The English Patient (1996)

Regie: Anthony Minghella | 162 minuten | drama, romantiek, oorlog | Acteurs: Ralph Fiennes, Juliette Binoche, Willem Dafoe, Kristin Scott Thomas, Naveen Andrews, Colin Firth, Julian Wadham, Jürgen Prochnow, Kevin Whately, Clive Merrison, Nino Castelnuovo, Hichem Rostom, Peter Rühring, Goerdie Johnson, Torri Higginson

Liefde en oorlog, het is een goed filmhuwelijk. Je hoeft alleen maar de poppetjes neer te zetten en het gaat vlammen. Men neme een eenzame desperado en een vrouw van stand, getrouwd met een saaie, maar toegewijde echtgenoot (die gaan nooit vreemd) en voege die samen. Drama gegarandeerd. Alleen even opletten dat ‘hubby’ niet teveel in beeld komt – anders gaan we hem te aardig vinden – en nog even vliegeren boven de woestijn met een groothoeklens: voilà. Kom maar op met die Oscars.

Zo simpel ligt het natuurlijk niet. Hoewel ‘The English Patient’ niet kan tippen aan de perfectie van ‘Titanic’ hebben we hier wel degelijk een klassieke filmliefde in handen. Dat komt niet zozeer door het verhaal – al is de wijze waarop de affaire eindigt erg mooi – maar door de twee hoofdpersonen.

De kracht van een liefde op het witte doek is altijd de geloofwaardigheid; de kijker is de geliefde. Hoe de liefde tot stand komt doet er niet zoveel toe.

Kristin Scott Thomas en Ralph Fiennes kunnen er wat van. De twee maken de film, maar van het predikaat klassieker kunnen we ‘The English Patient’ na een aantal jaren rijping toch wel verlossen. Spijtig voor Kristin Scott Thomas, die de rol van haar leven speelt en de excellerende director of photography, maar de uitwerking laat toch te wensen over. Nooit wordt helemaal duidelijk wat de dubbelrol is die graaf Laszlo de Almásy speelt in Egypte; de verhaallijnen van Hana – ook zij wordt verliefd – en de mysterieuze Caravaggio (Willem Dafoe) leiden alleen maar af van de liefde waar het om draait en Binoche in Hollywood, dat is een eendimensionale plattelandsvrouw. Blijkbaar komt zij nooit meer van het Teresa-karakter (‘Unbearable Lightness of Being’) af en is zij gedoemd dezelfde weg te gaan als Jeroen Krabbé: het spelen van de eeuwige buitenlander.

De presentatie is daarentegen uitstekend. Het weidse shot waarmee de film begint én eindigt is adembenemend en ontroerend; de vertelwijze – in kleine stukjes wordt het geheim achter de beginscène ontrafeld door de moeilijk pratende patiënt – versterkt het liefdesdrama van Laszlo en Katherine. Een paar stukjes eruit hier en daar en we houden nog een stijlvol Oscar-drama over.

Jan-Kees Verschuure