Shut Up and Sing (2006)

Regie: Barbara Kopple, Cecilia Peck | 93 minuten | biografie, documentaire | Met: Natalie Maines, Emily Robison, Martie Maguire, Rick Rubin, George W. Bush, Simon Renshaw, Adrian Pasdar

‘Just so you know, we’re ashamed the President of the United States is from Texas.’

Woorden maken soms meer kapot dan je lief is. Dat ondervond Natalie Maines, zangeres van de succesvolle Amerikaanse countrygroep Dixie Chicks, toen ze op 10 maart 2003 tijdens een concert in London de oorlogsplannen van mede-Texaan George W. Bush bekritiseerde. Haar woorden werden opgepikt door de Engelse krant The Guardian, waarna de rechtse Amerikaanse media er bovenop sprongen. Het leverde de Dixie Chicks de woede op van een groot deel van de fanbase – voornamelijk ultraconservatieve Rednecks – waarop cd-verbrandingen, radioboycots en doodsbedreigingen volgden.

In de Amerikaanse documentaire ‘Shut Up and Sing’ gaan we terug naar die roerige dagen van 2003. Beelden van het concert in London en de daaropvolgende weken worden afgewisseld met opnamen van de Dixie Chicks anno 2006. Centraal staat zangeres Natalie Maines, een eigengereid opdondertje met een geweldig zangtalent en een waffel die je met geen drie invasielegers stil krijgt. We zijn niet alleen getuige van de discussies die de Chicks onderling en met hun management voeren, maar ook van hun angst voor een optreden in Dallas, wanneer de doodsbedreigingen opeens heel reëel lijken.

Het levert een documentaire op die meer is dan een portret van een stel fantastische muzikanten (naast Maines de zussen Emily Robison en Martie Maguire). De film toont aan hoe in Amerika vrijheid van meningsuiting een loos begrip dreigt te worden; kritiek mag, maar je kunt er als individu keihard voor worden gestraft. Bij het uitwerken van dit onderwerp hadden de makers het geluk dat ze met de Dixie Chicks een stel integere en nuchtere vrouwen troffen, die nooit enige politieke ambitie koesterden en zelf nog het meest verbaasd waren over alle ophef.

Het is wel jammer dat regisseurs Kopple en Peck de twee kampen nogal zwart-wit hebben afgeschilderd. Terwijl de Chicks soms wat al te sympathiek en rockfähig worden neergezet, vormen hun conservatieve tegenstanders het bewijs dat eeuwenlange inteelt niet samengaat met een volwaardig intellect. De nu al klassieke quote ‘freedom of speech is fine, as long as you don’t do it in public’ is grappig en veelzeggend, maar het had de makers gesierd als zij ook wat intelligentere tegenstanders aan het woord hadden gelaten.

Neemt niet weg dat ‘Shut Up and Sing’ een prima documentaire is die een breed publiek zou moeten aanspreken. De film is tegelijk een kijkje in de wondere wereld van de muziekindustrie en een kritische blik op het Amerika van George W. Bush. Daarbij is er gelukkig ook nog tijd voor wat fijne countrynummers, waaronder een heerlijk swingende cover van Dylan’s ‘Mississippi’. Want dat deze Dixie Chicks in de eerste plaats een stelletje rasmuzikanten zijn, zal niemand na het zien van deze documentaire kunnen ontkennen.

Henny Wouters