Sympathy for Lady Vengeance – Chinjeolhan geumjassi (2005)

Regie: Chan-wook Park | 112 minuten | actie, drama, thriller, misdaad | Acteurs: Young-Ae Lee, Min-Sik Choi, Shi-Hu Kim, Tony Barry, Min-Sik Choi, Anne Cordiner, Su-Hee Go, Hye-Jeong Kang, Bu-Seon Kim

Esthetiek is erg belangrijk voor Geum-Ja (Lee). Ook al zijn de gebeurtenissen in haar leven nog zo dramatisch, haar handelingen en voorkomen dienen schoonheid uit te stralen. Of het nu gaat om de outfit die ze draagt wanneer ze als negentienjarige naar de gevangenis wordt geëscorteerd – waarmee ze meteen een mode-trendsetter wordt door de televisiekijkers: iedereen wil datzelfde pakje hebben – of om het voor haar wraakactie speciaal gemaakte pistool dat bijzonder onpraktisch is door het feit dat ze niet verder dan een paar meter van het slachtoffer kan staan, iedere keer geldt: het moet mooi zijn. Hetzelfde lijkt te gelden voor de aanpak van regisseur Chan Wook Park. Dramatiek en morele dilemma’s zijn interessant, maar ze mogen niet ten koste gaan van mooie composities, creatieve scène-overgangen, absurdistische momenten of beeldgrapjes.

Het mooiste is het wanneer schoonheid en dramatiek elkaar versterken, zoals in een briljant gevatte scène aan het eind van de film. Lee staat, na al haar intense belevenissen, met haar dochtertje in de sneeuw. Het dochtertje reikt haar een bord met witte tofu aan, waarmee iemand, door het te eten, bevrijd kan worden van zijn of haar zonden. Ze wil graag, maar kan het niet. Het dochtertje neemt dan zelf maar een hap, en kijkt vervolgens omhoog naar de naar beneden dwarrelende sneeuw, en doet haar mond open. Lee kijkt ook omhoog: misschien lukt het haar wel om op deze manier de mogelijkheid tot (zelf)vergeving binnen te laten. Na de horror van het voorgaande is dit een scène met een gigantische dramatische lading. We gunnen het haar ergens van harte, na zo lang in de gevangenis te hebben gezeten, zonder haar dochtertje te kunnen zien. Tegelijkertijd heeft ze erg gezondigd, onder andere door een man met voorbedachte rade te vermoorden. Ze kan dus simpelweg niet zo gemakkelijk schoon gewassen worden. En Lee voelt deze strijd ook in zichzelf, en de kijker met haar: ze wil het liever dan wat dan ook, maar mag het niet toelaten. Het is een scène die precies de juiste keuzes maakt, tot en met de absurdistisch overkomende resolutie, die zowel haar onmogelijkheid tot verlossing als haar onmetelijke gulzigheid of behoefte hiertoe uitbeeldt.

Zo meesterlijk als dit gedeelte is de rest van de film niet, maar het is allemaal nooit minder dan boeiend. De eerste helft van de film is een verzameling van verschillende tijdslijnen en verhalen. We blikken terug naar het leven van Lee in de gevangenis en de vriendinnen die ze hier maakte. We zien hoe een grote lesbische kannibaal een vrouw voor haar laat kruipen en haar tot grote hoogtes doet komen, totdat Lee hier een stokje voor steekt. Of liever, een stukje zeep. Door een “incident” in de badruimte glijdt de liefhebster van mensenvlees uit, komt in de ziekenboeg terecht en wordt daar liefdevol “verzorgd” door Lee. Tenminste, als je het toedienen van bleekmiddel als medicijn als liefdevol verzorgen opvat. De opmerking van Andy Dusfresne (Tim Robbins) in ‘The Shawshank Redemption’, dat hij pas in de gevangenis in een schurk veranderde, is ook hier prima van toepassing. En voor Lee was het een mooie voorbereiding voor de misdaden die ze na vrijlating zou gaan uitvoeren.

Één van de dingen die ze doet, is haar dochtertje opzoeken bij haar pleeggezin in Australië. Dit is een behoorlijk absurde episode, waarin de pleegouders schateren van het lachen terwijl ze vertellen hoe het meisje hun leven compleet maakte. Het is onduidelijk wat Park eigenlijk wil zeggen met deze scènes. Maakt hij adoptie hier belachelijk, of is hij bang voor teveel toegevoegde dramatiek buiten het centrale wraakverhaal om? Moeilijk te zeggen, maar het is in ieder geval een eigenaardige toevoeging. De manier waarop dochterlief haar pleegouders overtuigt om haar mee te laten gaan naar Korea, is wel weer grappig, op een choquerende manier. Het laat zien dat ze écht een dochter is van Lee. Een groot gedeelte van de film houdt deze vrij luchtige, soms slapstick-achtige toon. Totdat Lee eindelijk de dader weet op te sporen, voortreffelijk gespeeld door Min-Sik Choi (de hoofdpersoon uit ‘Old Boy’). Dan neemt het verhaal een morbide en provocerende wending waar, behalve Lee, een groep buitenstaanders bij betrokken is. Lee haalt hen erbij vanuit een soort verantwoordelijkheidsgevoel, maar je kunt je afvragen of de nieuwe betrokkenen écht beter af zijn. In ieder geval, wordt de kijker aan een bloedige finale onderworpen, die flink wat zwarte humor bevat. Morele dilemma’s of overpeinzingen zijn niet in overvloed aanwezig, maar genoeg om de film nog lang na het kijken ervan in het hoofd van de toeschouwer te laten doorgonzen.

‘Sympathy for Lady Vengeance’, het slotstuk, na ‘Sympathy for Mr. Vengeance’ en ‘Old Boy’, van Parks wraaktrilogie, is een film vol visuele schoonheid, symboliek, schitterende viool- en pianomuziek, vermakelijke en absurdistische episodes, en een prikkelend thema, dat, hoewel wat wankel hier en daar, interessante morele vragen stelt betreffende zaken als wraak, de doodstraf, en persoonlijke verantwoordelijkheid. Bovendien slaagt de film erin ons aan het einde van de film echt om het lot van het hoofdpersonage te laten geven, hoezeer ze ook van ons af mag staan.

Bart Rietvink