Ratatouille (2007)

Regie: Brad Bird, Jan Pinkava | 110 minuten |  animatie, komedie, familie | Originele stemmencast: Patton Oswalt, Ian Holm, Lou Romano, Brian Dennehy, Peter Sohn, Peter O’Toole, Brad Garrett, Janeane Garofalo, Will Arnett, Julius Callahan, James Remar, John Ratzenberger, Teddy Newton, Tony Fucile, Jake Steinfeld | Nederlandse stemmencast: Ewout Genemans, Michiel Huisman, Terence Scheurs, Tom Jansen, Jeroen van Koningsbrugge, Herman den Blijker

In 1995 bracht Pixar met ‘Toy Story’ een revolutie te weeg in de wereld van geanimeerde speelfilms. Nog nooit eerder had men digitale figuurtjes van zo’n hoge kwaliteit in een film van bijna anderhalf uur gestopt. Bovendien was men er bij Pixar ook in geslaagd de Disney truttigheid uit het verhaal te weren, zonder dat het bruut of ‘alleen voor volwassenen’ werd. De karakters leken, gek genoeg, meer van vlees en bloed dan bij een Disneyfilm ooit het geval was geweest. En de verplichte liedjes werden overgeslagen, een verademing.

De beeldkwaliteit van deze nieuwe productie is ongekend. Elke volgende Pixarfilm doet je vermoeden dat men nu wel aan zijn taks zit wat betreft aniamtiemogelijkheden, maar niets lijkt minder waar. De vacht van de ratten ziet er nog weer beter uit dan die van de dieren in alle voorgaande films, licht- en schaduwwerking, spiegelingen in lepels en ander metaal, de straten, dat boek aan het begin, het water, het ziet er allemaal adembenemend uit.

De animaties zijn werkelijk verbluffend zowel in realisme als in creatieve uitwerking, met als hoogtepunten de eerste keer dat Remy in de keuken van het restaurant komt en de latere achtervolging door Parijs. Bij de ‘mensen’ is ervoor gekozen ze cartoonesk te houden, wat een wijze beslissing is geweest; op een of andere manier lijkt het toch altijd het moeilijkst  om die honderd procent realistisch in beeld te brengen. De bewegingen van de ratten zijn subliem, nauwkeurig ondersteund door een geluid en effecten en een megagoeie score, die absoluut niet doet denken aan zoetsappige Disneyklanken en die de sfeer van Parijs ondersteunt zonder in al te grote cliché’s te vervallen.

Het verhaal zit uitstekend in elkaar en loopt als een trein. De karakters zijn tegenstrijdig genoeg om interessant te zijn en voor flink drama te zorgen, maar hebben genoeg raakvlakken om geloofwaardig te zijn. Er zitten geen stereotype grappenmakers tussen en geen over the top typetjes; de humor zit hem dan ook niet in flauwe verwijzingen naar lichamelijke afwijkingen of dergelijke, maar in briljant geschreven situaties en confrontaties tussen karakters. De moraal van het verhaal ligt er niet te dik bovenop en is prettig uitgediept, zonder oversentiment of flauwigheid.

Natuurlijk kan een rat niet spreken en zeker niet koken, maar in sprookjesland kan alles, geen probleem. En schrijver en regisseur Brad Bird, die ook ‘The Incredibles’ (2004) schreef én regisseerde, is er in geslaagd de ratten aandoenlijk te maken, zonder hun rattenaard op te geven. De hoofdfiguur, Remy, een rat, is simpelweg een uitzondering op de rest. En dat is ook waar het verhaal over gaat: als je anders bent er toch bij mogen horen, door dapper te zijn in het volgen van je droom, zonder je achtergrond te ontkennen of te vergeten.

Hoe ze het weer voor elkaar krijgen bij Pixar, dat weet niemand. Uiteraard gaan veel credits naar Brad Bird, die naast zijn uitstekende regie, ook weer een geniaal script schreef. Hoe het ook zij, één ding is zeker: Pixar flikt het hem weer! Na de grote successen van ‘Toy Story’, ‘The Incredibles’ en ‘Finding Nemo’ is er nu ‘Ratatouille’, misschien wel de beste in het rijtje. Want op deze film valt niets, maar dan ook werkelijk niets aan te merken, integendeel. ‘Ratatouille’ is een meesterwerk, punt uit.

Arjen Dijkstra