Talking to a Stranger (1966)

Regie: Christopher Morahan | 360 minuten | drama | Acteurs: Judi Dench, Margery Mason, Michael Bryant, Maurice Denham, Pinkie Johnstone, Emrys James, Timothy Carlton, Calvin Lockhart, Ann Mitchell, Frederick Pyne, Barry Stanton, Gaynor Jones, Keith Kent, Windsor Davies, Maryann Turner, Terry Leigh

“De verhalen die ik heb geschreven trokken me tot in de diepste en donkerste krochten van de menselijke ziel. Ze zijn niet goed voor me geweest. Maar ik heb dat gedaan omdat ik wilde weten waarom mensen elkaar zoveel pijn doen,” aldus John Hopkins, de schrijver van de tv-miniserie ‘Talking to a Stranger’ (1966), kort voor zijn dood in 1992. Zijn lichaam en geest waren gesloopt door de ziekte van Parkinson, een lijden dat hij toeschreef aan het feit dat hij zijn hele leven wijdde aan het schrijven van verhalen waarin het geweld dat mensen elkaar aandoen stapje voor stapje uit de doeken wordt gedaan. Hopkins was een van de pioniers op het gebied van televisiedrama en werd – samen met Dennis Potter en David Mercer – in de jaren zestig en zeventig door de BBC in de arm genomen. Het zouden de hoogtijdagen betekenen voor het Britse televisiedrama. ‘Talking to a Stranger’, een uit vier delen bestaande miniserie over een ontwricht gezin, was absoluut een van de hoogtepunten uit Hopkins’ carrière. Elk deel vertelt hetzelfde verhaal vanuit een ander perspectief. De reeks betekende de grote doorbraak van Dame Judi Dench.

‘Talking to a Stranger’ vormt tot op de dag van vandaag een van de belangrijkste studies van de verwoestende werking van disfunctionerende relaties. Criticus George Melly noemde de miniserie ‘the first authentic masterpiece written directly for television’. De volwassen broer en zus Alan (Michael Bryant) en Terry (Judi Dench) Stevens zijn voor het eerst sinds lange tijd weer eens tegelijk op bezoek bij hun ouders Ted (Maurice Denham) en Sarah (Margery Mason). Een reeks emotionele onthullingen en verwikkelingen hebben vervolgens schokkende gevolgen. Eerst zien we de gebeurtenissen vanuit het perspectief van Terry, een onzekere, hysterische dertiger die getrouwd is met een zwarte man, van wie ze vervreemd is, maar een kind verwacht van een ander. Om haar onzekerheid te verbloemen stelt ze zich bitter en cynisch op. Het tweede verhaal wordt verteld vanuit het oogpunt van de vader, een man die weinig heeft gepresteerd op het professionele vlak en gedesillusioneerd is in het huwelijk. Om te vluchten uit de realiteit van alledag is hij blijven hangen in het verleden.

Daarna beleven we het verhaal vanuit het perspectief van Alan, de zoon die zich altijd ondergewaardeerd heeft gevoeld en jaloers is op zijn zus die de aandacht krijgt die eigenlijk voor hem bedoeld is. Hij is bovendien besluiteloos en zwak. Tenslotte is moeder Sarah aan de beurt. Naar buiten toe is zij onbuigzaam en kil en ze dwingt zichzelf en de mensen om haar heen om altijd in het gareel te lopen. Net als de andere gezinsleden is ze niet in staat om helder en effectief te communiceren. En daar hebben we meteen het centrale thema te pakken. De gezinsleden praten wel met elkaar maar communiceren niet. Ze beweren behoefte te hebben aan het een, maar proberen daarmee eigenlijk duidelijk te maken dat ze het ander willen. De relaties tussen de personages onderling vertonen eveneens veel barsten, deuken en scheuren. Ted verstikt Terry met zijn vaderliefde. Zij richt haar frustraties daarover vervolgens op haar moeder. Alan snakt naar erkenning van zijn vader, maar dringt zelden tot hem door. Hij is behoorlijk jaloers op Terry, die vaders lievelingetje is. Vader en moeder leven al 35 jaar samen maar kunnen in feite niet met elkaar door een deur. En zo kunnen we nog wel even doorgaan met de gemankeerde onderlinge relaties.

Niet alleen de verschillende perspectieven die toegepast worden zijn revolutionair, ook het feit dat Hopkins speelt met de tijd. Centraal staat een schokkende gebeurtenis, die echter al halverwege het vierluik wordt prijsgegeven. Hopkins springt heen en weer tussen het heden, het nabije verleden en het verre verleden (flashbacks), zodat de puzzelstukjes uiteindelijk op hun plek vallen. Regisseur Christopher Morahan – die moet roeien met de riemen die hij heeft aangezien de serie is opgezet als toneelstuk – ondersteunt het verhaal met enkele visuele toevoegingen. Hij kan niet voorkomen dat de serie een beetje als een nachtkaars uit gaat, omdat de climax al veel eerder plaats heeft gehad. Tegen die tijd zijn we echter al zo verwrongen met de personages dat ze je niet meer loslaten. Een fantastische prestatie van de complete cast, die de kijker trakteren op een masterclass acteren. Judi Dench won een BAFTA voor deze doorbraakrol, maar ook Maurice Denham en Michael Bryant hadden die prijs zeker verdiend. Vier keer anderhalf uur is een lange zit, maar dankzij de overdonderende performances van de vier hoofdrolspelers kost het geen enkele moeite de volle 360 minuten uit te zitten. Niemand is vrij van blaam, maar aan geen van de personages kun je een hekel krijgen. Personages die meer gelaagd zijn dan de familie Stevens vind je nauwelijks!

Hoe krachtig het acteerwerk ook is en hoe goed de serie visueel ook in elkaar steekt, de overweldigende impact van ‘Talking to a Stranger’ is toch vooral de verdienste van John Hopkins. Tv-criticus Melly beweerde dat op basis van deze serie alleen het medium televisie definitief de kinderschoenen was ontgroeid en daarmee slaat hij de spijker recht op zijn kop. Zelden was een televisieserie zo ingrijpend, aangrijpend en confronterend. De strubbelingen in de familie Stevens drukken ons nog maar eens met de neus op de feiten: onderlinge communicatie is de basis van elke goede relatie. Dat ‘Talking to a Stranger’ naar het einde toe wat aan impact verliest, doet niets af aan de overtuigingskracht van de serie. Absoluut een aanrader!

Patricia Smagge