The Count of Monte Cristo (2002)

Regie: Kevin Reynolds | 126 minuten | actie, drama, avontuur, romantiek, geschiedenis | Acteurs: James Caviezel, Guy Pearce, Richard Harris, James Frain, Dagmara Dominczyk, Michael Wincott, Luis Guzmán, Christopher Adamson, JB Blanc, Guy Carleton, Alex Norton, Barry Cassin, Henry Cavill, Aliaz Moufid, Brendan Costello, Patrick Godfrey, Katherine Holme, Freddie Jones, Joe Hanley, Mairead Devlin, Stella Feeley, Joseph Kelly, Ivan Kennedy, Alvaro Lucchesi, Helen McCrory, Karl O’Neill, Robert Price, Derek Reid, Eric Stovell, Jude Sweeney, Brian Thunder, Gregor Truter, Andrew Woodall, Albie Woodington

Groots opgezette, ouderwets aandoende avonturenfilm vol met verraad, wraak, passie en een enorme goudschat. De film haalt zijn inspiratie uit de befaamde roman van Alexandre Dumas (père), die ook zulke juweeltjes als “De drie musketiers” en “De man in het ijzeren masker” schreef. Eén van Dumas’ talenten was dat hij beeldend schreef en meeslepende verhalen te vertellen had, wat filmmakers zeker geen windeieren heeft gelegd. Filmversies van zijn boeken zijn er in overvloed gemaakt, waaronder ‘La Reine Margot’, maar het is vooral de avonturen van de musketiers en de graaf van Monte Cristo, die het vaakst overgezet zijn naar het witte doek of voor de televisie. Ongelofelijk genoeg is ‘The Count of Monte Cristo’ gebaseerd op ware feiten, die Dumas uit de archieven van de Parijse politie opdiepte. Maar de schrijver maakte er een grootse roman van, die als feuilleton tussen 1844 en 1846 verscheen in de krant “Journal des Débats”. In ruim 1100 pagina’s zette Dumas op minutieuze wijze de levensgeschiedenis van de eenvoudige Edmond Dantès uiteen, inclusief zijn ingenieuze en gedetailleerde plannen om wraak te nemen op degenen die hem tot een lijdensweg in de gevangenis veroordeelden.

Een film van twee uur kan nooit recht doen aan de plotontwikkelingen, vallen en gebeurtenissen die zich over een tijdspanne van meer dan twintig jaar afspelen in plaatsen als Marseille, Parijs, Constantinopel en Griekenland. Wat er overblijft in de technisch vaardige handen van regisseur Reynolds is een tot op het bot uitgekleed verhaal, ontdaan van alle franjes en minstens een tiental belangrijke personages uit de roman, maar door dicht bij de essentie te blijven nog altijd meeslepend, ondanks de zichtbare manco’s. De omvang van Dumas’ roman schreeuwt eigenlijk om een miniserie (waarvan er – weinig verbazingwekkend – ook een aantal gemaakt zijn), waarin de personages beter tot hun recht komen en meer in relatie tot elkaar staan. Als Dantès eenmaal is ontsnapt, gaat het tempo dusdanig omhoog, dat er bijna geen moment van rust of overpeinzing te vinden is.

Jim Caviezel is redelijk in de hoofdrol van Edmond Dantès, die allerminst makkelijk over te brengen is. Hij weet Dantès zowel als jongeman, wanhopige gevangene en mysterieuze graaf in alle drie de incarnaties wel aardig neer te zetten, maar is te weinig op de voorgrond om echt de dragende held van het verhaal te zijn. Zijn belangrijkste tegenspeler is Guy Pearce, die een door en door corrupt karakter neerzet en dat met veel genoegen lijkt te doen. Zijn Fernand Mondego is door en door slecht, zonder ook maar één sympathieke karaktertrek. Andere schurken zijn Villefort (James Frain), de openbare aanklager die Dantès laat opsluiten en stuurman Danglars (Albie Woodington) die uit jaloezie met Mondego samenspant om Dantès ten val te brengen. In afwijking tot het boek krijgt gevangenisdirecteur Dorleac (Michael Wincott) een relatief prominente rol als kwelgeest van Dantès. Genoeg schurken dus, om wraak op te nemen. Gelukkig staat Dantès er niet alleen voor. Hij krijgt zelf hulp uit onwaarschijnlijke hoek: tijdens zijn gevangenschap van de wijze Abbé Faria (Richard Harris), een priester met ontsnappingsplannen en een groot geheim en na zijn ontsnapping van de piraat Jacopo (Luis Guzmán), die hem enige trouw zweert nadat Dantès hem het leven heeft gered. Harris laat in één van zijn laatste filmrollen zien wat hij in huis heeft en Guzmán heeft een sterke en komische bijrol.

Reynolds houdt het tempo zoals gezegd met name in de tweede helft goed in en er zijn een aantal energieke zwaardgevechten te bewonderen, naast prachtig aangeklede locaties en fraaie kostuums. Jammer genoeg gaat, zoals bij elke literaire verfilming, een deel van de rijkdom en de inhoud verloren. Bij deze versie van ‘The Count of Monte Cristo’ is dit niet anders. Het is een tamelijk vermakelijke film die doet denken aan het oude Hollywood, maar degenen die andere versies hebben gezien, of het boek hebben gelezen, zullen veel missen en erkennen dat het allemaal nog wel beter had gekund.

Hans Geurts