Songs from the Second Floor – Sånger från andra våningen (2000)

Regie: Roy Andersson | 100 minuten | drama | Acteurs: Lars Nordh, Stefan Larsson, Tommy Johansson, Jöran Mueller, Bengt C.W. Carlsson, Torbjörn Fahlström, Sten Andersson, Rolando Núñez, Lucio Vucina, Per Jörnelius, Peter Roth, Hanna Eriksson, Sture Olsson, Fredrik Sjögren

Aan de ene kant is het jammer dat de Zweedse regisseur Roy Andersson zo vreselijk precies werkt. Hij doet er daardoor erg lang over om een film af te leveren. Aan de andere kant maakt zijn werkwijze hem uniek en als er dan eindelijk eens een film af komt laat die film wel een compleet eigen universum zien. Zonder een echt script, met slechts de scènes in zijn hoofd, maakt Andersson voorstudies van elke scène, om elke mogelijkheid uit te proberen tot hij de beste heeft gevonden. De camera laat hij niet bewegen, alleen de mensen in het beeld. En die mensen haalt hij uit winkels, restaurants en van straat, wat zorgt voor een zeer ongebruikelijke cast. Deze mensen zien er tegelijkertijd doodnormaal en knotsgek uit. En ze kunnen nog acteren ook.

Het universum van ‘Songs from the Second Floor’ is hopeloos en bizar, iedereen wil weg maar niemand komt een stap verder, terwijl er voortdurend het gevoel van een naderend onheil is. Het is niet gemakkelijk om een mens te zijn, zegt de dikke Kalle. Steeds wordt de troostende dichtregel “geliefd zijn zij die gaan zitten” (Vallejo) herhaald door Kalles jongste zoon, zijn oudste zoon is gek geworden door het dichten. Het is pijn doen of pijn lijden in ‘Songs from the Second Floor’. De goochelaar en de man die hij doormidden zaagt, de baas en de ontslagen werknemer, de martelaars en de martelaren, de levenden en de doden. De schuld aan het lijden van anderen lijkt mensen te achtervolgen, in Kalles geval letterlijk. De dode Sven (waarbij hij schulden had) komt hem achterna lopen, zo ook een slachtoffer van de nazi’s en vele andere doden. Kalle smijt kruisbeelden naar ze, maar ze komen steeds weer terug. Op een ander moment is een groot gezelschap -compleet met bisschoppen- bezig een jong meisje een afgrond in te duwen om zich erna in een hotel te bezatten: we hebben een bloeiende jeugd geofferd, kunnen we meer doen? Er komt geen antwoord.

‘Songs from the Second Floor’ moet eigenlijk bekeken worden als een symbolisch werk, als je dat niet doet blijft er slechts een serie losse absurdistische sketches over. Een normale spanningsboog is er niet, geen begin-midden-einde waarbij elke scène te maken heeft met de volgende. Het vergt dus wat aanpassingsvermogen om deze film te kijken en niet iedereen zal dit kunnen waarderen. Maar door Anderssons oog voor detail wordt elk beeldje als een schilderij, met een zorgvuldige compositie en zonder felle kleuren: bruin, grijs, blauw en lichtgeel overheersen. Met zijn verontrustende maar amusante waanzin doet het universum van Anderson denken aan dat van Monty Python, maar dan met een zware depressie. ‘Songs from the Second Floor’ is een kunstwerk, waarin ontsnappen onmogelijk is.

Emy Koopman