Sirât (2025)
Regie: Oliver Laxe | 120 minuten | actie, avontuur, drama, muziek, thriller | Acteurs: Sergi López, Bruno Núñez Arjona, Stefania Gadda, Joshua Liam Herderson, Richard ‘Bigui’ Bellamy, Tonin Janvier, Jade Oukid, Ahmed Abbou, Abdellilah Madrari, Mohamed Madrari
Grote luidsprekers worden opgestapeld in een leeg woestijnlandschap. Steile rotswanden weerkaatsen een grommende technobeat. Stof stijgt op onder het ritme van stampende lichamen. ‘Sirāt’ opent op intrigerende wijze en voert de kijker een wereld binnen die voor velen onbekend zal zijn: de wereld van illegale woestijnraves.
In de Marokkaanse woestijn zoekt Luis (Sergi López) samen met zijn zoon Esteban (Bruno Núñez Arjona) naar zijn vermiste dochter, vermoedend dat zij is opgegaan in de rondreizende ravescene. Ze sluiten zich aan bij een groep ravers die dieper de woestijn in trekt, op weg naar het volgende feest. Wat begint als een gerichte zoektocht, wordt gaandeweg een tocht door steeds onherbergzamer terrein. De opzet – een vader die zich begeeft in een voor hem volstrekt vreemde subcultuur op zoek naar zijn dochter – roept associaties op met Paul Schraders ‘Hardcore’. Die ontmoeting tussen twee generaties en leefwerelden levert enkele mooie momenten van toenadering op. ‘Sirāt’ blijft echter niet lang binnen dat vertrouwde kader. Halverwege verschuift de film ingrijpend van toon en richting, via een wending die het publiek onvermijdelijk zal polariseren. Regisseur Oliver Laxe speelt doelbewust met de verwachtingen van de kijker, om ze vervolgens resoluut te ondermijnen, soms op shockerende wijze. Dat kan frustreren, maar voelt tegelijkertijd als een verademing in een filmklimaat waarin het nemen van risico’s steeds zeldzamer lijkt te worden.
Eveneens opvallend is de castingkeuze: Sergi López is de enige ervaren acteur in de groep; de ravers die Luis en Esteban vergezellen spelen in feite variaties van zichzelf. Dat is soms merkbaar in het spel, maar werkt uiteindelijk in het voordeel van de film. Hun aanwezigheid versterkt de authenticiteit en voorkomt dat de ravescene wordt gefictionaliseerd.
De grootste kracht van ‘Sirāt’ schuilt in de samensmelting van beeld en geluid. De indrukwekkende cinematografie van Mauro Herce geeft de Marokkaanse woestijn een bijna oers karakter. Uitgestrekte vlaktes en steile rotswanden, in combinatie met de grommende, pulserende technoscore van Kangding Ray, creëren een intens gevoel van dreiging – alsof de aarde elk moment kan openscheuren en het einde van de wereld nabij is. Die wisselwerking doet denken aan William Friedkins ‘Sorcerer’, waarin een levensgevaarlijke jungletocht wordt voortgestuwd door de hypnotiserende elektronische score van Tangerine Dream. Al bereikt ‘Sirāt’ niet dezelfde monumentale hoogtes, blijft het een ongenadige, zintuiglijke ervaring in zijn eigen recht.
‘Sirāt’ werkt niet in alle opzichten even bevredigend, en sommige keuzes zullen ongetwijfeld verdelen, maar juist deze compromisloze houding onderscheidt de film. Laxe speelt bewust met de verwachtingen van de kijker, terwijl het sociale commentaar impliciet blijft en nooit wordt opgedrongen. In al zijn explosieve intensiteit is het een film die je bij voorkeur ervaart op het grootste scherm dat je kunt vinden, met geluid dat je niet alleen hoort, maar voelt.
Julian Meijer
Waardering: 3.5
Bioscooprelease: 19 februari 2026
