The Children of Huang Shi (2008)

Regie: Roger Spottiswoode | 120 minuten | drama, oorlog, geschiedenis | Acteurs: Jonathan Rhys Meyers, Radha Mitchell, Yun-Fat Chow, Michelle Yeoh, Guang Li, Matt Walker, Anastasia Kolpakova, Ping Su, Imai Hideaki, Sciichiro Hashimoto, Shinichi Takashima, Xing Mang, Ruixiang Zhu, Yuelong Fang, Li Ji, Shimin Sun, Xucheng Shi, Naihan Yang, Weijuan Wu, Zhi Zang, Liu Hui, Shunzen Shao, Qing Xuan Alan Li, Shu Li, Shane Briant, David Wenham, Hong Bin Zhang

Jaartallen zeggen ook niet alles. Wie op de gok ‘The Children of Huang Shi’ zou moeten dateren, komt hoogstwaarschijnlijk uit in de jaren 70 of 80 van de 20e eeuw. Deze internationale coproductie, over twee westerlingen die in 1937 een groep Chinese wezen buiten de Japans-Chinese oorlog proberen te houden, oogt voor een film uit 2008 ouderwets. Terwijl de combinatie van oorlogsspektakel, weeshuisdrama en serieuze romantiek al enigszins belegen is, doet de manier waarop het hier wordt gebracht daar nog een flinke schep bovenop.

Het probleem zit daarbij deels in de personages. Bij een serieus drama uit 2008 verwacht je mensen van vlees en bloed en niet de sjabloonachtige karakters die we hier krijgen. Wat ook niet echt helpt is dat er vaak matig wordt geacteerd, waarbij de acteurs de teksten zelden op een natuurlijke manier uitspreken. Hun vermeende culturele superioriteit maakt onze helden ook al niet sympathieker. De blanke semi-heiligen die elektriciteit, hygiëne, basketball en wijze lessen naar China komen brengen, lijken zo uit het handboek voor de montere missionaris gestapt.

Ander minpunt is de overdaad aan thema’s en motieven. De film wil iets zeggen over oorlog, liefde, journalistiek, doodstraf, opoffering, loyaliteit, opvoeding, trauma, cultuur, pacifisme, verslaving, zonnebloemen en nog zo wat. Ook al duurt de film bijna twee uur, dan nog is dat te kort om al die onderwerpen uit te diepen. De film stipt daarbij zaken aan die ieder voor zich de moeite waard waren te worden uitgewerkt.

Wat ‘The Children of Huang Shi’ dan nog net op de been houdt, is dat de film geen seconde verveelt. Er gebeurt zo waanzinnig veel in dit spektakel, dat je als kijker nauwelijks de tijd krijgt je te ergeren aan de clichékarakters, de brakke dialogen en de prekerige toon. Komt er geen eskader Japanse bommenwerpers over, dan zorgt een zandstorm weer voor narigheid, en anders krijgt een van de hoofdpersonen wel een vreselijke ziekte. Op de momenten dat de actie stilvalt, zoals in het te lange middendeel, zorgen de prachtige natuurbeelden weer voor afleiding. Hoewel dat alles niet voldoende is om van een echt goede film te spreken, is dit historisch drama voor twee uur ouderwets vermaak nog net acceptabel.

Henny Wouters