Sweetie (1989)

Regie: Jane Campion | 97 minuten | drama, komedie | Acteurs: Geneviève Lemon, Karen Colston, Tom Lycos, Jon Darling, Dorothy Barry, Michael Lake, Andre Pataczek, Jean Hadgraft, Paul Livingston, Louise Fox, Ann Merchant, Robyn Frank, Bronwyn Morgan, Sean Fennell, Sean Callinan

Sweetie is de koosnaam van Dawn. Punkerig gekleed, geverfd zwart haar, zwarte nagels en een haast angstaanjagende expressieve blik. De nachtmerrie van een familie die verder bestaat uit haar zus Kay en hun ouders. De film opent met de neurotische Kay die in een zekere Lou de ware liefde ziet omdat hij voldoet aan de voorspellingen van een waarzegster. Er is geen gevoel tussen hen. Hun broer/zus-relatie kabbelt gezapig verder tot op een dag de reden van haar neurose arriveert: zus Sweetie, in gezelschap van haar drugsverslaafde manager. Sweetie wordt gespeeld door Genevieve Lemon, die ook een rolletjes had in ‘The Piano’ en ‘Holy Smoke’.

Sweetie heeft ooit van haar vader te horen gekregen dat ze acteertalent heeft en is er zich sindsdien naar gaan gedragen. De irritante pesterijen ontaarden langzaam maar zeker in verontrustend hysterisch gedrag. Sweetie’s persoonlijkheid grenst aan het waanzinnige, maar ze is de oogappel van haar vader die in haar pesterige terreur alleen een kinderlijke roep om aandacht ziet.

Naarmate de film de familie volgt wordt duidelijk hoe de burgerlijke ogende maar disfunctionele familie wordt gedomineerd door de gestoorde Sweetie. Alhoewel zij de spil van de familie is, is Kay het hoofdpersonage. Haar onmacht om een eigen leven te leiden, liefde te uiten, in een angstige droomwereld te leven, is waar het in ‘Sweetie’ om draait.

Jane Campion heeft het scenario voor haar eerste grote film gebaseerd op autobiografische elementen en heeft haar film opgedragen aan haar zus Anna. De film is heel pover gestileerd. Kale gebouwen steken af tegen de Australische zon, lege straten, klinisch schone omgevingen. Metaforisch voor de kilte in Kay en afwezigheid van liefde. Sommige camerastandpunten zijn claustrofobisch, zoals de eerste zoen tussen Kay en Lou onder een auto.

De personages zijn allen enigszins wereldvreemd en op een bepaalde manier (soms prettig) gestoord. Als de film een komedie is dan is het vooral een psychologische zwarte komedie. Campion’s eerste film oogt als een indy-film waarin ze experimenteert met David Lynch-achtige macabere humor. Een eerste kijkbeurt is waarschijnlijk niet genoeg om tot de kern van de vertelling door te dringen. Onder het oppervlak van de problemen van de familie ligt de gesloten droomwereld van Kay. Een wereld die niet te horen of te zien is maar op de achtergrond sluimert. Hoe deze wereld er wellicht uitziet liet Jane Campion vier jaar later zien en horen in het onwaarschijnlijk mooie ‘The Piano’.

Jeroen Poldermans