Pushing Tin (1999)

Regie: Mike Newell | 124 minuten | drama | Acteurs: John Cusack, Billy Bob Thornton, Cate Blanchett, Angelina Jolie, Jake Weber, Kurt Fuller, Vicki Lewis, Matt Ross, Jerry Grayson, Michael Willis, Philip Akin, Mike O’Malley, Neil Crone, Matt Gordon, Joe Pingue

John Cusack heeft een goede reputatie als vertolker van zelfbewuste, jonge Middle Americans die meer willen dan een vrijstaand huis met een voortuin. In dit drama mag hij de strijd aangaan met Billy Bob Thornton, een acteur die immer outsiders mag spelen en dat ook vaak overtuigend doet. Een interessante spiegeling van karakters ligt derhalve voor de hand en daar komt het ook van in ‘Pushing Tin’. Nick Falzone en Russell Bell raken bevriend; niet voordat we weten dat Falzone met zijn huwelijk worstelt en dat ook de vrouw van Russell (Angelina Jolie) de kat graag op het spek bindt.

Dit alles tegen de achtergrond van het luchtverkeersleidersbestaan, een element in de film dat er eigenlijk weinig toe doet. Het zijn de relationele verwikkelingen die ‘Pushing Tin’ voortdrijven, met enerzijds het saaie huwelijk van Falzone en anderzijds het weinig stabiele van Bell; met vier acteurs (Cate Blanchett speelt Connie Falzone) die het klappen van de zweep wel kennen is het een onderhoudende zit. Jolie – die op de set een relatie kreeg met Thornton – is de stoorzender in het leven van Nick, en Russell in dat van Connie en dat werpt een interessant licht op de houdbaarheid van relaties en hoe je die invult, met name in een periode dat het weer begint te kriebelen.

Uiteindelijk gaat de film van Mike Newell (‘Donnie Brasco’) aan het slot toch weer op de Hollywood-tour – vooral Thornton wordt teveel in een stramien gedrukt (zonnebankkleurtje) en er worden nog even wat emoties uit gewurgd, maar ondanks dat is ‘Pushing Tin’ als afwijkend relatiedrama de moeite waard. Cusack wint onze sympathie met de charmes en zwaktes van Falzone’s karakter en Blanchett toont zich een degelijke echtgenote met een midlife; Jolie zit in haar schoonheid-met-een-steekje-los-periode en is ook op haar plaats, net als Thornton die dit soort rollen op routine lijkt te kunnen spelen. De authentieke karakters van de hoofdrolspelers verdrinken net niet in het zoeken naar antwoorden en plotverwikkelingen van de makers; het wachten is op een hernieuwde samenwerking van Cusack en Thornton (en – waarom niet – met Blanchett en Jolie) in een auteursfilm zonder deze bijbedoelingen.

Jan-Kees Verschuure