Rebecca (1940)

Regie: Alfred Hitchcock | 130 minuten | drama, thriller, romantiek | Acteurs: Joan Fontaine, Laurence Olivier, George Sanders, Judith Anderson, Nigel Bruce, Reginald Denny, C. Aubrey Smith, Gladys Cooper, Florence Bates, Melville Cooper, Leo G. Carroll, Leonard Carey, Lumsden Hare, Edward Fielding, Forrester Harvey

De boeken van de Britse schrijfster Daphne du Maurier, vol suspense en soms zelfs neigend naar gothic horror, vormden een belangrijke inspiratiebron voor regisseur Alfred Hitchcock. In 1939 verfilmde hij ‘Jamaica Inn’ dat zich afspeelde in Du Mauriers geboorteplaats Cornwall en ook de bekende film ‘The Birds’ is geïnspireerd op een kort verhaal van de schrijfster. Het grootste succes was echter ‘Rebecca’ uit 1940, tevens de eerste film die Hitchcock maakte in de Verenigde Staten (ook al zijn de beelden hoofdzakelijk in Groot-Brittannië opgenomen en is het overgrote deel van de cast Engels). De film werd geproduceerd door David O. Selznick, die een jaar eerder grote triomfen vierde met ‘Gone with the Wind’ en Hitch naar de Verenigde Staten had gehaald. De samenwerking tussen Hitchcock en Selznick verliep jammer genoeg niet optimaal, aangezien hun ego beide heren enorm in de weg stond. Dat stond het succes van ‘Rebecca’ echter niet in de weg: het is de enige prent van Hitchcock die de Oscar voor beste film won. Bovendien leverde het Hitch zelf zijn enige Oscarnominatie voor beste regisseur op.

Sir Lawrence Olivier speelt Maxim de Winter, een steenrijke weduwnaar van middelbare leeftijd. Zijn vrouw, Rebecca, is niet zo lang geleden overleden bij een tragisch zeilongeluk. In Monte Carlo loopt Maxim, die met zijn ziel onder zijn arm rondloopt, een piepjonge en verlegen vrouw tegen het lijf (Joan Fontaine). Ze worden verliefd en treden halsoverkop in het huwelijk. De ‘tweede mevrouw De Winter’- haar eigen naam komt de kijker nooit te weten – gaat met haar kersverse echtgenoot wonen in diens gigantisch grote landhuis, Manderley. Daar, in dat spookachtige kasteel, wordt ze al gauw geconfronteerd met haar voorgangster Rebecca, wiens geest nog overal rondwaart in de grote zalen en gangen van Manderley. Alles wat de jonge vrouw doet wordt afgewogen tegen de manier waarop Rebecca het vroeger deed. Haar hele leven staat plots in de schaduw van een dode, met wie ze zich nooit zal kunnen meten. Vooral de angstaanjagende huisvrouw mevrouw Danvers maakt de kersverse bruid moedwillig het leven zuur.

Duistere familiegeheimen, moord en verraad in een huiveringwekkend oud landhuis. Al deze elementen zijn vertegenwoordigd in ‘Rebecca’. Wanneer dit materiaal door een andere regisseur was gebruikt had het best een lachwekkend geheel kunnen worden. Maar aan Alfred Hitchcock kun je het verwerken van een gothic roman als ‘Rebecca’ wel overlaten. Hitchcock had – dankzij Selznick – een groot budget tot zijn beschikking en maakte van het landhuis Manderley bijna een apart personage. Dit prachtige, aan zee gelegen huis is het sfeervolle decor voor een onheilspellende romance tussen Joan Fontaine en Laurence Olivier. Hitchcock speelt al zijn artistieke troeven optimaal uit: de geheimzinnige en duistere voorgeschiedenis, de argwaan, de sprookjesachtige romance die wordt overschaduwd door het verleden en de mogelijkheid dat Fontaines personage in de val is gelokt. Met veel genoegen laat hij de spanning zo ver oplopen dat het ondraaglijk wordt voor haar.

Selznick was niet alleen als producent bij de film betrokken maar tevens verantwoordelijk voor de casting van hoofdrolspeelster Joan Fontaine, die op uitmuntende wijze de verlegen en angstige tweede mevrouw De Winter portretteert en terecht werd genomineerd voor een Oscar. En dan te bedenken dat haar tegenspeler Laurence Olivier niets van Fontaine moest hebben; hij had liever zijn verloofde Vivien Leigh tegenover zich gehad. Zijn frustraties vierde hij op de set bot op Fontaine. De geruchten gaan dat Hitchcock Olivier zijn gang liet gaan. De regisseur was van mening dat Fontaine’s bange en onzekere optreden in de film realistischer zou zijn als ze werkelijk geïntimideerd was door de andere acteurs. Olivier zelf zet op degelijke wijze de mysterieuze Maxim de Winter neer. Judith Anderson speelt als de ijzige en angstaanjagende bediende mevrouw Danvers de beste rol uit haar carrière en een van de meest memorabele slechteriken uit de filmgeschiedenis.

‘Rebecca’ werd genomineerd voor elf Oscars en won er uiteindelijk twee, voor beste film en beste cinematografie, en bevestigde tevens het talent van Joan Fontaine. Een jaar na deze film zou ze opnieuw schitteren in een Hitchcock, ‘Suspicion’ (1941). Voor die rol wist ze haar Oscarnominatie wél te verzilveren. Liefhebbers van Hitchcock of klassieke films kunnen hun hart ophalen met deze geweldige thriller boordevol spanning en sfeer.

Patricia Smagge