Taking Woodstock (2009)

Regie: Ang Lee | 110 minuten | muziek, komedie | Acteurs: Emile Hirsch, Liev Schreiber, Paul Dano, Jeffrey Dean Morgan, Dan Fogler, Imelda Staunton, Eugene Levy, Henry Goodman, Demetri Martin, Edward Hibbert, Kevin Chamberlin, Takeo Lee Wong, Anthoula Katsimatides, Clark Middleton, Bette Henritze, Sondra James, Christina Kirk, Gail Martino, Adam LeFevre

Woodstock gezien door de ogen van een buitenstaander, zo zou je Ang Lee’s nieuwste film kunnen karakteriseren. De van oorsprong Taiwanese regisseur die zich tot doel gesteld lijkt te hebben om de Amerikaanse psyche in kaart te brengen, brengt ons een nieuwe vertelling van het meest legendarische muziekfestival ooit, maar dan vanaf de zijlijn. Het verhaal van de film is gebaseerd op de memoires van Elliot Tiber (voorheen Teichberg) die er naar eigen zeggen verantwoordelijk voor was dat de organisatoren van het festival een deal konden sluiten met de boer op wiens land het festival uiteindelijk gehouden is.

‘Taking Woodstock’ centreert zich rond de belevenissen van deze Elliot Teichberg (een tamelijk passief spelende Demetri Martin), zoon van een joods echtpaar dat eigenaar is van een gammel motelletje in Catskills, waar het beddengoed hooguit eens in de week gewassen wordt en je voor je handdoeken extra moet betalen. Na een mislukt zakelijk avontuur in New York trekt Elliot tijdelijk weer bij zijn ouders in, nog steeds vol ondernemingsplannen. Als hij een advertentie in de krant ziet waarin om een locatie gevraagd wordt voor een nieuw te houden muziekfestival, belt hij de organisatoren op om hen een aanbod te doen. Elliot bezit namelijk een vergunning om een kleinschalig muziekfestival in zijn eigen dorp te organiseren. En met de opbrengsten van dit grootschaliger festival zou hij de penibele financiële situatie van zijn ouders aanzienlijk kunnen verbeteren.

Omdat de gebeurtenissen grotendeels door de ogen van Elliot gezien worden, ontbreken hele stukken informatie. Een inmiddels veelgehoorde klacht is bijvoorbeeld dat van het muziekfestival zelf vrijwel niets in beeld wordt gebracht. Elliot is te druk met andere zaken om daadwerkelijk een optreden bij te wonen. Maar het punt van deze film is niet om verslag te doen van het festival. Het is het verhaal van een jongeman die aan de zijlijn stond, maar die toch een cruciale rol heeft gespeeld in de realisering van het festival. Elliots ontwikkeling staat centraal, vooral waar het zijn contact met zijn ouders betreft. En het is hier dat Lee volledig zijn eigen invulling aan het verhaal geeft, in plaats van de memoires van Teichberg te volgen. Waar de echte Elliot bijvoorbeeld uitgesproken homoseksueel was, worstelt de Elliot in de film nog met zijn seksualiteit.

Wat dat betreft is het jammer dat Ang Lee ons weinig diepgang brengt. De film is vooral bedoeld als komedie, zeker, maar Lee had er beter aan gedaan zijn karakters wat verder uit te diepen. Vooral Imelda Staunton als Elliots moeder is af en toe verschrikkelijk om naar te kijken. Niet omdat ze een slechte actrice is, maar omdat de joodse karikatuur er volkomen overbodig veel te dik bovenop ligt. En wat voegen de geflipte Vietnamveteraan (een zeer ongeloofwaardige Emile Hirsch) en de troep ‘moderne’ toneelspelers die te pas en te onpas uit de kleren gaan toe? Het is alsof Lee wil benadrukken hoe bizar de situatie is, door nog wat extra bizarre mensen toe te voegen. Maar dat werkt lang niet altijd.

Toch zijn er ook zeker figuren die wél tot de verbeelding spreken. Zo speelt Liev Schreiber op heerlijk onderkoelde wijze de travestiet Vilma, een ex-marinier die de beveiliging voor het festival op zich neemt. Schreiber gedraagt zich voornamelijk als een hetero met een pruik, maar die combinatie werkt fantastisch. En Eugene Levy komt volledig tot zijn recht als de boer Max Yasgur, op wiens erf het festival plaatsvindt. Wie overigens de beelden van de echte Max Yasgur erbij pakt, uit de documentaire ‘Woodstock’, zal zich verbazen over de treffende gelijkenis!

Waar de film dan ook vooral bewondering oproept is de manier waarop Lee elementen uit de gelauwerde documentaire van 1970 zo knap heeft nagemaakt. Het is af en toe net alsof hij zijn eigen acteurs simpelweg over de veertig jaar oude beelden heeft geplakt. De nonnen, de badende gasten, de modderglijbaan… tal van herkenbare momenten uit de documentaire komen voorbij, maar omdat ze nu gezien of beleefd worden door Elliot, krijgen ze een heel nieuwe betekenis. Het is alleen jammer dat je aan Elliot zelf niet of nauwelijks ziet hoe hij alles ervaart. Daarvoor speelt Demetri Martin veel te monotoon.

Al met al is ‘Taking Woodstock’ een aardige aanvulling op reeds bestaand materiaal, maar ook niet veel meer dan dat. Het is een vermakelijke film, die echter te weinig diepgang kent om als coming-of-age drama goed te werken en die puur als komedie ook niet helemaal uit de verf komt. Wel is het materiaal zeer fraai verfilmd en is de film vrolijk genoeg om je er in elk geval beter van te gaan voelen. Dat is natuurlijk ook wat waard.

Wouter de Boer