Saw (2004)

Regie: James Wan | 102 minuten | horror, thriller, misdaad | Acteurs: Cary Elwes, Dina Meyer, Leigh Whannell, Danny Glover, Ken Leung, Mike Butters, Paul Gutrecht, Michael Emerson, Benito Martinez, Shawnee Smith, Makenzie Vega, Monica Potter, Ned Bellamy, Alexandra Bokyun Chun, Avner Garbi

Hoewel gehinderd door aardig wat schoonheidsfoutjes, is er een grote kans dat ‘Saw’ een flinke horrorhit gaat worden. Of liever gezegd, dat is hij al. In Amerika liep men storm voor de film, en internetgebruikers prijzen de film de hemel in. Deze film vindt zijn weg wel naar de doelgroep. De horror-, maar ook de thrillerfan komt met ‘Saw’ goed aan zijn trekken.

De premisse van de film is tamelijk briljant en bijzonder prikkelend. De mannen moeten ofwel heel goed samenwerken om uit de kelder te kunnen komen en/of erg gehaaid, en betrekkelijk egocentrisch te werk gaan, om de medelotgenoot een stap voor te zijn, en hem te vermoorden, of in ieder geval de eigen dood te verhinderen. Het begin van de film werkt goed in op die interessante dynamiek, waarbij in eerste instantie vooral sprake is van het proberen elkaar te helpen, maar toch altijd die voorzichtigheid en argwaan blijven bestaan. Die hele beginsituatie, waarbij de mannen eigenlijk niets of weinig doen, en vooral de situatie proberen te begrijpen en de weinige aanwijzingen of attributen samen proberen te gebruiken, is intrigerend. Bij (het bereiken van) elke nieuwe aanwijzing stijgt de psychologische spanning.

Jammer is dat de dramatische, en spanningopwekkende, mogelijkheden van deze ruimte en situatie niet vaker worden uitgebuit. Al gauw wordt deze ruimte namelijk verlaten, door middel van een veelvoud aan flashbacks. De eerste vindt plaats wanneer de goede dokter zich ineens herinnert met de (potentiële) dader te maken te hebben gehad, omdat hij zelf een verdachte was. Dit (een beetje te) handige plotmechanisme zorgt ervoor dat we kennis maken met de agenten die de seriemoorden behandelen, van welke we vervolgens ook beelden te zien krijgen (beelden die de dokter zelf overigens niet in zijn herinnering kan hebben). We zien enkele van de moorden van dichtbij. Eentje draait om een man, die had gepoogd zelfmoord te plegen door zijn polsen door te snijden, en voor straf in een kamer vol met aan prikkeldraad vastgemaakte scheermesjes is neergezet (in de trant van Dario Argento’s ‘Suspiria’). Als hij zich hier doorheen op tijd een weg weet te banen, kan hij naar buiten, anders niet en valt de deur dicht. De moordenaar, zo blijkt, wil zijn slachtoffers het leven laten waarderen. Dit motief zien we ook bij de volgende marteling, waar we (grotendeels) in real time getuige van zijn. Dit keer gaat het om een vrouw die met een groot, ijzeren masker op haar hoofd in een kamer zit. Het masker is in feite een omgekeerde berenklem en schiet bruut open, het hoofd van de vrouw verbrijzelend, als ze niet op tijd de sleutel ervan weet te vinden. Deze bevindt zich in de buik van een in de kamer liggende, slechts bewusteloze man. Ze heeft een mes gekregen om haar doel te bereiken. Wat doet ze? (En, nog interessanter, wat zou jij doen?).

Dit specifieke segment is waarschijnlijk het meest memorabele van de hele film. We zitten werkelijk in spanning, en de morele beslissing is gruwelijk, alsmede het tafereel dat zich afspeelt in de kamer. Daar komt bij dat ze haar instructies krijgt via een (via videoboodschap pratende) clownachtige pop met een huiveringwekkend gezicht/masker (ook refererend aan Argento, dit keer zijn ‘Profondo Rosso’).

Deze flashbacks werken goed, omdat ze ons een inkijkje geven in de werkwijze van de moordenaar (de uitgebreide puzzels hier zijn duidelijk door films als ‘Se7en’ geïnspireerd). Echter, scènes als de arrestatie van de dokter duren te lang, en de speurtocht van de agenten, die we vanaf nu steeds vaker zullen gaan volgen, is, hoewel in zichzelf soms best spannend, cliché en leidt af van de centrale personages. Verder worden de flashbacks van de twee personages in de kelder vanaf dit punt wel erg gemakkelijk ingezet. Wanneer de plot dit vereist, herinnert één van beide figuren weer iets belangrijks dat gebeurde vlak voor ze in de kelder werden geplant. Zoals de dokter die op een gegeven moment door een man met een varkenskop werd aangevallen in een garage. Lijkt me toch niet iets dat je snel vergeet. Ook Adam herinnert zich verschillende zaken wanneer de plot hierom vraagt. Wel worden we hierdoor een keer getrakteerd op een griezelige zoektocht in zijn appartement. Het is donker, en hij moet daarom de flitser van zijn camera gebruiken om de mogelijke dader in zijn kamer te kunnen zien. Een erg goed gevonden variatie op een stereotiep soort scène. In de korte flitsen verwacht je steeds iets angstaanjagends te zien.

Het acteerwerk is van wisselende kwaliteit. De twee hoofdpersonages zijn meestal adequaat, al is Elwes in een aantal scènes te over-de-top. Vooral de climax is, naast inhoudelijk (of vanuit het personage bekeken) ongeloofwaardig, te overdreven geacteerd. Danny Glover is verder vrij matig als de typische verlopen detective die maar niet de zaak opgelost krijgt.

Ook is het jammer dat de climax – die vergezeld gaat van een “twist” die in eerste instantie verrassend is, maar eigenlijk niet plausibel lijkt, en vooral de aandacht op zichzelf trekt – teveel een anti-climax is. Na al die verwachtingen die in het begin van de film werden opgezet, willen we toch wel een bevredigende “pay-off” krijgen. Een pay off in de vorm van een psychologisch en moreel georiënteerde, zenuwslopende confrontatie tussen de twee mannen, zoals in het geval van de vrouw met de berenklem. Een dergelijk krachtig einde blijft echter uit, ten faveure van de tegenwoordig zo verplichte “twist”. Veel meer ook had gedaan kunnen worden aan de motivering van de dader, en de vestiging van een band met de hoofdpersonages, die de kijker nu vrij koud laten.

De film heeft zeker veel sterke punten. Zoals gezegd is de hele premisse van de twee mannen in die ene ruimte fascinerend. En tijdens vele scènes ben je geboeid of zit je op het puntje van je stoel door de (psychologische) spanning, de (expliciete) horror, de David Fincher-achtige sfeer, en de ingenieuze spelletjes van de zieke geest van de moordenaar. Echter, er wordt te veel met een gekunstelde flashback-structuur en overbekende subplotjes gewerkt. Ook valt de film af en toe ten prooi aan een overdadige Mtv-montagestijl (snel rondraaiende camera, snelle cuts) en afleidende (hard)rock muziek, die de spanning van de situaties eerder ondermijnen dan onderstrepen. Toch kunnen we uiteindelijk niet anders doen dan de debuterende regisseur prijzen om zijn vrij verfrissende behandeling van bekende vormen.

Bart Rietvink