The Cove (2009)

Regie: Louie Psihoyos | 87 minuten | documentaire | Met: Joe Chisholm, Mandy-Rae Cruikshank, Charles Hambleton, Simon Hutchins, Kirk Krack, Isabel Lucas, Richard O’Barry, Hayden Panettiere, Roger Payne, John Potter, Louie Psihoyos, Dave Rastovich, Paul Watson

Prachtig gemaakte documentaire die een regelrechte aanklacht vormt tegen het jagen op dolfijnen in de Japanse stad Taiji en het visserijbeleid van de Japanse overheid. Activist Ric O’Barry en regisseur Louie Psihoyos gaan met een team op onderzoek uit om de kwalijke praktijken zoals die in Japan plaatsvinden bloot te leggen. Door midden in de actie te staan krijg je als kijker het gevoel dat je er bij bent wanneer de makers hun clandestiene en gevaarlijke werk doen. Hierdoor heeft ‘The Cove’ soms wel wat weg van een thriller. Zeker als er met verborgen camera’s gesprekken worden opgenomen of scènes met groene “night vision” zijn gefilmd. Dat het werk niet ongevaarlijk is, wordt al snel duidelijk, als blijkt dat sommige collega’s van de makers vermoord zijn om hun inmenging in de dolfijnenhandel. Vandaar ook dat er een uitgebreide undercover operatie op touw wordt gezet, inclusief verborgen camera’s in namaak rotsen om toch hun materiaal te kunnen schieten.

Regisseur Psihoyos was een gevierde fotograaf van National Geographic Society, die zich steeds meer ging bekommeren om het soms wrede lot van onderwaterdieren. In 2005 stichtte hij de Oceanic Preservation Society om de zee en haar bewoners beter te beschermen en mensen bekend te maken met hetgeen er zich allemaal afspeelt. De grijsgelokte Psihoyos is zelf ook één van de belangrijkste geïnterviewden. Hoewel er veel sprekers aan het woord komen, maakt het verhaal van Richard ‘Ric’ O’Barry het meeste indruk. Ooit was hij de beroemdste dolfijnentrainer ter wereld dankzij de televisieserie “Flipper” (ook op archiefbeeld te zien) waar hij aan meewerkte. Door een vriend Jim Clark tonen ze aan hoe beroerd het gesteld is met de dolfijnen die in Taiji zogenaamd – samen met de walvis – worden geëerd in het Nationaal Park. Officieel worden de dolfijnen die gevangen worden, verkocht aan pretparken en “zwemmen met dolfijnen” projecten ter wereld. Elke verkochte dolfijn levert 150.000 dollar op. Maar onder de oppervlakte gebeuren er nog veel schokkender dingen.

Het Engelse woord “cove” betekent letterlijk kleine inham of kreek. De inham in kwestie is een baai bij Taiji. Daar worden jaarlijks duizenden dolfijnen door middel van sonargeluiden naar binnen gelokt en op verschrikkelijke wijze afgeslacht. De beelden die dit oplevert zijn vreselijk om te zien: de speren die in het water verdwijnen, de spartelende vinnen, de roodgekleurde zee, het binnenhalen van de dode dieren, het is moeilijk om aan te zien. Toch is het goed dat Psihoyos, O’Barry en hun crew dit laten zien: het is de enige manier om Japan onder druk te zetten, door middel van de publieke opinie. Dit blijkt wel uit de registratie van vergaderingen van de International Whaling Commission en interviews met gedelegeerden uit veel verschillende landen. Misschien is het nog wel het ernstigst dat het dolfijnenvlees verkocht wordt als walvisvlees – en tot overmaat van ramp heeft het dolfijnenvlees ook nog een veel te hoog gehalte aan kwik, wat een gevaar voor de volksgezondheid kan opleveren.

‘The Cove’ combineert feilloos prachtige onderwaterbeelden van de zo vrolijk lijkende zoogdieren, met geschiedenislessen, wetenschappelijk onderzoek, interviews, archiefmateriaal en de geheime opnamen tot een intrigerend geheel, dat indruk maakt en het bloed bijna aan de kook brengt om zoveel onrecht tegen de arme beesten, die hiervan het slachtoffer worden. Hoewel het leed van de dolfijnen absoluut niet gebagatelliseerd mag worden en de oprechtheid en goede intenties van de makers niet in twijfel getrokken, één kritische kanttekening: de film is ook duidelijk opgezet om die verontwaardiging op te wekken en de makers manipuleren behendig de gevoelens van de toeschouwer. In de loop van 2009 begon ‘The Cove’ aan een ware zegetocht op de internationale filmfestivals, waar de film met de ene na de andere prijs werd overladen: vaak was het de publieksprijs, onder meer op het Hot Docs Filmfestival van Canada, het Sydney Film Festival in Australië en in de Verenigde Staten op de festivals van Newport Beach, Nantucket en het prestigieuze Sundance Festival. Daarnaast werd de Golden Space Needle Award gewonnen in Seattle, de prijs voor beste documentaire in Galway, Ierland en won Brooke Aitken de prijs voor cinematografie in Woods Hole, Massachusetts. En of de armen van regisseur Louie Psihoyos nog niet genoeg met prijzen waren overladen, kreeg hij in Nantucket ook nog de prijs voor “Best Storytelling” voor een documentaire. En als klap op de vuurpijl heeft de film ook de meest gewilde nominatie van allemaal te pakken: een Oscarnominatie voor beste documentaire. Deze prijzen en nominaties zijn een erkenning van het talent van de makers om een gevoelig onderwerp integer en met grote betrokkenheid in beeld te brengen. Een documentaire die iedereen gezien moet hebben.

Hans Geurts