The Disappearance of Alice Creed (2009)

Regie: J Blakeson | 100 minuten | thriller | Acteurs: Gemma Arterton, Martin Compston, Eddie Marsan

Gemma wie? Dat vroegen veel mensen zich af toen bekend werd wie de Bondgirl in ‘Quantum of Solace’ (2008) zou worden. De casting director van de James Bond-film zag de jonge Britse actrice in actie in het toneelstuk ‘Love’s Labour’s Lost’ en was danig onder de indruk. Gemma deed auditie voor een rol en was naar eigen zeggen verbaasd toen ze werd gevraagd om een screentest met Daniel Craig te doen. Ze voelde zich erg ongemakkelijk omdat ze het script niet had gelezen en door een ‘publiek’ van zestig man werd bekeken. Maar weer wist ze te imponeren en de rol van Bondgirl was voor haar! Ze liet 1.500 anderen achter zich. Vanaf dat moment kan het niet meer stuk voor Arterton. Ze schittert in grote Hollywood-producties als ‘Prince of Persia: The Sands of Time’ en ‘Clash of the Titans’ (beide uit 2010), maar vindt tussendoor ook tijd om rollen in kleinere producties als ‘Tamara Drewe’ (ook uit 2010) op zich te nemen. De veronderstelling dat ze vooral een knappe meid is met een mooi figuurtje, en dat ze daarom gevraagd wordt voor films, verwijst ze met haar performance in de minimalistische thriller ‘The Disappearance of Alice Creed’ (2009) definitief naar het rijk der fabelen.

Less is more, volgens een bekend Engels spreekwoord. Schrijver en regisseur J. Blakeson, die zijn speelfilmdebuut maakt, heeft dat advies ter harte genomen. ‘The Disappearance of Alice Creed’ speelt zich grotendeels in een en dezelfde ruimte af en wordt gebracht door een minimale cast. Blakeson zet direct de toon met een tien minuten durende openingsscène waarin nauwelijks gesproken wordt. Hij laat zien hoe twee duistere figuren (de ervaren Eddie Marsan en nieuweling Martin Compston) minutieus de ontvoering van rijkeluisdochter Alice Creed (Gemma Arterton) voorbereiden. Ze vragen een flinke som geld van haar familie. Wanneer het plan in werking is gesteld, begint een kat- en muisspel. De jongste kidnapper blijkt namelijk minder sterk in zijn schoenen te staan dan gedacht en dreigt het hele plan in gevaar te brengen. Alice daarentegen blijkt dan weer sterker in haar schoenen te staan dan de kidnappers hadden gedacht. Blakeson houdt de spanning er goed in door zijn publiek te trakteren op een paar fijne twists, hen daardoor constant op het verkeerde been zettend.

Het is enorm knap dat Blakeson zijn film zo spannend weet te houden. Hij is daarvan sterk afhankelijk van zijn acteurs, die uitstekend werk afleveren. Eddie Marsan is een ondergewaardeerd acteur die veelal kruimeldiefjes of losers speelt in Britse arthousefilms en misdaadthrillers. In ‘The Disappearance of Alice Creed’ is hij bij vlagen angstaanjagend. Hij contrasteert mooi met Martin Compston, een zenuwpees eerste klas die heel wat minder zeker van zijn zaak lijkt te zijn. Arterton geeft zichzelf zowel letterlijk als figuurlijk bloot in een rol die veel meer vraagt dan je op het eerste gezicht zou denken. Blakeson houdt zijn film ook interessant door zijn camerawerk, dat nergens baanbrekend is, maar juist door zijn eenvoud zo doeltreffend is. En dat geldt in feite voor de hele film. Met minimale middelen is het maximale eruit gehaald en dat mag – in een tijd van megabudgetten en bombastische overdaad – een verademing heten. Met zo min mogelijk visuele afleiding let je extra goed op hoe het verhaal in elkaar steekt. Het grimmige ‘The Disappearance of Alice Creed’ is spannend vanaf de eerste minuut en wordt (gelukkig) nergens ongeloofwaardig. Kleine kanttekening kan geplaatst worden bij het einde, dat gevoelsmatig niet helemaal aansluit bij het voorgaande, maar verder geen afbreuk doet aan de film als geheel.

De meeste thrillers kenmerken zich door veel geschreeuw en weinig wol. ‘The Disappearance of Alice Creed’ doet precies het tegenovergestelde. Met minimale middelen wordt een dijk van een film afgeleverd, die dankzij een kleine maar fijne cast, prima camerawerk en een effectieve spanningsopbouw inslaat als een bom. Een beter debuut kon J. Blakeson zich niet wensen.

Patricia Smagge