The Devil’s Miner (2005)

Regie: Kief Davidson, Richard Ladkani | 82 minuten | documentaire

De eerste minuten van deze documentaire komen gelijk goed aan. De makers kondigen aan dat er in de Cerro Rico berg al 450 jaar zilver gewonnen wordt in de mijnen. Naar schatting acht miljoen mensen zijn bij dit levensgevaarlijke werk omgekomen. Dan komt de hoofdpersoon aan het woord die verteld dat hij Basilio Vargas heet, veertien jaar is, en met zijn kleine broertje van twaalf jaar in de mijnen werkt. “Vandaag moeten we een dubbele dienst werken, dat betekent vierentwintig uur arbeid.”

Het vierkoppige gezin Vargas woont in een huisje bij de ingang van een mijn. Basilio leeft hier met zijn kleinere broertje en zusje en zijn moeder. Zijn vader was vroeger een handelaar in wol, maar is overleden toen hij twee jaar was. Sindsdien is Basilio de man in huis en is het zijn taak geworden te voorzien in een inkomen. Vanaf zijn tiende werkt hij dan ook al in de mijnen.

De documentairemakers hebben de keuze gemaakt het leven van een mijnwerker door de ogen van de arbeiders te laten zien. De camera gaat mee de berg in. De gangen, het donker, het gebrek aan ruimte, de angst en de herrie komen als een deken over je heen te liggen. Door de keuze van de filmers om zichzelf aan de explosies en instortingen bloot te stellen komt de claustrofobische ervaring griezelig goed over. Het verbaast dan ook totaal niet dat de god van de mijnwerkers de god van de onderwereld is. Satan, door de mijnwerkers Tio genoemd. De realiteit van hun dagelijks werk komt aardig in de buurt van het klassieke beeld van de hel: pijn, angst, hitte, stof en smerigheid.

Het kleine beetje vrijheid dat Basilio heeft, het zondagse potje voetbal met zijn broertje en de gang naar school, doet dan ook direct paradijselijk aan. Met hun bijbehorende levensverwachting van 35-40 jaar is school praktisch de enige mogelijkheid te ontsnappen aan de mijngangen Geen wonder dat alles opzij wordt gezet om de kinderen de mogelijkheid te geven een opleiding te volgen.

Wat mist in de documentaire is een breder perspectief op de maatschappelijke situatie rond de mijnwerkers. Worden hier in Bolivia nog vraagtekens bij geplaatst? Vindt iedereen het maar normaal dat tienjarigen levensgevaarlijke zware arbeid verrichten? Is het algemeen bekend wat er gebeurt op Cerro Rico, “de berg die mannen levend verslindt”? Het is een logisch gevolg van de persoonlijke benadering van het onderwerp, maar het is voor het publiek wel interessant om te weten of er een discussie woedt rond het onmenselijke bestaan van kinderen als Basilio.

Het is een kleine kanttekening bij een indringende en beklemmende documentaire. De beelden van Basilio en zijn broertje en de boormeesters uit de grotere mijnen zullen nog lang beklijven. Verontrustend, belangrijk en goed.

Joost Scholten