Secrets & Lies (1996)

Regie: Mike Leigh | 142 minuten | drama | Acteurs: Brenda Blethyn, Timothy Spall, Marianne Jean-Baptiste, Phyllis Logan, Claire Rushbrook, Elizabeth Berrington, Michele Austin, Lee Ross, Lesley Manville, Ron Cook, Emma Amos, Brian Bovell, Trevor Laird, Claire Perkins, Elias Perkins McCook

Zelfs de meest bekroonde films ontkomen niet aan kritiek, maar het Britse ‘Secrets & Lies’ werd internationaal helemaal de hemel in geprezen. Gelauwerd onder de palmbomen van Cannes, in Nederland niet uit de filmhuizen weg te branden en in Amerika geroemd om de pure emoties. Eén naam viel altijd bij het prijzen van de film: Brenda Blethyn. Haar vertolking van de volkse Cynthia is om meerdere redenen onvergetelijk. Zij is zo overrompelend dat het bijna iconisch wordt; bijna – maar nog net niet – ironisch; zo echt dat het je werkelijk raakt en zo ontdaan van alle glamour dat het niet aan de aandacht van Hollywood kon ontsnappen. Vijf Oscarnominaties waren het gevolg en tot veler ontsteltenis werd Blethyn in 1997 verslagen door ene Frances McDormand (‘Fargo’) als beste actrice.

In Nederland was het van eenzelfde laken en pak: een film met échte mensen, jubelde de verlichte bioscoopganger. De kanttekeningen – ze waren er wel – kwamen voornamelijk uit thuisland Engeland. De arbeidersklasse zou door regisseur Mike Leigh stereotiep zijn neergezet: als kudde emotionele autisten (de mannen) en beschonken huilebalken (natuurlijk Cynthia, die alle goedheid en onmacht van ‘volkse’ mensen in zich draagt). De pijlen werden met name gericht op Leigh zelf, die geacht werd de werkmens te verheffen, als ‘rooie’ filmmaker.

Voor alle bovenstaande meningen valt iets te zeggen. Feit is dat Leigh een warme film heeft gemaakt over mensen die het moeilijk hebben met hun emoties. Hij toont zich in ‘Secrets & Lies’ eerder een sociaal idealist dan een realist, wat wel eens moeilijk kan vallen gezien zijn eerdere werk, bijvoorbeeld het cynische ‘Naked’ (1993). Het resultaat is wisselvallig. De vonken springen eraf in de confrontaties tussen Cynthia en haar geliefden. In het begin is daar het gekonkel tussen Cynthia en Roxanne over onbenulligheden, vervolgens het bezoek van Maurice aan zijn zus en de toenaderingspogingen tussen de kinderlijke Cynthia en de ijzig koele Hortense: puur kijkgenot. Irritant is de sjabloonmatige wijze waarop Leigh zijn sociale visie aan de kijker opdringt: de jonge Cynthia laat zich tot twee keer toe bezwangeren door een onbekende en het kind dat ze afstaat is nu een zwarte carrièrevrouw; Cynthia is een van liefde overlopende oude vrijster met ongewenst nageslacht terwijl haar schoonzus Monica juist een kil secreet is dat geen kinderen kan krijgen.

Dat soort paradoxale constructies zijn we van Leigh gewend maar de ‘coming out’ tijdens de barbecue gaat wel erg ver. De boodschap dat liefde en leed mensen – ongeacht ras of status – kunnen verbinden komt over, maar het ongemakkelijke gevoel dat de hele film met je meereist wordt er daar iets te opzichtig uitgegooid.

De acteerprestaties vergoeden echter veel, met name die van Timothy Spall als de gelaten huisfotograaf Maurice en Claire Rushbrook als lethargische thuiszitter Roxanne. Bovendien kan Mike Leigh als geen ander spreken met beelden. Let er bijvoorbeeld eens op hoe Maurice en zijn assistente Jane met elkaar omgaan. Woorden overbodig. En bij Brenda Blethyn denken we voor altijd aan Cynthia Purley.

Jan-Kees Verschuure