The Cardinal (1963)

Regie: Otto Preminger | 175 minuten | drama, romantiek, geschiedenis | Acteurs: Tom Tryon, Carol Lynley, Dorothy Gish, Maggie McNamara, Bill Hayes Cameron Prud’Homme, Cecil Kellaway, Loring Smith, John Saxon, James Hickman, Berenice Gahm, John Huston, Jose Duvall, Peter MacLean, Robert Morse

Otto Preminger is een betrekkelijk grote naam op filmgebied. Vooral in de jaren veertig en vijftig – met name ‘Laura’ bezorgde hem veel respect bij de critici – opereerde hij op topniveau. Het is een ambitieuze regisseur die graag grote of controversiële onderwerpen wil aansnijden, en qua beeld en muziek bijzonder aantrekkelijke films weet te creëren. Dit is allemaal terug te zien in ‘The Cardinal’, een episch levensverhaal waarin Preminger helaas wat te ver doorschiet in zijn ambities en een potentieel intelligent en gelaagd stuk verandert in een vaak te pompeuze en ongenuanceerde visie op de moderne geschiedenis, de rol van de Kerk hierin, en de innerlijke strijd van de Mens. Er had wellicht meer in gezeten.

‘The Cardinal’ is met zijn speelduur van bijna drie uur een flinke zit, maar Preminger heeft dan ook heel wat te vertellen. Sterker nog: de grootse en beladen onderwerpen en thema’s die Preminger hier aansnijdt, hadden genoeg materiaal kunnen bieden voor wel drie of vier films van drie uur. De grote reikwijdte lijkt interessant te zijn, en kan ook potentieel voor de nodige afwisseling zorgen, maar het effect zal eerder zijn dat de kijker met zijn ogen gaat rollen op het moment dat de volgende Grote Gebeurtenis voorbijkomt. Aanvankelijk lijkt de film slechts een interessant, persoonlijk verhaal te zijn over een priester die worstelt met zijn lotsbestemming en fricties heeft binnen zijn familie en sociale omgeving. Want hoe gaat hij om met de relatie tussen zijn (katholieke) zus en haar Joodse vriend? Kan hij haar als mens, als man, als broer adviseren wanneer ze in relationele problemen verkeert of komt hij dan in de war met zijn geloofsprincipes? Is het wereldlijke überhaupt met het geestelijke te verenigen? Een boeiend vraagstuk dat, hoewel niet altijd even subtiel gepresenteerd, voldoende stof tot drama an verdieping had kunnen bieden.

Maar voor Preminger lijkt dit niet genoeg te zijn. Een mooie vrouw (Romy Schneider) komt langs die priester Stephen in gewetensnood brengt over zijn geloftes; onderwerpen als racisme en discriminatie komen voorbij, inclusief brandende kruisen en dansende KKK-leden, en ook Hitler valt nog even Oostenrijk binnen, die de gemoederen binnen de Kerk op scherp zet. Het is soms te potsierlijk voor woorden. Scènes die dramatisch en tragisch zouden moeten zijn, werken nu vaak op de lachspieren. Zoals het moment dat een man van Joodse afkomst uit het raam besluit te springen wanneer de Gestapo voor de deur staat. Door de haastige manier waarop dit gemonteerd en geacteerd wordt, inclusief de snelle cut naar de in de grond zakkende grafkist, doet dit moment eerder denken aan Monty Python of “Allo’ Allo'”, dan aan een gewichtig drama.

Het is te betreuren dat de regisseur zo overboord gaat in zijn ambitie om alle persoonlijke drama’s van de priester alsmede die van de moderne geschiedenis te behandelen en meent deze in een (uiteindelijk) politiek (en sociaal) correcte context te moeten plaatsen, want met enkele wezenlijke, klassieke kwesties in het leven van een (geestelijke) man had hij al eindeloos kunnen boeien. Nu raakt interessant materiaal te vaak ondergesneeuwd door soapige of bombastische taferelen. Als dan tenslotte het tamme acteerwerk van Tom Tryon de kijker ook niet in vervoering weet te brengen, is er niets dat de film nog kan redden. Jammer van alle goede bedoelingen.

Bart Rietvink