Streetart Frankey (2026)

Recensie Streetart Franky CinemagazineRegie: Peter Wingender | 70 minuten | documentaire

In de documentaire ‘Streetart Frankey’ volgen we Frank de Ruwe, een hyperpositieve kunstenaar die met name in Amsterdam het straatbeeld kleur geeft met kleine en grote kunstwerken. ‘Ik ben Frankey en ik maak kunst waar mensen om moeten lachen’, benoemt hij als een soort credo. Die komische en creatieve kijk op alledaagse perikelen komt in veelvoud terug en is een genot om te aanschouwen.

De hele persona rondom Frankey ademt optimisme. Hij vertelt hoe hij in het leven staat, maar meer nog zie je het aan zijn relaxte en soepele houding; kijk bijvoorbeeld naar het felrode mutsje dat hij altijd draagt. Constant scant hij zijn omgeving om vervolgens zijn creatieve brein erop los te laten en inventieve connecties te maken. Omdat het om street art draait, gaan de gedachten al gauw uit naar Banksy; later wordt hij samen met Maurizio Cattelan genoemd als een groot voorbeeld.

Een voorbeeld van zijn humoristische insteek zien we bij een gebouw ergens in Tilburg waar het woord ‘dansschool’ groot op de gevel staat. Echter mist er een o. Boven op het dak zet Frankey een grote figuur van Homer Simpson die de gestolen letter ‘o’ triomfantelijk vasthoudt alsof het een donut is. Het illustreert niet alleen hoe Frankey kijkt naar de wereld, maar ook zijn vele verwijzingen naar popcultuur. Buiten The Simpsons zien we WALL-E, Suske en Wiske, Michael Jordan, Buurman en Buurman, The Ninja Turtles en zelfs Amsterdams icoon André Hazes de revue passeren.

Als The New York Times zijn werk opmerkt, begint er in de Verenigde Staten een balletje te rollen. In de Big Apple maakt hij kinderdromen waar en krijgt hij een ruimte ter beschikking om zijn werk tentoon te stellen. Daarbij fietst hij als een soort Bob de Bouwer met een trapladdertje bewapend rond, om ook de straten van New York op te leuken. De jeugdige bravoure die in die scènes naar boven drijft, is het leukste om naar te kijken. Je voelt de toewijding en de trots.

Voor de verkiezingen in de Verenigde Staten ontwierp Frankey een gigantisch knuffelbeerpak waarvan de ene helft vuurrood is en de andere helft lichtblauw. Zijn bedoeling is om zowel Republikeinse als Democratische bijeenkomsten in het land te bezoeken, om aldaar de mensen te verenigen. Met een kogelvrij vest, want je weet het maar nooit in ‘het land van de vrijheid’, kruipt hij zelf in het pak en tracht mensen te knuffelen. Hij benadrukt dat hij zijn vingers niet te veel wil branden aan politieke zaken en het project komt dan ook niet helemaal lekker uit de verf.

Frankeys bevlogenheid en denkwijze worden kracht bijgezet door de documentaire, die vaak op snappy wijze door beelden heen vliegt en met subtiele animaties kleur geeft aan de film. Wat dat betreft zit het vrij goed in elkaar, maar het mist af en toe wat houvast. We vliegen vrij willekeurig en vlot door de kunst en het gedachtegoed van Frank heen, maar het is af en toe zoeken wat de onderliggende boodschap is. Já: dat een mens zijn of haar dromen voor altijd moet blijven najagen. Meer nog voelt het als een tentoonstelling; een uithangbord waarmee Streetart Frankey weer een nieuw publiek kan aanboren.

Sjoerd Crins

Waardering: 3.5

Bioscooprelease: 9 april 2026