See No Evil, Hear No Evil (1989)

Regie: Arthur Hiller | 103 minuten | actie, thriller, komedie, misdaad | Acteurs: Richard Pryor, Gene Wilder, Joan Severance, Kevin Spacey, Alan North, Anthony Zerbe, Louis Gambialvo, Kirsten Childs, Hardy Rawls, Audrie J. Neenan, Lauren Tom, John Capodice, George Bartenieff, Alexandra Neil, Tonya Pinkins, Bernie McInerney, George Harris, Zach Grenier, Joe Viviani, Alice Spivak, Joel Swetow, Shiek Mahmud-Bey

Het is de derde keer dat de wegen van Richard Pryor en Gene Wilder elkaar in filmland kruisen. Dit is ook aan alles in ‘See No Evil, Hear No Evil’ te merken, want de interactie tussen beide hoofdrolspelers lijkt zo natuurlijk, dat men zou denken dat de twee werkelijk boezemvrienden zijn. Vaak bestempeld als de slechtste samenwerking tussen Pryor en Wilder, is ‘See No Evil, Hear No Evil’ echter een ijzersterke komedie van het type zoals ze alleen in de jaren 80 gemaakt werden: knullige ‘helden’, mooie vrouwen en hele, maar dan ook hele slechte schurken.

‘See No Evil, Hear No Evil is de tweede film op rij van het komisch duo waarin ze onterecht van een misdaad worden beschuldigd. In ‘Stir Crazy’ uit 1980 werden de heren al voor een bankoverval tot levenslang veroordeeld. Nu is er een extra dimensie aan het verhaal toegevoegd: handicaps. Het feit dat Pryor een blinde man speelt, wat hij overigens met verve doet (hij knippert bijna geen één keer in de film), en Wilder een dove, maakt sommige situatie net iets grappiger dan in ‘Stir Crazy’. Het zijn vaak simpele constructies van wat op het eerste gezicht op platte grappen lijkt, die de film het kijken waard maken. De beschaafdheid en loomheid waarmee Wilder humor benadert zorgen ervoor dat de grappen op niveau blijven. De in eerste instantie vloekende combinatie van verschillende soorten humor werkt in het voordeel van de film. Pryor, de grondlegger van de black comedy en Wilder, de joodse theateracteur, zijn in de filmgeschiedenis tot elkaar veroordeeld. Volgens insiders waren de twee nooit echte vrienden. Wilder vertelde meerdere malen dat het moeilijk was om met Pryor samen te werken. Volgens hem was hij door zijn drugsverslaving veeleisend. Desondanks spat de chemie er op het witte doek vanaf. De één vult de ander aan. In één scène wordt Pryor, de blinde, verwisseld met een Nobelprijswinnende gynaecoloog. Wanneer hij een toespraak moet houden over iets waar hij duidelijk níet het fijne van weet, is alleen zijn dove kompaan er om hem uit de situatie te redden. Het gevolg is een toneelstuk in de film. De acteurs spelen zo goed op elkaar in dat het lijkt of ze de helft van de scène improviseren. Het zou ook niet zo gek zijn als dat waar was, want de film staat bol van de zulke momenten.

De soundtrack van Don en David Was helpt bij het opwekken van nostalgische gevoelens. De volledig uit synthesizers opgebouwde ‘staccato’ muziek is typisch jaren 80, maar wel zonder schreeuwerig te zijn. Het begeleidt de film nauwkeurig. Visueel gezien is de film netjes afgewerkt, zonder bijzondere fratsen. Het is te merken dat regisseur Arthur Hiller zijn sporen heeft verdiend in het actie/komedie genre. De film is inhoudelijk een goede balans van redelijke spanning afgezet tegen hilarische momenten. Het duo Pryor en Wilder bereikte in deze film zijn hoogtepunt. En ook al is het waarschijnlijk niet zo geweest, als kijker zal je jezelf toch voorhouden dat de twee comedians in het echte leven elkaars beste vrienden waren. Juist dát geeft de film zo’n speciaal gevoel.

Waldy van Geenen