The Fast and the Furious (2001)

Regie: Rob Cohen | 102 minuten | actie, misdaad, thriller | Acteurs: Paul Walker, Vin Diesel, Michelle Rodriguez, Jordana Brewster, Rick Yune, Chad Lindberg, Johnny Strong, Ted Levine, Ja RUle, Vyto Ruginis, Thom Barry, Stanton Rutledge, Noel Gugliemi, R.J. De Vera, Beau Holden, Reggie Lee, Rob Cohen    

In 2001 raasde er een “sleeper hit” door de bioscopen die allesbehalve slaperig was. Gierende motoren, flitsende lachgasinjecties, glimmende bolides met neonkleuren en verlichting onder de carrosserie. En natuurlijk kun je niet zonder de bestuurders met attitude en, last but not least, de sexy uitgedoste, “strak op de banden” staande babes die, net als de auto’s zelf, voor de nodige eye candy zorgden. Een winnende combinatie, zo bleek. De film geïnspireerd door een kort artikel over de straatracecultuur genaamd ‘Racer X’, gaf deze cultuur een flinke boost. Ook in Nederland doken, en duiken, er steeds meer straatracers en evenementen op. Het succes aan de kassa zorgde voor de productie van, vooralsnog, twee andere ‘Furious’ films, met als laatste wapenfeit het deel met als ondertitel ‘Tokyo Drift’; en het is niet ondenkbaar dat er nog meer zullen volgen. De grote noviteit van de eerste ‘The Fast and the Furious’ is de inkijk in deze opwindende nieuwe subcultuur, die voorheen nog niet op film was vastgelegd, terwijl de bijna lichamelijke ervaring bij het kijken naar de film de grootste filmische aantrekkingskracht vormt. De heerlijke surround geluidsmix, die je in de (thuis)bios doen voelen alsof je zelf in de “gepimpte” scheurijzers zit, en de visuele snelheidseffecten zoals vervagingen en versnellingen van de omgevingen tijdens de races, de vuurspuwende uitlaten, shots van binnenin de motor, en de door de voorbijrazende wagens licht schuddende camera’s, maken van de film een ware adrenalinestoot.

Het verhaal is onopmerkelijk: het is het standaardverhaal van een agent die undercover gaat en te zeer betrokken raakt bij de mensen binnen de cultuur of organisatie die hij uiteindelijk moet zien te arresteren. Het is een bekend verschijnsel in het “echte” leven en in films zagen we het onder meer gebeuren in het sterke ‘Donnie Brasco’, waarin Johnny Depp de titelrol speelde en een hechte vriendschap opbouwde met de sympathieke, door Al Pacino gespeelde, maffioso Lefty. Maar ‘The Fast and the Furious’ heeft nog meer gemeen met Kathryn Bigelow’s ‘Point Break’, waarin de organisatie in kwestie ook een jeugdcultuur betreft waarin snelheid en stunts centraal staan, en waarin de jonge agent, gespeeld door Keanu Reeves, ook verliefd wordt op de zus van de leider (Patrick Swayze), met alle complicaties van dien. Het enige verschil is dat het in ‘The Fast and the Furious’ om een autoracers gaat en in ‘Point Break’ om golfsurfers en parachutisten. Verder kunnen de verhalen praktisch op elkaar gelegd worden. Maar ook al is het verhaal niet origineel, het wordt redelijk uitgevoerd en vormt een goede dramatische basis dat de kijker bij de personages en hun situaties weet te betrekken. De groepsdynamiek en -historie van de bende van Dominic Toretto komt verrassend goed uit de verf. We krijgen een goed beeld van deze familie die zich onder leiding van Dominic van jongs af aan heeft gevormd. Enerzijds door wat basale geschiedenis over de individuele personages of groep als geheel die we krijgen van de persoon in kwestie of Mia (Brewster), en anderzijds door hun onderlinge blikken en groepsgedrag. Een mooie scène in dit opzicht is die tijdens de gezamenlijke barbecue, wanneer Jesse (Chad Lindberg), die concentratieproblemen heeft (ADD), moet bidden omdat hij als eerste een stuk kip heeft gepakt. Hij dankt de Heer onder andere voor de rechtstreekse lachgasinjectie en klepveren, waarop iedereen moet glimlachen en “amen” zegt.

Hoofdpersonage Brian O’Conner wordt gespeeld door Paul Walker, een blonde hunk met surferlooks, die weinig meer te bieden heeft dan zijn blauwe ogen en stralende glimlach. Zijn personage bevat bovendien weinig achtergrond of ontwikkeling. Vin Diesel en zijn vrouwelijke medespelers Jordana Brewster en Michelle Rodriguez maken meer indruk. Brewster, bekend uit ‘The Faculty’ en de soap “As the World Turns”, is een mooi liefdesobject voor Walker, maar weet ook haar mannetje te staan, zowel achter het stuur van een auto, als op het relationele vlak. Een scène die haar pittige karakter goed laat zien is die waarin ze de lompe Vince, die al tijden een oogje op haar heeft, het nakijken geeft door Brian in zijn bijzijn mee uit te vragen naar het restaurant waar Vince haar graag mee naartoe wilde nemen. Ze is een intelligente, mediterrane schoonheid en gelukkig geen standaard leeghoofdig sieraad voor onze held. Michelle Rodriguez, die hier Letty speelt, het liefje van Diesel, heeft de andere sterke vrouwenrol in de film, net zoals ze die had in haar doorbraakfilm ‘Girlfight’. Ze is een stoere chick en écht “one of the guys”; in racewedstrijden delven haar mannelijke tegenstanders dikwijls het onderspit. Dominic (Diesel) krijgt zowaar nog een beetje vorm door zijn (tragische) geschiedenis en Diesel is met zijn imposante verschijning en ruige charme de perfecte keuze voor deze leider met een gevaarlijk randje. Zijn aanwezigheid en de redelijke aandacht voor de personages en hun groepsleven in deze film, worden duidelijk gemist in de ‘Fast and the Furious’-sequels.

Leuk is het om te zien hoe het er tijdens en vóór de straatraces aan toe gaat. Schijnbaar zonder enig expliciet contact met elkaar weten de racers elkaar op het juiste tijdstip en de juiste locatie te vinden. Van het een op het andere moment staat een stuk straat vol met versleutelde en verfraaide automobielen. De wagens worden ordelijk geparkeerd, of liever: tentoongesteld, zodat ze door de concurrenten of andere aanwezigen kunnen worden bewonderd of gecontroleerd. Naast de auto’s zijn ook de schaars geklede vrouwen een essentieel onderdeel van het wegbeeld, en hun lichamen worden, net als de motoren in de auto’s, aandachtig geïnspecteerd. Voordat de race begint zien we nog even de unieke eigenschappen van elk van de vier wagens die is opgesteld achter de startlijn. Dom drukt op een knop en we zien zijn neongekleurde stereosysteem aangaan, met heftig door de bas vibrerende woofers. En we zien de aandrijving: Brian heeft twee lachgastanks geïnstalleerd en reguleert deze digitaal middels een laptop op de stoel naast hem; terwijl Dom het op gevoel doet en van te voren alleen even zijn gasfles opendraait, die in een vak tussen de twee voorstoelen verstopt zit. En een derde deelnemer zit gewoon nog even een racegame te spelen in zijn auto, voordat het echte werk begint.

‘The Fast and the Furious’ is, als je een beetje interesse hebt in de hier behandelde subcultuur, net zoveel een “guilty pleasure” als een kundig uitgevoerde b-film. De aanwezige cheesy dialoog en het soms houterige spel horen gewoon binnen dit simpele universum, en doen dus weinig afbreuk aan de kijkervaring. Verhaaltechnisch gezien had de dramatiek in de undercoversituatie wat beter op de spits gedreven kunnen worden in plaats van Johnny Trans (Rick Yune’s) motorbende het grootste plotpunt en gevaar te laten worden, maar de hele sfeer van de film is zo onweerstaanbaar hip – geholpen door de “vette” soundtrack die gelardeerd is met hip hop, club, Spaanse cross-over, hardrock, en funk – dat zaken als plot, geloofwaardigheid, en acteerprestaties zonder veel bezwaar op de spreekwoordelijke achterbank plaats kunnen nemen. ‘The Fast and the Furious’ bevat wellicht weinig solide inhoud, zoals de gastanks in de monsterlijk snelle auto’s, maar de rit is opwindend. Snel en furieus, zonder twijfel.

Bart Rietvink

Waardering: 3.5

Bioscooprelease: 20 september 2001