Séraphine (2008)

Regie: Martin Provost | 125 minuten | drama, biografie | Acteurs: Yolande Moreau, Ulrich Tukur, Anne Bennent, Geneviève Mnich, Nico Rogner, Adélaïde Leroux, Serge Larivière, Françoise Lebrun, Léna Breban, Francis Lacloche, Corentin Lobet

Het vakkundig verfilmen van het leven van een kunstenaar is een kunst op zich. Toch blijven ongrijpbare artistiekelingen een interessant onderwerp voor filmmakers. Met een beetje geluk wakkert een biografische film bovendien nieuwe aandacht aan voor het oeuvre van een schilder, beeldhouwer of fotograaf. In het verleden zagen we dat bijvoorbeeld bij films over Jean-Michel Basquiat (‘Basquiat’, 1996), Jackson Pollock (‘Pollock’, 2000) en Frida Kahlo (‘Frida’, 2002). In Frankrijk stal cineast Martin Provost de harten van het filmpubliek met zijn film ‘Séraphine’ (2008), over de zonderlinge Séraphine de Senlis. Provost kiest bewust voor een uitsnede uit haar leven – hij volgt haar van haar veertigste tot haar zestigste levensjaar – en focust zich op de periode waarop ze begint te schilderen. In eigen land werd de film overladen met prijzen. Van de negen César-nominaties werden er maar liefst zeven verzilverd, waaronder die voor beste film en beste originele scenario.

De hoofdrol in ‘Séraphine’ wordt gespeeld door de Brusselse actrice Yolande Moreau, die eveneens een César verdiende met haar sterke optreden. In haar leven kende Séraphine niets dan ellende. Ze groeide op in een arm gezin en moest keihard werken voor de kost. De film pakt de draad op kort voor de uitbraak van de Eerste Wereldoorlog. Séraphine werkt bij verschillende rijke mensen in de huishouding. In de nachtelijke uren schildert ze, op haast kinderlijke wijze, de natuurpracht waar ze zo van houdt. Omdat haar dat is ingefluisterd door de Heilige Geest, meent ze. Eén van de mensen bij wie ze schoonmaakt is de Duitse kunstkenner Wilhelm Uhde (Ulrich Tukur), een belangrijke man in de artistieke wereld die geldt als een van de ontdekkers van Picasso en Braque. Eén blik op een van haar piepkleine schilderijtjes volstaat om in Séraphine een ruwe diamant te ontdekken. Uhde brengt haar werk onder de mensen en zorgt ervoor dat haar schilderijen verkocht worden. De oorlog en de beurscrisis van eind jaren twintig gooien echter roet in het eten. Bovendien lijkt het er steeds meer op dat Séraphine ze niet helemaal op een rijtje heeft…

Niet alleen Séraphine is een boeiende figuur, ook Wilhelm Uhde heeft een verhaal te vertellen. Martin Provost maakt ze in feite beide hoofdrolspeler van zijn film. Was deze prent in Hollywood gemaakt, dan was de nadruk gelegd op de heroïsche opkomst van de kansarme kunstenares. Provost kiest voor een heel andere opzet. De laatste jaren van haar leven bracht Séraphine door in een gesticht en dat steekt de filmmaker niet onder stoelen of banken. De nadruk ligt op het naïeve karakter, de beperkte intelligentie en de sluimerende godsdienstwaanzin die Séraphine in de greep hebben. Uhde is de man die haar redding lijkt te kunnen brengen, maar hij worstelt met zijn eigen problemen. De kunsthandelaar is namelijk homoseksueel en kon daar in het burgerlijke milieu waar hij vandaan komt geen invulling aan geven. Twee boeiende figuren, twee sympathieke figuren ook. En toch leer je ze nooit echt kennen. Het verhaal, geschreven door Provost en Marc Abdelnour, blijft beperkt tot de oppervlakte. Er wordt weinig gezegd, niet alleen letterlijk maar ook figuurlijk, en dat is in dit geval een voordeel. Provost neemt zijn kijkers in elk geval serieus en kauwt gelukkig niet alles voor.

‘Séraphine’ wordt absoluut gedragen door hoofdrolspelers Moreau en Tukur. Vooral Moreau (‘Quand la mer monte…’, 2004) spéélt haar rol niet, nee ze is Séraphine. Haar manier van lopen, haar nerveuze oogopslag – het hele plaatje klopt. Tukurs rol is heel wat minder opvallend maar de Duitse acteur (die we onder meer kennen uit ‘Das Leben der Anderen’, 2006) speelt Uhde met een opmerkelijke subtiliteit, waarmee hij de kunsthandelaar niet alleen realistisch maar ook bijzonder sympathiek neerzet. Bijrollen worden prima ingevuld door onder anderen Anne Bennent en Adélaïde Leroux. Een pluim gaat ook uit naar kostuumontwerpster Madeline Fontaine en production designer Thierry François, want de aankleding van de film is tot in de puntjes verzorgd. De fotografie van Laurent Brunet en de schaarse maar prachtige muziek van Michael Galasso vormen de kers op de taart. Zij kunnen echter niet voorkomen dat de film in zijn geheel genomen aan de trage kant is – soms wordt het tempo volledig uit de film gehaald door het beeld tussentijds een paar seconden op zwart te gooien, waarna de gang er weer helemaal opnieuw in moet komen. Nergens voor nodig! De film is door zijn traagheid bovendien lang niet voor alle kijkers geschikt.

‘Séraphine’ is een fraai vormgegeven film vol goede bedoelingen. Het acteerwerk is over de gehele linie prima in orde. Om die redenen krijgt de film dan ook een ruime voldoende. Martin Provost graaft echter niet genoeg door in zijn onderwerp. Want na het zien van deze film weten we eigenlijk nog niet veel over deze merkwaardige en wereldvreemde dame, die van schrobvrouwtje in een kunstenares veranderde – die overigens pas na haar door volledige erkenning kreeg voor haar werk. Ja, in grote lijnen kennen we nu haar levensloop. Maar wie ze nu precies was…? Ook wordt er te weinig ingegaan op haar werk; slechts sporadisch krijgen we schilderijen van haar te zien. Voor de liefhebber van serieuzere cinema is deze film van Martin Provost best de moeite waard, maar met zijn 125 minuten biedt ‘Séraphine’ erg veel film met jammer genoeg (te) weinig inhoud.

Patricia Smagge

Waardering: 3.5