The Brown Bunny (2003)

Regie: Vincent Gallo | 90 minuten | drama | Acteurs: Vincent Gallo, Chloë Sevigny, Cheryl Tiegs, Elizabeth Blake, Anna Vareschi, Mary Morasky

Vincent Gallo in een film die hij regisseert, waarin hij director of photography is én hoofdrolspeler, daarvan vallen we inmiddels niet meer van onze stoel, maar of het nog niet genoeg is doet Gallo in ‘The Brown Bunny’ geen enkele moeite zijn hoofdrolspeler ook maar een eigenschap toe te kennen die we niet van de maker zelf kennen en heeft hij geen serieuze tegenspeler meer afgezien van Chloë Sevigny in de laatste twintig minuten van de film; als blijkt dat Sevigny – zijn ex-vriendin – in ‘The Brown Bunny’ ook nog eens een verloren geliefde speelt wordt de verleiding groot de creaties van Gallo het stempel ‘real life’ mee te geven, maar de filmmaker heeft één troef altijd in handen: hij bepaalt de dramatische regels; of het werkelijk hemzelf betreft speelt geen enkele rol.

Gallo heeft het sinds het uitkomen van ‘The Brown Bunny’ zwaar gehad met de critici en daar ook gedeeltelijk om gevraagd, met een onaffe versie op Cannes 2003 en een filmposter waarop een vrouw een man oraal bevredigt. Toch verdient hij het niet in het verdomhoekje gedrukt te worden, omdat hij eigenlijk heel onschuldige, zij het ernstige, films maakt over onvermogen tot voelen en de wanhopige eenzaamheid die daaruit voortvloeit; zo krijgt de eerste serieuze film met een pijpscène in Amerika onterecht de genre-aanduiding ‘adult’, want het in beeld brengen van geslachtsdelen tijdens seksuele handelingen is in arthousekringen al langer een geaccepteerd gegeven. Gallo toont seks zoals Bruno Dumont in films als ‘l’Humanité’ en ‘Twentynine Palms’, troosteloos maar minder cynisch; er is niets obsceens aan de fellatio, behalve dan dat die onderdeel is van een sadistische fantasie over een verloren geliefde.

Gallo vraagt geduld van de kijker; wat die aanmoet met ‘The Brown Bunny’ – dat de veelzijdigheid en de originaliteit van zijn debuut ‘Buffalo ’66’ mist, maar bij vlagen weet te raken – blijft lang onduidelijk. Motorcoureur op doorreis Bud Clay versiert een piepjonge pompbediende (Anna Vareschi) en voor ze haar koffers kan pakken is hij alweer vertrokken; Bud Clay begint een onbekende vrouw (Cheryl Tiegs) langs de snelweg spontaan te zoenen en vertrekt opnieuw met de noorderzon; Bud Clay pikt een hoertje (Elizabeth Blake) op om frietjes te gaan eten en eindigt alleen op zijn hotelkamer. Tussendoor bezoekt hij nog even de ouders van Daisy, de vrouw die later in de film als zijn ex-geliefde ten tonele wordt gevoerd, in een slepende scène die wel iets wegheeft van Billy’s bezoek aan zijn ouders in ‘Buffalo ’66’.
Deze gebeurtenissen vallen echter in het niet bij de uitgesponnen sfeerbeelden: traditionele shots van ‘the road’, typische reishandelingen als tanken en eten en vooral veel Bud Clay, verder niets. Minimalistisch narcisme is te bescheiden, narcistisch minimalisme komt beter in de buurt. Gallo lijkt vooral naar zichzelf te kijken in ‘The Brown Bunny’; soms verdwijnen we als kijker zelfs in het hoofd van de rijdende Bud Clay en zien tellenlang diens blikveld.

Laat alle vooroordelen over Vincent Gallo en deze film varen en wat overblijft is een portret van een egocentrische, maar behoeftige jongeman die onmachtig is emotionele banden aan te gaan. Het is inmiddels Gallo’s stokpaardje en toont slijtageverschijnselen, maar heeft nog steeds lading. Die komt pas vrij in de slotminuten, waarna alles samenvalt. De betoverende Chloë Sevigny, die in haar speelminuten het centrum is van een schrijnend staaltje disfunctionele liefde, gaf ‘The Brown Bunny’ het voordeel van de twijfel en dat is geen roekeloosheid gebleken. Deze film kan moeilijk zonder haar.

Jan-Kees Verschuure