Superman – Superman: The Movie (1978)

Regie: Richard Donner | 146 minuten | actie, drama, komedie, avontuur, romantiek, fantasie | Acteurs: Marlon Brando, Gene Hackman, Christopher Reeve, Ned Beatty, Jackie Cooper, Glenn Ford, Trevor Howard, Margot Kidder, Jack O’Halloran, Valerie Perrine, Maria Schell, Terence Stamp, Phyllis Thaxter, Susannah York, Jeff East

Wie dacht dat oude Superheldenfilms alleen kinderlijke of knipogende stripfiguurkitsch in de trant van de Batmanserie uit de jaren tachtig kan opleveren, zal met ‘Superman: The Movie’ aangenaam verrast worden. Deze eerste echte Supermanfilm van regisseur Richard Donner is een uitgebalanceerd werk met een topcast, volwassen script, geweldige muziek, mooi camerawerk en, ook nu nog, betrekkelijk overtuigende special effects. Het karakter van Superman is in de jaren dertig in het leven geroepen door Jerry Siegel en Joe Shuster, in het stripblad Action Comics – waar in de korte proloog van Donners film expliciet aan gerefereerd wordt – en is sinds die tijd in vele audiovisuele media teruggekomen en heeft vele ontwikkelingen doorgemaakt; in series, radioprogramma’s, tv-films, en natuurlijk stripvorm. Na de tragische dood van populaire Supermanacteur George Reeves leek ook het personage zelf een treurige dood te zijn gestorven en het zou een respectvolle, professionele aanpak, en de juiste acteur, vergen om dit legendarische figuur nieuw leven in te blazen. En schrijver Mario Puzo, van ‘Godfather’-faam, regisseur Richard Donner, en acterende nieuwkomer Christopher Reeve, bleken in dit opzicht een gouden combinatie te zijn.

De film is aan de lange kant, waarbij vooral de opmaat naar de kennismaking met Christopher Reeve als de volwassen Superman ingekort had kunnen worden, maar deze introducties dragen wel bij aan een noodzakelijke uitdieping van het centrale personage, dat in zichzelf, met zijn gigantische, en ongelimiteerde krachten, dramatisch gezien immers niet bijster veel te bieden heeft. We komen het een en ander te weten over zijn achtergrond: zo leren we hoe zijn vader, Jor-El (Brando), ook al vocht voor waarheid en gerechtigheid en tegen trots en jaloezie, en wat zijn intenties waren toen hij zijn zoon naar de aarde stuurde – wat Supermans, toen nog Kal-El genaamd, taak zou zijn in de wereld van mensen, die een nobel volk vormen, maar het licht missen om hen te leiden. Dit zijn interessante zaken om mee te krijgen over Supermans afkomst, maar het duurt wat te lang, ook al geeft Brando’s aanwezigheid het geheel wat extra allure. Er wordt te uitvoerig gefilosofeerd en geredetwist, en te veel tijd besteed aan het veroordelen van drie criminelen, het wegzenden van kleine Kal-El, en de ineenstorting en ontploffing van de planeet. We zijn ruim twintig minuten verder wanneer Kal-El eindelijk door zijn (toekomstige) adoptieve ouders in Smallville wordt opgemerkt.

De tijd die kleine Superman spendeert op de boerderij van zijn nieuwe ouders is noodzakelijk voor de volgende laag in zijn personage. Hier zien we oorsprong van de “dorpsheid” die hij later als journalist Clark Kent zal tonen: zijn ouderwetse taalgebruik – met woorden als “swell” en “golly”-, zijn bescheidenheid, en de duidelijke normen en waarden in zijn ongecompromitteerde karakter. Ook zien we hier de tragiek in het besef dat hij niet alles kan doen of voorkomen met zijn krachten: hij staat machteloosheid tegen de sterfelijkheid van mensen om hem heen; mensen die hij liefheeft. Tenslotte krijgt hij hier van zijn adoptieve vader te horen dat zijn krachten gebruikt moeten worden voor een speciaal, belangrijk doel – en niet om touchdowns te scoren met football.

Na op de Noordpool zijn fort van eenzaamheid te hebben gecreëerd en een goed gesprek heeft gevoerd met (de geest van) vader Jor-El, begeeft hij zich naar de grote stad Metropolis, om aan het werk te gaan bij de krant de Daily Planet. We zijn dan al een klein uur verder, maar het tempo en amusementsgehalte neemt nu flink toe en zal tot het eind niet meer verslappen. Hier zien we eindelijk Christopher Reeve ten tonele verschijnen, die een schot in de roos blijkt te zijn voor de twee helften van zijn persoonlijkheid. Donner koos hier opzettelijk voor een onbekend acteur, net als Bryan Singer later zou doen met ‘Superman Returns’, om andere associaties met de acteur te vermijden en hem alleen als Superman te kunnen zien. En Reeve is een ideale belichaming van de legendarische held. Het superheldenpak zit de lange, imposante acteur als gegoten en met zijn blauwe ogen, charmante glimlach en gladgestreken haar is Lois Lane (Margot Kidder)’s verliefdheid te begrijpen. Tegelijkertijd is hij ideaal als de klunzige Clark Kent, die overal tegenaan loopt, steeds te laat is voor de lift, en wiens bril steeds van zijn neus glijdt. Erg doeltreffend is de (bewust) verschillende manier waarop Lois met deze persoonlijkheden omgaat – onverschillig en bijna neerbuigend tegen Clark, en vol liefde en ontzag tegenover Superman; maar hoe dan ook altijd pittig. Deze dynamiek is amusant en belangrijk voor de levendigheid en tweeslachtigheid van deze vreemde driehoeksverhouding, en Margot Kidder is hier, net als Reeve, een ideale Lois Lane, al is haar zoete liefdesgedicht tijdens de vliegpartij met Superman, via voice-over, wat te veel van het goede.

Ook is Hackman een voortreffelijke Lex Luthor, al wordt zijn inclusie in het verhaal te veel omgeven door komedie. Vooral vanwege zijn sidekick Otis (Ned Beatty), en in mindere mate assistente miss Teschmacher (Valerie Perrine), die de dreiging van de schurk ietwat ondermijnen. Ook is zijn obsessie voor landgoed niet bepaald tot de verbeelding sprekend, en worden zijn acties pas tegen het einde van de film ingrijpend en bedreigend.

De actie in de film neemt constant toe, en komt goed uit de verf. Zelfs de vliegeffecten van Superman zijn nog redelijk overtuigend, al is het duidelijk dat Reeve voor een projectiescherm aan het rondvliegen is. Het zelfverzekerde acteerwerk van Reeve en Kidder maakt in ieder geval een hoop verschil en de actiescènes zelf zijn vaak opwindend genoeg om de kijker alles mee te laten beleven, of er nu een vliegtuig dreigt neer te storten, een dambreuk gerepareerd moet worden met wat rotsen of de San Andreasbreuk op miraculeuze wijze van onderen gedicht wordt door onze held. En vaak gaat het gepaard met humor, zoals wanneer een dief die met zuignappen tegen een gebouw oploopt ineens de verrassing van zijn leven beleeft wanneer hij een recht tegen de ramen aanstaande Superman tegenkomt. En natuurlijk is er veel humor aanwezig in de dialoog, onder andere in het leuke geflirt tussen Superman en Lois, zoals wanneer zij hem vraagt of hij kan zien (door haar kleren heen) wat voor kleur ondergoed ze aan heeft.

Het camerawerk is passend voor een epische superheldenfilm als deze. Zo zien we vele grootse beelden van landschappen en gebouwen. In Smallville komt de weidsheid en de rustiek van het platteland prachtig uit, bijvoorbeeld in het shot waarin Clark aan het eind staat van een korenveld, dat langzaam in zijn grootte aan de kijker wordt onthuld. En de dam, die met veel geweld zal doorbreken is met evenzo indrukwekkende panoramashots vastgelegd.   En dan de muziek: de voortreffelijke score van John Williams is welhaast genoeg om de film een episch en opwindend karakter te bezorgen. Donner zelf beschreef het goed in de documentaire ‘Look, Up in the Sky! The Amazing Story of Superman’, toen hij zei dat de muziek “Su-per-man” leek uit te roepen. Gekoppeld aan de tussen de sterren door flitsende openingstitels zit je als kijker meteen in de juiste stemming voor een sterk staaltje filmvermaak.  En dat is wat ‘Superman’ geworden is. Een film die een bevredigende balans biedt van drama, humor, romantiek, en actie, en een kwalitatief hoogwaardige cast en crew heeft, met belangrijke “spelers” als Donner, Puzo, Reeve, Kidder, Hackman, en Williams in de gelederen. ‘Superman’ blijft hierdoor een van de betere superheldenfilms, en Superman zelf een personage waar we nog lang niet op uitgekeken zijn.

Bart Rietvink