Shelby Oaks (2024)

Recensie Shelby Oaks CinemagazineRegie: Chris Stuckmann | 91 minuten | horror, thriller | Acteurs: Sarah Durn, Mason Heidger, Joe Quinn, Mariah Burks, Rebecca DeMarco, C.L. Simpson, Camille Sullivan, Sloane Burkett, Brenna Sherman, Caisey Cole, Anthony Baldasare, Eric Francis Melaragni, Lauren Ashley Berry, Lori Palminteri, Emma Wolfe, Michael Beach, Fox Stuckmann, Grayson Stuckmann

Filmmakers wiens oorsprong op YouTube ligt: we kennen inmiddels een paar zeer succesvolle voorbeelden. Denk aan Bo Burnham en de gebroeders Philippou; sketchmakers die van Hollywood een groter podium kregen en dat met beide handen aangrepen. Nu is het de beurt aan Chris Stuckmann. Al meer dan tien jaar filmrecensent op YouTube en nu filmmaker in de dop. Een transitie die we opvallend vaak andersom zien: van halfbakken filmmaker naar iemand die dan maar wat gaat vinden van films. Want dat blijkt toch makkelijker (en eerlijkheid gebiedt te zeggen dat dat ook zeker het geval is). Denk aan YouTubers als The Critical Drinker en Ben Shapiro. Stuckmann pakt het dus anders aan. Na meer dan tien jaar films te hebben gerecenseerd op het internet, gebruikt hij zijn vergaarde publiek en bekendheid om zijn eigen verhalen op het grote doek te vertellen.

Hij haalde met een Kickstartercampagne $1,4 miljoen op. Een zeer klein budget, zeker voor een speelfilm. Daarmee schoot Stuckmann ‘Shelby Oaks’. Vlak voor de première stapte distributeur Neon in en kocht de film. Stuckmann kreeg alsnog extra middelen om geschrapte scènes te draaien en delen van de film opnieuw op te nemen met een hogere productiewaarde. Dat alles leidt tot de huidige cut van ‘Shelby Oaks’.

‘Shelby Oaks’ volgt Mia (Camille Sullivan), die twaalf jaar na de onverklaarde verdwijning van haar zus Riley (Sarah Durn) nieuwe aanwijzingen vindt die haar obsessieve zoektocht nieuw leven inblazen. Aan de hand van videotapes, gemaakt door Riley en haar vrienden, en een documentaire die twaalf jaar na dato wordt geproduceerd, ontvouwt Stuckmann het verhaal. De found footage verraadt duidelijk waar zijn wortels liggen, maar voelt in de eerste helft vooral als een hommage aan het genre, eerder dan als een gemakzuchtige stijlkeuze. De documentairevorm blijkt daarbij een interessante invalshoek, waarmee spanning en dreiging langzaam kunnen worden opgebouwd. Hier laat Stuckmann zien dat hij zijn genre in ieder geval deels beheerst.

Maar als voormalig recensent, met een uitgesproken voorliefde voor horror, ligt Stuckmann vanzelfsprekend onder een vergrootglas. Wie tien jaar lang de valkuilen van het genre benoemt, krijgt onvermijdelijk de deksel op de neus zodra hij er zelf instapt. En precies dat gebeurt in de tweede helft van ‘Shelby Oaks’. Niet één valkuil, maar vrijwel allemaal. De documentairestijl wordt afgeworpen en de horrorclichébingokaart laat zich opvallend gewillig vullen.

De film verschuift van suggestieve opbouw naar een herkenbaar patroon van goedkope jumpscares (als Stuckmann nou ergens een hekel aan had…), voorspelbare onthullingen en personages die consequent de minst logische keuzes maken. De plot hangt aan elkaar van toevalligheden en wordt aangekleed met een demonenmythologie die rechtstreeks uit het genrehandboek lijkt te komen. De foundfootagetechniek die in de eerste helft nog voelt als een bewuste, liefdevolle verwijzing naar het genre, blijkt in retrospectief vooral een vertrouwde genrekruk. Een cliché dat Stuckmann niet kon laten liggen.

De onvermijdelijke conclusie is dan ook dat Stuckmann simpelweg geen begenadigd schrijver is. Veel van de problemen ontstaan door keuzes die hij eerder in het script maakt. Dat wordt bijvoorbeeld duidelijk in de relatie tussen Mia en haar man, die vanaf het begin al op losse schroeven staat maar inhoudelijk weinig toevoegt. In plaats van dit personage vroegtijdig uit het verhaal te schrijven, blijft hij aanwezig zonder functie. Het gevolg is een geforceerde scène later in de film, waarin hij moet uitleggen waarom het blijkbaar logisch is dat hij Mia midden in de nacht alleen naar een verlaten gevangenis laat vertrekken. Het is exemplarisch voor ‘Shelby Oaks’ als geheel en onderstreept hoe weinig grip Stuckmann heeft op zijn eigen verhaal. Hetzelfde geldt voor alle toevalligheden die Mia tot de ontdekkingen leiden die zij nodig heeft. Het is een zwaktebod dat Stuckmann daarop moet terugvallen en het bewijst maar eens te meer dat het aanwijzen van fouten eenvoudiger is dan ze vermijden, en dat kennis van het genre geen substituut is voor schrijverschap.

Stuckmann de schrijver krijgt een dikke onvoldoende, maar Stuckmann de regisseur slaagt met vlag en wimpel voor zijn eerste examen. In de documentairepassages kiest hij consequent voor statische kaders en langere takes, waardoor ruimte ontstaat voor observatie en ongemak. In de found footage-sequenties wordt de camera juist onrustiger en subjectiever ingezet, wat het gevoel van authenticiteit versterkt. Ook de montage toont beheersing: scènes krijgen de tijd om te ademen en worden zelden kapotgesneden voor een goedkoop effect. Zelfs wanneer de film inhoudelijk ontspoort, blijft de regie technisch coherent. Het benadrukt dat Stuckmann zijn grootste kracht voorlopig niet op papier, maar achter de camera laat zien.

Ondanks alle tekortkomingen is ‘Shelby Oaks’ geen mislukking, maar vooral een onvolwassen debuut. Stuckmann toont als regisseur voldoende technisch inzicht en gevoel voor sfeer om te rechtvaardigen dat hij deze stap heeft gezet. Tegelijkertijd maakt de film pijnlijk duidelijk waar zijn grootste werk nog ligt: in het schrijven. We zullen zien of Stuckmann die kwaliteiten kan ontwikkelen, of allicht met een coauteur moet gaan werken. De kennis van het genre is onmiskenbaar aanwezig, maar kennis alleen blijkt onvoldoende wanneer structuur, motivatie en oorzaak-gevolgrelaties ontbreken. ‘Shelby Oaks’ voelt daarmee minder als een geslaagde transitie en meer als een leerproces dat zich publiekelijk voltrekt. Bingo blijkt hier geen overwinning.

Jelco Leijs

Waardering: 3

VOD-release: nader te bepalen, 2026