Scarecrow (1973)

Regie: Jerry Schatzberg | 112 minuten | drama | Acteurs: Gene Hackman, Al Pacino, Dorothy Tristan, Ann Wedgeworth, Richard Lynch, Eileen Brennan, Penelope Allen, Richard Hackman, Al Cingolani, Rutanya Alda

‘Scarecrow’ had begin jaren zeventig goede papieren. Al Pacino en Gene Hackman namen de hoofdrollen voor hun rekening. Pacino had net wereldfaam gemaakt als Michael Corleone in ‘The Godfather’. Hackman had al vele films op zijn naam staan, waaronder het succesvolle ‘The French Connection’. Op het filmfestival van Cannes deed ‘Scarecrow’ het ook goed, regisseur Jerry Schatzberg kreeg er een Gouden Palm voor. En toch trok de veelbelovende film geen volle bioscoopzalen. Het werd geen Hollywood-kaskraker, en evenmin een cultklassieker. Vreemd, want de film is zeer de moeite waard.

‘Scarecrow’ is een roadmovie over twee tegenpolen die elkaar langzaam leren kennen en uiteindelijk onafscheidelijk worden. Dat klinkt wellicht standaard, maar dat is de film zeker niet. De openingsscène is meesterlijk en zet al meteen de toon voor de hele film. Het decor is een eindeloze weg in een eindeloze woestijn. Het doet theatraal aan: prikkeldraad, een boom en twee uitzonderlijke figuren. Ze kennen elkaar niet en het is onduidelijk hoe ze daar terecht zijn gekomen.

Ze proberen een lift te krijgen, allebei op hun eigen manier. Lionel (Pacino) probeert op aandoenlijke wijze Max (Hackman) voor zich te winnen. Hij wil hem aan het lachen maken, dat lukt pas na vele pogingen. Je weet niets van de mannen, maar een ding is zeker: ze gaan met elkaar verder. Als Lionel Max aan het lachen heeft gemaakt, is dat het begin van een verbond. Ze worden zakenpartners. Max heeft zes jaar gezeten wegens geweldpleging, maar gaat het nu helemaal anders doen. Hij is vastberaden om een autowasstraat te beginnen, in Pittsburg. Lionel moet toevallig dezelfde kant uit. Hij gaat zijn kind opzoeken dat hij nog nooit gezien heeft.

Lionel is een vrolijke en lieve man. Hij vecht nooit, want hij is er van overtuigd dat dat onnodig is als je anderen aan het lachen kunt maken. Lionel vertegenwoordigt het goede. Hij vertedert en krijgt onmiddellijk de sympathie van de kijker. Max daarentegen is lomp, nors, irritant en agressief. Het is onduidelijk waarom Lionel zich zo aangetrokken voelt tot Max. Misschien omdat hij in staat is om van iedereen te houden.

Lionels naïviteit en zijn geloof in de goedheid van de mens brengen hem soms in gevaarlijke situaties. Max, die veel beter door heeft hoe de harde wereld in elkaar steekt, werpt zich op als beschermeling. De mannen leren van elkaar. Ze ontwikkelen een bijzondere relatie waarin plaats is voor hun beide karakters. Soms ligt het er wat dik bovenop en komt de moraal wel heel duidelijk naar boven. Dit wordt enigszins tenietgedaan als Lionels vrolijke levensfilosofie niet levensvatbaar blijkt te zijn en hij Max heel hard gaat nodig hebben.

Het acteerwerk is uitzonderlijk goed. Een heerlijk jonge Al Pacino was toen al een meesteracteur. Gene Hackman roept zowel irritatie als sympathie op, maar is bovenal geloofwaardig. De soms wat moralistische ondertoon moet vooral maar gezien worden in een tijdsbeeld, in de context van de jaren zeventig. Dat era heeft overigens ook wat moois opgeleverd. Films hoeven niet meer goed af te lopen. Die ‘nieuwe mode’ is zeker in deze film geweldig tot zijn recht gekomen.

Marl Pluijmen