Renoir – Runowâru (2025)
Regie: Chie Hayakawa | 118 minuten | drama | Acteurs: Yui Suzuki, Hikari Ishida, Lily Franky, Ayumu Nakajima, Yumi Kawai, Ryôta Bandô, Gilles de Jesus, Hana Hope, Keiko Morikawa, Jeffrey Rowe, Charlie St. Cyr
Jeugdfilms dragen altijd een risico met zich mee, namelijk dat kindacteurs dikwijls over onvoldoende talent beschikken om een volledige film te kunnen dragen. Wil je een kwalitatieve jeugdfilm maken, dan is goede casting zodoende het halve werk. De Japanse regisseur Chie Hayakawa maakt hier goed gebruik van voor haar coming-of-age-film ‘Renoir’, met de 12-jarige Yui Suzuki in de hoofdrol. Deze jonge actrice weet haar zwaarwegende rol volkomen geloofwaardig neer te zetten.
Yui Suzuki speelt de rol van Fuki, het enige kind van Utako (Hikari Ishida) and Keiji (Lily Franky). Haar leven komt in een stroomversnelling terecht wanneer haar vader, die lijdt aan kanker in een vergevorderd stadium, noodgedwongen in het ziekenhuis belandt. Haar moeder, die zich als afweermechanisme volledig op haar werk heeft gefocust, ziet haar nauwelijks staan. Fuki is gewend om haar eigen boontjes te doppen, maar is desalniettemin eenzaam. Ze zoekt overal naar verbintenis met anderen, zoals met een rijk meisje op school en een volwassen man die ze via een datinglijn heeft ontmoet. In dat laatste geval ziet Fuki nauwelijks in dat ze wegens haar zoektocht naar contact op het punt staat om in een precaire situatie te belanden.
‘Renoir’ is een ingetogen, reflectieve film vanuit het zoekende en alsmaar veranderende perspectief van een kind. In plaats van te vertrouwen op een plotgedreven verhaal, zet de film juist in op sfeer, observatie en onverwerkte emoties. De film ontvouwt zich als een aaneenschakeling van herinneringen; sommige zijn vrolijk, andere juist weer pijnlijk. Wat de film goed begrijpt is dat niet elke distinctieve herinnering even zwaarwegend hoeft te zijn. De naderende dood van Fuki’s vader is zonder meer een belangrijk gebeurtenis in haar jeugd, maar dat geldt evengoed voor de kleinere momenten, zoals een kortstondige vriendschap met een klasgenootje of haar opbloeiende voorliefde voor kaarttrucs en goochelarij (een terugkerend element in de film).
De film toont op een waarheidsgetrouwe wijze hoe een kind de werkelijkheid ervaart. Bepaalde plotdetails rondom Fuki worden niet altijd even duidelijk uitgelegd, juist omdat zij bepaalde zaken niet goed begrijpt of er simpelweg weinig interesse voor toont. Sommige karaktermotivaties blijven zodoende verborgen en niet elk personage krijgt een resolutie. Ook de tijdspanne is niet altijd even duidelijk. Er verstrijken momenten die aanvoelen als dagen, soms juist weer als weken en dan weer als maanden. De film laat regelmatig tv- en radiofragmenten op de achtergrond horen. Vanwaar deze nadruk? Voor Fuki waren deze fragmenten klaarblijkelijk veelzeggend, al weten wij als kijker niet altijd waarom. Hetzelfde geldt voor de titel van de film, die verwijst naar de Franse kunstschilder Renoir, waarvan diens schilderij La Petite Irène op een gegeven moment in de film voorkomt. Wellicht schuilt er een diepere betekenis achter deze toevoeging, maar één ding is zonneklaar: voor Fuki was dit schilderij in haar jeugd hoogst belangrijk.
Vanwege de fragmentarische insteek is de film niet altijd even meeslepend; er zijn bepaalde scènes die gerust hadden mogen worden ingekort. Wat uiteindelijk vooral beklijft zijn de karakters. Het acteerwerk is goed, maar het is hoofdrolspeler Yui Suzuki die echt indruk achterlaat. Zij heeft als Fuki de grootste rol in ‘Renoir’ en acteert met verve. Er is geen sprake van grote emotionele uitbarstingen of overdreven onschuld. In plaats daarvan mag zij observerend, verward, gepikeerd en stilletjes nieuwsgierig zijn, en dat vaak allemaal tegelijk. Deze authenticiteit geeft de film emotionele geloofwaardigheid en voorkomt dat hij vervalt in zoete nostalgie of sentimentaliteit.
Chie Hayakawa haalde naar eigen zeggen veel inspiratie uit de Spaanse dramafilm ‘El espíritu de la colmena’ (Víctor Erice, 1973), over een jong meisje dat opgroeit in een klein dorp vlak na de Spaanse Burgeroorlog. De inspiratie is niet moeilijk om te missen. De locatie en tijd zijn anders, maar beide films delen dezelfde voortslepende eenzaamheid en dromerige sfeer. Deze uitwerking blijkt dan ook universeel te zijn. Onze herinneringen worden deels gevormd door wat we waarnemen, en vervolgens waar we nog eens later aan terugdenken. Als je dat príncipe in een film zou moeten vangen, komt ‘Renoir’ aardig dicht in de buurt.
Len Karstens
Waardering: 3.5
Bioscooprelease: 5 februari 2026
