseur Tobe Hooper, en het resultaat is een emotioneel geladen, familie-georiënteerde horrorfilm die zelfs decennia later nog weet te imponeren.

De naam van Tobe Hooper is gevallen. Want ook al draagt ‘Poltergeist’ duidelijk het stempel van Spielberg, Hooper, die rillingen over de rug liet lopen met de controversiële cultklassieker ‘The Texas Chainsaw Massacre’, is officieel de regisseur van de film. Hij lijkt verantwoordelijk te zijn voor de wat explicietere, lugubere momenten in de film: de grote “extra” climax waarin alle griezelregisters worden opengetrokken en de kijker wordt overspoeld met skeletten, demonen, en doorgangen naar andere dimensies; de creepy boom voor het raam van Robbie (Oliver Robbins), die hem in een absurde en weinig angstwekkende scène op probeert te slokken; de hallucinatie waarin een parapsycholoog zijn gezicht voor de spiegel van zijn schedel uiteen trekt… het zijn interessante scènes om te contrasteren met Spielbergs aandacht voor de gezinsdynamiek en sympathie voor de familieleden. En grotendeels versterken de uiteenlopende kenmerken en voorkeuren van de twee filmmakers elkaar erg goed. Juist de combinatie van sterke horrorscènes en aandacht voor personages zorgt ervoor dat de toeschouwer meer betrokkenheid bij het verhaal heeft dan normaal gesproken het geval is in het horrorgenre. Het is niet slechts een schriktheater of special effectsshow, maar een sf-horror met een hart.

Dit hart komt voort uit Spielbergs aandacht voor een favoriet onderwerp: het gelukkige gezin als hoeksteen van de samenleving en hoe de liefde voor elkaar uiteindelijk het kwaad moet zien te overwinnen of op zijn minst voor een positieve, hoopvolle toekomst moet zorgen. In zekere zin brengt het kwaad de familie zelfs dichter bij elkaar. Met als eindresultaat dat de televisie het huis niet meer inkomt. Als dit de uitkomst is, zijn er waarschijnlijk vele ouders die een poltergeist zullen verwelkomen. Hoe vermakelijk de horror- en sensatie-elementen van de film ook kunnen zijn, het zijn uiteindelijk de personages die de film overeind houden. De kijker leeft door hun natuurlijke gedrag met ze mee en kan de “paranormale” gebeurtenissen in het huis accepteren omdat ze gefilterd worden door hun ogen; ook al zijn deze op zijn zachtst gezegd stupide.

Vooral de ouders Diane en Steve Freeling (JoBeth Williams en Craig T. Nelson) zorgen voor goodwill bij de kijker. Ze komen over als een geloofwaardig stel met scènes die niet altijd functioneel zijn voor het verhaal maar wel mooi hun onderlinge lol laat zien, zoals wanneer Steve in de slaapkamer net doet alsof hij aan het schoonspringen is in hun nieuw aan te leggen zwembad. Hoewel Steve zich nu in het gedachtegoed van Reagan aan het verdiepen is, zijn hij en zijn vrouw eigenlijk vrijzinnige geesten – wat onder meer duidelijk moet worden uit een leuke scène waarin het tweetal in bed aan het blowen is wanneer de kinderen slapen. Dit is een belangrijk punt gezien hun confrontatie met de geesten en demonen later in de film en hun omgang met de parapsychologen. Dochtertje Carol Ann (Heather O’Rourke) is schattig maar ook onheilspellend wanneer ze bijna in trance op de sneeuwende t.v. afloopt, communicerend met de onzichtbare “t.v.-mensen”. Haar beroemde zin “they’re here” is alleen weinig overtuigend gebracht. Robbie is aandoenlijk in de gesprekken met zijn ouders en als hij bang is voor het onweer en de boom voor zijn slaapkamerraam. Maar het meest memorabele personage is toch wel Tangina Barrons, een kleine, helderziende en paranormaal begaafde vrouw met een hooghartige houding en een hoog stemmetje. Wanneer de spookachtige gebeurtenissen onhandelbaar worden – niet alleen is Carol Ann ontvoerd door de “t.v.-mensen”, haar hele kamer is een pretpark voor rondvliegend speelgoed en stuiterende meubelen geworden – wordt Tangina erbij geroepen en ze loopt meteen met een onaantastbare air in de rondte en trekt alle aandacht naar zich toe. Ze weet van aanpakken maar stelt ook de liefde en doorzettingsvermogen van het gezin op de proef, wat voor enkele intense momenten zorgt.

De visuele effecten zijn in feite een eigen personage in de film. Want ook al zijn de menselijke personages heel belangrijk, ‘Poltergeist’ is voor een groot deel een uithangbord voor de speciale effecten. Helaas is niet alles (nu) even indrukwekkend: de rondvliegende spullen in de kamer, het masker dat voor een gezicht moet voorgaan in het angstvisioen voor de spiegel, de vleesetende boom… het komt toch soms wat knullig over. Maar een flink gedeelte werkt nog prima, vooral als het lichteffecten betreft, zoals wanneer lichtgevende geesten de trap afkomen en iedereen ademloos toekijkt. Bovendien krijgen deze effecten een emotionele lading wanneer de geest van Carol Ann door het lichaam van haar moeder heen vliegt en de tranen haar hierdoor in de ogen springen. Verder is bijvoorbeeld het gigantische demonenhoofd dat kort door de deur naar de andere dimensie heen steekt, tamelijk angstaanjagend. De verzameling effecten bekijkend, zit er niet altijd veel logica of consistentie in: het lijkt vooral de bedoeling om zoveel mogelijk shockerende of spectaculaire effecten te tonen. De reden voor soms komische, onschuldige geesten en dan weer levensbedreigende varianten is niet duidelijk en ook niet waarom Carol Ann überhaupt gevangen genomen wordt, al wordt er wel gepoogd dit uit te leggen. Uiteindelijk zijn de schuldigen de vastgoedontwikkelaars die een begraafplaats geschonden hebben door hier huizen op te bouwen, maar het is geen afdoende verklaring voor alle gebeurtenissen in het huis.

‘Poltergeist’ is tegenwoordig nog een aardig effectief werkje. De film kan nog werkelijk spannend zijn, wat gek genoeg vaak niet eens te maken heeft met grote effecten, maar met camerawerk, belichting, of de opbouw van een scène. De rustige beweging van de camera die een wenteltrap opgaat, “op zoek” naar paranormale verschijningen die zich boven bevinden; de manier waarop het onweer steeds dichterbij komt en Robbie bang maakt; of hoe Carol Ann in trance naar een sneeuwende t.v. toeloopt, die de hele kamer een blauwachtige flikkering bezorgt. Maar ook de speelgoedclown in Robbie’s kamer die ‘s avonds ineens een sinistere grijns krijgt, doet het goed. ‘Poltergeist’ is als sluitend, logisch verhaal eigenlijk het minst succesvol. De redenen en uitkomsten van de verontrustende gebeurtenissen in het huis zijn vaag en de uitleg van de verschillende experts behoorlijk absurd. Net als de manier waarop het huis “geschoond” wordt. Ook is de film niet altijd in balans: sommige gedeeltes zijn te praterig en andere hebben teveel effecten en “sturm und drang”. Maar de sympathieke personages die het hart van de film vormen, gecombineerd met de tastbare spanning en interessante effecten, maken van ‘Poltergeist’ een sterke griezelfilm. Het is een unieke combinatie. Hooper + Spielberg = horror met een scherp randje en familiewaarden.

Bart Rietvink