Sleuth (2007)

Regie: Kenneth Branagh | 86 minuten | drama, thriller | Acteurs: Michael Caine, Jude Law, Harold Pinter

Je zou je kunnen afvragen of er wel vraag is naar een remake van een film uit 1972, die op zijn beurt al was gebaseerd op een toneelstuk van twee jaar daarvoor? Het is de moeite waard gebleken, al was het maar omdat de versie uit 1972, onterecht, nooit erg grote bekendheid heeft genoten. Het verhaal is tijdloos en laat zich gemakkelijk nog eens vertellen.

In feite is het een soort toneelstuk gebleven: slechts twee personages en vier muren zijn de schaarse ingrediënten voor het stuk. Maar binnen deze eenvoud is gestreefd naar perfectie, zowel wat betreft het decor als de personages en, belangrijker nog: de dialogen. De film leunt eigenlijk volledig op de spanning die de verbale strijd tussen de twee mannen met zich meebrengt. Direct bij binnenkomst van Milo wordt de toon gezet. Als Andrew de deur opendoet en naast zijn dikke Mercedes Milo’s bescheiden autootje ziet staan, vraagt hij plagerig of Milo met de trein is gekomen. “Nee, ik ben hierheen gereden,” zegt Milo. “Oh, is die kleine auto dan van jou?” komt Andrew direct terzake. Duidelijk is dat hij niet veel opheeft met de werkloze, duidelijk uit een ander milieu afkomstige Milo Tindle, die sinds kort een relatie heeft met zijn vrouw Maggie. Wyke is zelf uit de hogere klasse afkomstig, en heeft geen zin daar bescheiden over te doen. Ook over zijn vergaarde fortuin geneert hij zich geenszins, wat blijkt uit zijn exorbitant grote huis, met ultramoderne, futuristische inrichting. Vrijwel alles in huis is automatisch te bedienen; dit valt samen met de thematische controle die als een rode draad door de film loopt. De machtswisselingen tussen de twee mannen vallen opvallend vaak samen met wie de piepkleine afstandsbediening op dat moment in handen heeft.

Andrew is trots op zijn huis en wil graag de tijd nemen om zijn gast rond te leiden. Tindle, die eerst meteen ter zake wil komen, raakt geïntrigeerd door de man en zijn huis, en speelt mee met het beginnende spel van opbieden en aftroeven. Vooral in dit deel, waar de plot nog onbeslist is; de film compleet van de dialoog afhankelijk is, zijn de dialogen messcherp en vaak erg geestig. Overigens is er nog iets wat de eerste minuten van de film heel bijzonder maakt: de twee mannen zijn in de beginfase slechts te zien in buitengewone cameraperspectieven: door de zwart-wit beveiligingscamera’s, gefilmd door een glas heen of door middel van andere visuele vondsten. Pas later in de film zien we de personages ‘gewoon’ door de camera.

Als een tenniswedstrijd wordt de film opgebouwd. De eerste set wordt glansrijk door Andrew Wyke gewonnen, die de arme Milo misleidt en hem met doodsangst en vernedering zijn verlies laat erkennen. Maar dan slaat Milo terug, met een verrassende vondst die bij de kijker maar langzaam doordringt. Na zijn wraak is Milo nog niet geheel tevreden en de mannen vervolgen hun sadistische spelletje waarbij een ieder op zijn hoede moet blijven.

Opmerkelijk is de ‘queer-lezing’ van de film. Er worden handenvol aanwijzingen gegeven die kunnen wijzen op homo-erotische gevoelens, vanuit beide mannen overigens. Dit begint vrij onschuldig als Tindle in zijn angst zegt helemaal niet verliefd te zijn op Wykes vrouw, eigenlijk helemaal niet op vrouwen valt, ja, het zelfs nog liever met een hond of geit zou doen, of een man. Wyke gaat hierin een stap verder en lijkt Milo een oneerbaar voorstel te doen, die op zijn beurt te verleiding moet toegeven. Dit aspect geeft de film wat extra spanning mee, maar wordt niet expliciet uitgewerkt.

Zowel Jude Law als Michael Caine (die overigens in de versie uit 1972 de rol van Milo Tindle op zich nam) zetten een magnifiek optreden neer. Net zoals de personages dat doen, proberen de acteurs elkaar ook voortdurend af te troeven. Hierdoor blijft de spanning voelbaar aanwezig. De wijzigingen in het script zijn goed bedacht, maar door de vele twisten is het laatste deel een tikkeltje langdradig geworden. Maar dat is de film te vergeven.

Ruby Sanders