The Bridge on the River Kwai (1957)

Regie: David Lean | 161 minuten | drama, oorlog, avontuur | Acteurs: William Holden, Alec Guinness, Jack Hawkins, Sessue Hayakawa, James Donald, Geoffrey Horne, André Morell, Peter Williams, John Boxer, Percy Herbert, Harold Goodwin, Ann Sears, Heihachiro Okawa, Keiichiro Katsumoto, MRB Chakrabanhu

De man met duizend gezichten, zo werd Sir Alec Guinness ook wel genoemd. “Als hij een moord zou plegen, dan zou na het verspreiden van zijn signalement in het hele land een golf van arrestaties plaatsvinden,” zei de criticus Kenneth Tynan eens. Guinness zou zijn duizend gezichten bijna letterlijk uitspelen in de film ‘Kind Hearts and Coronets’ (1949), waarin hij maar liefst acht rollen voor zijn rekening nam. Guinness was een van de meest geliefde Britse acteurs aller tijden. Vreemd genoeg wist hij maar één Oscar te winnen. Maar dat was niet voor zijn minste film. Integendeel; ‘The Bridge on the River Kwai’ (1957) was een van de grootste producties waar Guinness aan meewerkte. Het historisch epos van de daarin gespecialiseerde regisseur David Lean (die tevens ‘Doctor Zhivago’ – met Guinness in een bijrol – en ‘Lawrence of Arabia’ maakte) was zowel bij pers als bij publiek een groot succes en sleepte maar liefst zeven Oscars in de wacht. Een prestatie die niet in de laatste plaats te danken was aan het geweldige spel van de legendarische Alec Guinness.

‘The Bridge on the River Kwai’ speelt zich af in 1943, in een Japans krijgsgevangenenkamp in Birma. De Britse kolonel Nicholson (Alec Guinness) en zijn mannen zijn terechtgekomen in dit kamp, waar de scepter wordt gezwaaid door de tirannieke Japanse kolonel Saito (Sessue Hayakawa). Hij eist van Nicholson en zijn mannen dat zij meewerken aan de bouw van een spoorbrug over de rivier Kwai, die de verbinding tussen Maleisië en de Birmese hoofdstad Rangoon moet vormen voor de Japanners. Nicholson wil zijn mannen best mee laten werken, maar vertikt het om zijn officiers te laten zwoegen. De zeer correcte kolonel beraadt zich daarbij op de Conventie van Genève, waarin dat recht om te weigeren is vastgelegd. Saito laat zich niet de les lezen door Nicholson en straft hem en zijn officiers. Echter, wanneer blijkt dat de Britse kolonel voet bij stuk houdt, zijn eigen mannen er niets van bakken en de datum waarop de brug af moet zijn dichterbij komt, geeft Saito toe. Ze sluiten een compromis en bouwen samen aan de brug. Nicholson beseft op dat moment absoluut niet dat hij eigenlijk bezig is de vijand te helpen en is alleen maar bezig zijn superieure Britse vakmanschap te tonen. Ondertussen wordt er door de geallieerden onder leiding van de Amerikaanse soldaat Shears (William Holden), die zelf op miraculeuze wijze uit het kamp van Saito ontsnapt is, een missie op touw gezet waarbij het de bedoeling is de brug op te blazen.

Voor regisseur David Lean vormde ‘The Bridge on the River Kwai’, naar een roman van Pierre Boulle, een haast natuulijk overgang van zijn kleinschalige Britse producties (waaronder ‘Brief Encounter’ uit 1945) en de epische Hollywood-spektakels waarmee hij later zoveel faam verwierf. ‘Kwai’ bevat aspecten van beide genres; het is een groots opgezette film, maar de onderlinge relaties tussen de personages wordt nimmer uit het oog verloren. Sterker nog, de personages vormen het hart van de film. Lean brengt het verschil in mentaliteit tussen Nicholson en Shears uiterst ironisch in beeld; Guinness is de tragische tegenhanger van de ongevoelige Amerikaan. Zoals gebruikelijk geeft Lean blijk van veel oog voor detail; zijn breedbeeldproductie zit vol actie en de decors zijn prachtig. De slotscène, waarin de brug de lucht in gaat, is terecht geprezen om de kwaliteit van het stuntwerk, de timing en de montage, maar minstens zo gedenkwaardig is het wonderlijke, door Malcolm Arnold gefloten wijsje ‘The Colonel Bogey March’. Een deuntje dat geheid bij iedere kijker in zijn hoofd blijft zitten.

Maar daarmee is lang nog niet alles gezegd. Deze oorlogsfilm moet het namelijk vooral hebben van de drie hoofdfiguren: de stijve en traditionele Nicholson, de nonchalante cynicus Shears en de door eergevoel verscheurde Japanse commandant Saito. De drie acteurs die deze rollen vertolken doen dit stuk voor stuk subliem, waarbij vooral Guinness bewijst een van de allergrootste acteurs aller tijden te zijn. Ook Sessue Hayakawa, die al een ster was in de tijd van de stomme film, overtuigt. Japanse machthebbers werden zo kort na de Tweede Wereldoorlog in Amerikaanse films veelal als monsters neergezet, maar deze Saito is een mens van vlees en bloed, die eigenlijk alleen maar zijn taak zo goed mogelijk wil uitvoeren. Zijn machtsspelletje met het personage van Guinness vormt de kern van de film. Beide heren zijn stug, loyaal aan hun overste en hebben een gigantisch eergevoel. Het contrast met Shears, die het liefst al zijn militaire taken zou ontlopen, is dan ook treffend.

‘The Bridge on the River Kwai’ is, óók voor mensen die niet van oorlogsfilms houden, een absolute must see. De film sleepte maar liefst zeven Oscars, waaronder voor beste film, beste regie beste acteur (Guinness) en beste scenario in de wacht en die beeldjes waren allemaal stuk voor stuk verdiend. De belangrijkste reden om deze film te bekijken is echter het sublieme acteerwerk van de drie hoofdrolspelers, van wie met name de legendarische Sir Alec Guinness een onuitwisbare indruk maakt. Verplichte kost voor iedereen die zich filmliefhebber noemt!

Patricia Smagge