The End (2024)

Recensie The End CinemagazineRegie: Joshua Oppenheimer | 148 minuten | drama, fantasie, science fiction, musical | Acteurs: Tilda Swinton, George MacKay, Moses Ingram, Michael Shannon, Bronagh Gallagher, Tim McInnerny, Lennie James, Danielle Ryan, Naomi O’Garro

Meer dan twee decennia na een ecologische catastrofe heeft een familie zich in een luxebunker diep in een zoutmijn verschanst. De vader (Michael Shannon), ooit een machtig industrieel, leert zijn zoon (George Mackay) van jongs af aan over hoe groots de buitenwereld was en dat de mens dankzij olie en technologie veel vooruitgang had geboekt. Maar op de één of andere manier stortte dit helemaal in. Gelukkig zit de familie er dankzij de onfeilbare reden, technologische vooruitgang en doorzettingsvermogen nog warmpjes bij. Maar deze idylle verandert snel wanneer een jonge vrouw (Moses Ingram) op hun onderkomen stuit. Voor het eerst krijgt de zoon iets anders te horen over waarom hij in de zoutmijn moet blijven.

In de weelderig beklede woonbunker heeft de vele kunst aan de muur zijn verheffende glans wel zo beetje verloren. De familie heeft aan niets tekort maar als de kunststukken geen echte relatie meer hebben tot andere mensen buiten henzelf en wat er buiten de zoutmijn speelt dan zien de schilderijen er steeds blauwer, grauwer en uiteindelijk nietszeggend uit. Alleen als het clubje overlevenden zingt zie je de matte omgeving even oplichten.

Ondanks de zwaarte van de situatie in ‘The End’ is er de musicalinsteek van filmmaker Joshua Oppenheimer. Dat de personages deels hun tekst, hoe weemoedig ook, zingen biedt nog enigszins verluchting. Tegelijk schuren de muzikale intermezzo’s met het drama (en versterkt, net als het minimale decor in ‘Dogville’ (Lars von Trier, 2004)), elkaar. Want zijn muzieknoten niet slechts een zoete afleiding van hun abominabele situatie? Deze ongebruikelijke inzet van een overbekend filmgenre, alsook de helende kracht die er vanuit kan gaan, is bekend territorium voor Oppenheimer. Zo gebruikte hij in zijn indringende documentaire ‘The Act of Killing’ (2012) al onconventionele methoden, in dit geval daders hun misdaden tegen de mensheid op theatrale wijze laten naspelen, om dichter bij diep begraven waarheden te komen.

In ‘The End’ is verdringing evenzeer een vloek als een zegen. Iedereen in het groepje overblijvers lijdt er op één of andere manier aan, vooral de moeder (Tilda Swinton) en de vader. Naast dat ze zoonlief overdreven beschermend opvoeden, sussen ze hiermee ook hun persoonlijke trauma’s door de ecologische ramp. Stel je lockdowns zoals bij een pandemie voor maar dan met permanente parameters waar je niet voorbij mag. Dus, ook al houden ze de schone schijn in de zoutmijn knap op, zie je voortdurend (mentale) barsten in hun paradijselijke zoutmijn.

De bewonderenswaardige ambities van filmmaker Oppenheimer en de cast ten spijt weet ‘The End’ je niet goed mee te nemen in zijn terecht moeilijke vragen. Maar laat je in de twee en halve uur niet compleet in slaap sussen. Ook al is het te laat voor deze doorsnee familie, biedt het alsnog een bijtende kijk hoe terugtrekken in een bunker als de hele boel naar de klote gaat, beter kan voorkomen worden dan opgezocht. En als toegift sluipen de weemoedig gezongen teksten en eigenaardige zelfbehoud redenaties geniepig je dromen binnen.

Roy van Landschoot

Waardering: 3

Bioscooprelease: 16 oktober 2025
Speciale vertoning: Tilda Swinton Ongoing – Eye Filmmuseum, 28 september 2025 — 15 maart 2026