Rango (2011)

Regie: Gore Verbinski | 107 minuten | actie, animatie, avontuur | Originele stemmencast: Johnny Depp, Timothy Olyphant, Abigail Breslin, Alfred Molina, Isla Fisher, Ned Beatty, Bill Nighy, Harry Dean Stanton, Ray Winstone, Alanna Ubach, Claudia Black, Stephen Root, Gil Birmingham, Ryan Hurst, Beth Grant, Kym Whitley, Ian Abercrombie, Maile Flanagan, Nika Futterman, Joe Nunez, Hemky Madera, John Cothran Jr., Jordi Caballero, James Ward Byrkit, Chris Parson | Nederlandse stemmencast: Tygo Gernandt, Georgina Verbaan, Najib Amhali, Edwin de Vries, Monique van de Ven

Een even olijke als eenzame kameleon doodt de tijd in zijn saaie bestaan met het bedenken van spannende verhalen. Die geven die hem in elk geval fictief de kans een heldhaftig bestaan te leiden. Maar zijn nieuwste verzinsel loopt niet goed: “Wat wij nodig hebben, is een onverwachte gebeurtenis die de held het conflict in zal jagen.” Zo deelt hij mee aan zijn vrienden; een opwindvis, een plastic palmboom, een kakkerlak aan gene zijde.

Kort daarop wordt hij even snel als onverwacht zélf met zo’n gebeurtenis geconfronteerd. Via een hedendaagse autoweg wordt de kameleon de mythische wereld van dodelijk droge woestijnen en zanderige western-dorpjes in geslingerd. Aangespoord door een mysterieuze ‘wegwijzer’ gaat hij op weg om zijn persoonlijke queeste te volbrengen; om, kortom, een echte held te worden. Eerst omschrijft hij zichzelf nog als ‘een van de weinige mannen met een meisjesnaam’. Maar al doende verandert het schriele reptiel met de stem van Johnny Depp, in de stoere held met een klinkende naam: ‘Rango’. Feitelijk is het al een wonder dat Rango, onverschrokken en onervaren, hierna überhaupt het dorpje ‘Dirt’ weet te bereiken. Zelfs het koortje Mexicaanse uiltjes dat zijn tocht zingend begeleidt, meldt opgewekt dat onze held een spoedig einde wacht. Dirt ligt namelijk midden in de kokende Mojave-woestijn. Maar met hulp van het charmante hagedisje Beans, lukt het hem toch. Als Rango dan ook nog eens de havik die het dorp teistert, voorgoed weet uit te schakelen, is er maar één vervolg mogelijk: de burgemeester benoemt Rango tot de nieuwe sheriff van Dirt. Eindelijk is Rango wie hij wil zijn: een held, iemand die de zwaarste verantwoordelijkheden met het lichtste gemoed aanpakt.

‘Zijn’ Dirt is het ultieme western-dorpje; langs een stoffige hoofdstraat paradeert een uit houten vaten, roestige benzineblikken en gedeukte brievenbussen opgetrokken stoet bouwsels. Postkantoor, gemeentehuis, gevangenis, kerk. En natuurlijk is er een grimmige saloon, waar gefilterd licht en de klassieke geluiden uit ‘Once Upon a Time in the West’ nog altijd voor suspense zorgen. Er lopen hier heel wat ongure types rond: dikke padden, gilamonsters, stekelvarkens. Maar het grootste probleem van de bevolking? Er is zo weinig water dat zelfs bruistabletten er met een glas lucht worden genuttigd. Het laatste restje doorzichtig goud wordt angstvallig gekoesterd in de kluis van de lokale bank. Tot dat wordt ontvreemd. Helaas heeft Rango ongewild zelf een bijdrage aan die diefstal geleverd. Hij zet alles op alles om de daders en het water te pakken te krijgen. Al doende beginnen zich in Rango’s geest de contouren van een nog veel groter misdrijf te openbaren. Waarom zijn alle bronnen zo plots opgedroogd? Wat is de rol van de burgemeester en zijn kliek? Waarom probeert die met alle macht het land van Beans op te kopen?

‘Rango’ is letterlijk en figuurlijk een pet-project van Gore Verbinski: hij is regisseerde en produceerde de film, werkte mee aan het verhaal en heeft er zelfs wat stemrolletjes in. Om de heldendaden van een kameleon te schetsen, benut ‘Rango’ – een quasi-mystieke western – werkelijk het volledige spectrum aan aardse kleuren. Het detail, de veelzijdigheid en ongebreidelde fantasie waarmee Rango’s wereld is geanimeerd, maken dat je zelf het opstuivend zand in je ogen voelt, dat je een droge keel krijgt, als je ziet hoe de laatste waterdruppel in town verdampt, dat je geniet van de grootsheid van een zonsondergang en huivert bij het toegeknepen oog van ‘Rattlesnake Jake’. Zoals het een animatiefilm betaamt, citeert ‘Rango’ naar hartelust uit andere bronnen: ‘Fear and Loathing in Las Vegas’, ‘Chinatown’, Verbinski’s eigen ‘Pirates of the Caribbean’, een resem aan westerns, maar ook Dali, Tolkien, Kubrick en de Oude Grieken zijn op metaniveau uit ‘Rango’ te destilleren.

‘Animeren’ betekent zoveel als ‘tot leven wekken’. En waar de makers er met verve in slagen een wereld vol amfibieën en reptielen naar menselijke proporties te vergroten, word je door vaart en verhaal van ‘Rango’ ook als kijker tot leven gewekt. Na afloop zal je misschien tot je eigen verbazing concluderen, dat je van begin tot eind hebt meegeleefd met een kameleon met hangende schouders, bolle ogen en een voorliefde voor Shakespeariaanse volzinnen.

Martijn Laman