Que la fête commence… (1975)
Regie: Bertrand Tavernier | 119 minuten | drama, geschiedenis, oorlog | Acteurs: Philippe Noiret, Jean Rochefort, Jean-Pierre Marielle, Christine Pascal, Alfred Adam, Jean-Roger Caussimon, Gérard Desarthe, Michel Beaune, Monique Chaumette, François Dyrek, Jean-Paul Farré, Nicole Garcia, Raymond Girard, Jacques Hilling, Bernard Lajarrige, Monique Lejeune, Georges Riquier, Brigitte Roüan
Frankrijk, 1719. Onder leiding van markies de Pontcallec (Jean-Pierre Marielle) wil Bretagne zich afscheiden van het koninklijk gezag in Parijs. De libertijnse regent Philippe van Orléans (Philippe Noiret), die bijna alle regeringstaken waarneemt omdat koning Lodewijk XV pas vijf is, wil stevig optreden tegen de opstand vanuit Bretagne. Maar de regent hinkt op twee gedachten over hoe hard hij de opstandelingen wil straffen. Hij wil immers niet een nog grotere crisis voor de Franse monarchie veroorzaken. Bovendien staan buitenlandse mogendheden zoals het machtige Spanje te trappelen om te profiteren van de binnenlandse onrust.
Hoewel het geen echte Monty Python-fratsen in zich heeft, geniet de tweede speelfilmregie van Bertrand Tavernier, ‘Que la fête commence…’ (1975), volop van zijn satirische ondertoon met hier en daar letterlijke onderbroekenlol. Zo zie je bedienden in het bijzijn van de regent continue ratten verwijderen in de luxueuze stekjes van de vijfjarige monarch en dragen ze meer dan eens vaasachtige voorwerpen voor de plasmomentjes van de hoge heren. Helemaal naar een closet lopen is ook zo wat. Daarnaast staat de uiterst ambitieuze en manipulatieve kardinaal Guillaume Dubois (Jean Rochefort) Philippe van Orléans bij, die aan de regent bekent dat hij niet in God gelooft maar dat dat komt wanneer hij eenmaal paus is.
Tegelijk sluipt er een melancholische toon in ‘Que la fête commence…’. De progressieve regent wil, tussen de met regelmaat georganiseerde orgieën en vreetfeesten door, Frankrijk hervormen. Zo zou iedereen belasting moeten betalen, dus ook de kerk, en iedereen toegang tot onderwijs moeten krijgen. Maar de meesten van Orléans’ sociale klasse houden dit pertinent tegen of halen op zijn minst de neus op voor zijn proefballonnetjes. Hoewel de regent dus progressief voor zijn tijd is, is hij ook van zijn tijd: Orléans zit gevangen in de privileges van zijn sociale klasse. Bovendien verslapt zijn aandacht wanneer hij enige tegenstand krijgt. Als een schoolmeester waarschuwt Tavernier ook dat de manier waarop de hogere klassen achteloos, en soms met genoegen, omlaag piesen uiterst destructieve gevolgen zal hebben.
In vergelijking met de eerste samenwerking op het misdaaddrama ‘L’Horloger de Saint-Paul’ (1974) is deze achttiende-eeuwse uitstap van Tavernier andere koek voor de weer met plezier spelende hoofdrolspelers Noiret en Rochefort. Wat de twee films wel delen is de losse (soms handheld) cameravoering en de speelsheid waarmee Tavernier de scripts benadert. Wat de regisseur vooral wilde vermijden in ‘Que la fête commence…’., die natuurlijk in de traditie van de historische kostuumfilm staat (‘Barry Lyndon’ van Stanley Kubrick kwam uit in hetzelfde jaar), is dat de acteurs rondliepen in een stoffig museum van het verleden. Nee, in Taverniers werk is geschiedenis altijd in beweging en onvast, net als de cameravoering. In deze kostuumfilm stap je als het ware in het dagelijkse leven van 18de-eeuwers. Er gold wel een andere hiërarchie en moraal, maar ook toen schopten mensen met aanzien, zoals regent Orléans, tegen heilige huisjes en gebruikten anderen, zoals de kardinaal, politieke manipulatie voor eigen gewin en grove taal (specifiek het gescheld van de geestelijke, ondanks in wezen veel decadentere zaken in de film, werd bij de eerste reacties op de film als schokkend ervaren in het thuisland).
‘Que la fête commence…’ is een vrijpostige film maar ook, net als het hoofdpersonage, curieus. Het richt zich op een vrij specifiek hoofdstuk in de Franse geschiedenis. Laatstgenoemde werkt niettemin goed want de kijker krijgt een nieuwe blik op een klein stukje verleden. Ook sluipt er iets tragisch in het verhaal. Orléans neemt zijn verantwoordelijkheid naar rang en stand. Toch zie je dat deze geprivilegieerde man langzaam wordt weggevreten door een systeem dat op zijn laatste benen loopt. De film zelf allerminst. Tavernier en zijn crew gaan gelaagd om met de spanning tussen politieke ideeën en de mix van drama en humor. Dit maakt het ondeugende ‘Que la fête commence…’ nog steeds opmerkelijk gevat en verfrissend.
Roy van Landschoot
Waardering: 4
Bioscooprelease: 14 oktober 1977
