The Color of Money (1986)

Regie: Martin Scorsese | 115 minuten | drama, romantiek | Acteurs: Paul Newman, Tom Cruise, Mary Elizabeth Mastrantonio, Helen Shaver, John Turturro, Bill Cobbs, Robert Agins, Alvin Anastasia, Randall Arney, Elizabeth Bracco, Vito D’Ambrosio, Ron Dean, Lisa Dodson, Donald A. Feeney, Paul Geier

Toen Martin Scorsese eindelijk een Oscar kreeg voor beste regisseur voor zijn film ‘The Departed’, grapte hij dat dit zijn eerste film was met een verhaal. Maar dit is niet helemaal waar. Hoewel deze gerespecteerd regisseur zich inderdaad meestal bezig houdt met onconventionele vertellingen, die tegen de hapklare-brokken-structuur van de standaard Hollywoodfilm ingaan, heeft hij toch al een paar keer geëxperimenteerd met orthodoxe genrefilms. Hij deed het met de remake van ‘Cape Fear’, waarin hij Robert De Niro tot een verontrustend soort filmmonster transformeerde, en Juliette Lewis de beste rol uit haar carrière neerzette, maar hij voelde zich ook niet te groot voor het regisseren van een heuse sportfilm. Het betreft in dit geval de (pool)biljartsport, en wederom is de inspiratie een bestaande film. De film is tegelijkertijd een remake van en een vervolg op de klassieke poolfilm ‘The Hustler’, nu met Tom Cruise, als de jonge, getalenteerde, maar onervaren poolbiljarter die op pijnlijke wijze de kneepjes van het vak dient te leren. De grote ster uit ‘The Hustler’, Paul Newman, speelt de rol van zijn mentor en ontving hiervoor eindelijk zijn dik verdiende Oscar die hij een slordige dertig jaar eerder al had moeten ontvangen.

De consensus mag dan zijn dat het bij de Oscarwinst van Newman eigenlijk om een goedmakertje ging, met zijn rol als (opnieuw) Fast Eddie Felson is helemaal niets mis. Newman geeft een prachtige, doorleefde rol ten beste die een rijk en pijnlijk verleden suggereert. Om zijn personage hangt voortdurend een sfeer van melancholiek, van het terugkijken naar zijn glorieuze verleden die hij vertegenwoordigd ziet in de persoon van Tom Cruise. De gedrevenheid en het jonge enthousiasme van Cruise werkt aanstekelijk voor Newman, die zichzelf hierin herkent en in feite een tweede leven – of een tweede jeugd – beleeft door het leven van Cruise op de voet te volgen. Totdat de realisatie komt dat hij het echt helemaal zelf wil doen en het niet bevredigende genoeg vindt om via iemand anders te genieten van het plezier van het biljartspel en de kunst van het “hustlen”. Hij wil nog één keer schitteren, nog één keer kijken onderzoeken wat hij nog kan, wat er nog in hem zit. Zijn oude leeftijd gaat hem hier parten spelen, wat onder meer betekent dat hij een bril zal moeten aanschaffen, en bovendien weer helemaal onder aan de ladder zal moeten beginnen. Ook is hij niet altijd zo gehaaid in het hustlespel als hij misschien denkt. Een pijnlijke, maar sterke scène vindt plaats wanneer hij in een simpel poolcafé beet wordt genomen door een slim spelende Forest Whitaker.

Het idee van de oude rot die nog één keer wil laten zien wat hij kan – en de verhaalvorm van de oude mentor die de jonge, roekeloze leerling begeleidt – is niet nieuw, en het verhaal leent zich niet voor heel veel diepgang, maar Scorsese doet er zoveel mee als hij kan en de film is in zijn soort zonder meer goed te noemen. De biljartscènes zijn opwindend gefilmd, de plotwendingen zijn interessant, en de acteerprestaties zijn prima. Tom Cruise is nog geen dramatisch begenadigd acteur, maar is goed gecast in de rol van lichtelijk arrogante, maar zeer levenslustige jonge hond, die niets liever doet dan een spetterende biljartshow neerzetten. Mary Elizabeth Mastrantonio is een goede aan aanvulling als de vriendin van Cruise, aangezien voor een interessante seksuele spanning zorgt tussen mentor en leerling. En Newman is de drijvende kracht van de film. Het onderwerp dat het bestaansrecht vormt van de film. ‘The Color of Money’ is misschien niet Scorsese’s beste film, maar is desalniettemin een prachtige hommage geworden aan een onvergetelijk filmpersonage en een geweldig acteur. Fast Eddie, het ga je goed…

Bart Rietvink