The Fall of the Roman Empire (1964)

Regie: Anthony Mann | 174 minuten | drama, geschiedenis | Acteurs: Sophia Loren, Stephen Boyd, Alec Guinness, James Mason, Christopher Plummer, Anthony Quayle, John Ireland, Omar Sharif, Mel Ferrer, Eric Porter, Finlay Currie, Andrew Keir, Douglas Wilmer, George Murcell, Norman Wooland, Michael Gwynn, Virgilio Teixeira, Peter Damon, Rafael Calvo, Lena von Martens

De val van het Romeinse rijk werd door velen als zo’n dramatische gebeurtenis gezien dat het veelal wordt genoemd als de overgang tussen de Oude Tijd en de Middeleeuwen. Millennia van verheven beschavingen zouden plaatsmaken voor een donkere periode van onwetendheid en achteruitgang. Uiteraard is dit veel te eenzijdige beeld al lang achterhaald. Toch is de ondergang van het Romeinse Rijk (de plundering van Rome in 410 na Chr. door de Visigoten als schakelpunt genomen) een tot de verbeelding sprekende gebeurtenis gebleven.

In ‘The Fall of the Roman Empire’ bekijken we een periode uit de Romeinse keizertijd die veelal werd aangeduid als het begin van het verval. Het gaat hier om de regeerperiode van keizer Commodus (180-192 na Chr.). De film begint met de veldtochten die keizer Marcus Aurelius (Alec Guinness) ondernam tegen opstandige Germaanse stammen aan de randen van het Romeinse Rijk. Zijn opvolging moet komen van zijn zoon Commodus (Christopher Plummer) of zijn vermoedelijk geadopteerde favoriet Livius (Stephen Boyd). Hoewel Marcus Aurelius privé uitspreekt dat hij Livius wil aanstellen als nieuwe keizer wordt hij vergiftigd door getrouwen van Commodus voordat hij dit kan uitvoeren. Livius heeft geen andere keus dan Commodus uit te roepen tot nieuwe ‘Caesar’. Zelf zit hij gevangen tussen zijn plichtsgevoel tegenover de Romeinse staat en zijn liefde voor Lucilla (Sophia Loren), de dochter van Marcus Aurelius en de zus van Commodus. Deze laatste breekt radicaal met zijn vaders beleid door de randprovincies van het rijk links te laten liggen en ze steeds meer belastingen op te dringen. In plaats daarvan besteed hij veel van zijn tijd aan “brood en spelen” en zijn deelname aan gladiatorengevechten. Livius echter zet het beleid van Marcus Aurelius voort door als legeraanvoerder de randprovincies te bedwingen en verschillende volkeren aan de noordgrens Romeins burgerschap wil geven om zo buffers te vormen tegen invallen van buitenaf. Commodus en Livius komen mede hierdoor steeds meer tegenover elkaar te staan. Lucilla plant ondertussen een revolte tegen haar broer. Dit alles culmineert in een dramatisch eindgevecht in het centrum van Rome met als inzet de troon. Het hele verhaal hier al uit de doeken doen zou natuurlijk jammer zijn.

Feit is wel dat ‘The Fall of the Roman Empire’ een ware spektakelfilm is. De film oogt verzorgt en bevat goed camerawerk en uitstekende, opzwepende muziek van Dimitri Tiomkin. Verder is het script prima en de acteerprestaties navenant. Vooral Alec Guinness als Marcus Aurelius levert prima werk af en ook een nog jonge Christopher Plummer doet het goed in de rol van Commodus. Smet op de film is echter de casting van Stephen Boyd als Livius want deze laatste levert in vergelijking met de rest van de cast een mindere prestatie. Naar verluidt zou Boyd hebben gezegd dat het financieel floppen van de film zijn carrière zou hebben geruïneerd. Eerder waren Boyds zeer matige acteerprestaties in deze film een reden waarom hij minder gevraagd werd. Afgezien daarvan blijft de vraag waarom de film flopte natuurlijk interessant. Aan de kwaliteit kan het in ieder geval niet gelegen hebben. Zeker in het genre van de historische film is ‘The Fall of the Roman Empire’ een klassieker te noemen.

Joost Hoedemaeckers