The Hills Have Eyes Part II (1985)

Regie: Wes Craven | 87 minuten | horror | Acteurs: Michael Berryman, Kevin Blair, John Bloom, Janus Blythe, Willard Pugh, Peter Frechette, Penny Johnson, John Laughlin, Robert Houston, Colleen Riley, Tamara Stafford, David Nichols, Edith Fellows

Deze film is het vervolg op ‘The Hills Have Eyes’ uit 1977. Direct aan het begin wordt de kijker verteld dat er nog wilden in de woestijn leven. Ook de eerste beelden van het sombere heuvellandschap in de woestijn zien er veelbelovend onheilspellend uit. De kwaliteit van vervolgfilms wordt echter vaak afgemeten aan die van zijn voorganger, en dat komt de beoordeling van deze film niet ten goede. Diverse sfeerverhogende aspecten uit de voorgaande film komen hier niet of slechts deels uit de verf.

Al snel rijzen de nodige vraagtekens. De gebeurtenissen in het verleden hebben blijkbaar niet tot een politie-onderzoek geleid, aangezien er bij een overlevende stedeling uit de eerste film niet eens zekerheid is dat diverse wilden wel dood zijn. De toendertijd bij de stedelingen gevallen doden hadden echter hoe dan ook tot een onderzoek moeten leiden en het een en ander afdoende moeten ophelderen. Ook behoren de vroeger afgespeelde gruwelijkheden inmiddels tot de folklore in de beschaafde wereld rond de woestijn, en aangezien de wilden ook sindsdien onverdroten slachtoffers hebben gemaakt, had er onderhand toch echt wel een ingrijpen van de autoriteiten plaats moeten vinden. Daarnaast duikt vreemd en overbodig genoeg een van de wilden uit de vorige film nu zelf als een stedelinge op, en blijkt de nieuwe leider van de wilden de broer van de vorige te zijnwaarbij zijn raadselachtige herkomst echter niet duidelijk wordt. De achteloosheid waarmee de bovenstaande punten worden genegeerd doet afbreuk aan de film. Dit doordat ten koste van de meest simpele logica een ongeloofwaardige beginsituatie tot stand wordt gebracht om daarbinnen de kijker toch maar vooral de nodige griezel voor te kunnen schotelen het voornaamste effect is echter dat al snel de geloofwaardigheid van deze film als serieus griezelprodukt in twijfel wordt getrokken…

De horror zelf komt in ‘The Hills Have Eyes Part II’ beperkt tot uiting. In de eerste film zat een deel van de horror in de angst en aanvankelijke apathie van de stedelingen. In deze film worden verscheidene confrontaties door de stedelingen echter slechts met luid gejuich begroet, als zou het om een sportieve krachtmeting gaan. Ook de eerste gevallen doden zijn van weinig invloed op de gemoedstoestand van diverse stedelingen. Hierdoor komt de zo kenmerkende beklemmende en dreigende sfeer uit de eerste film niet bepaald tot stand. Hetzelfde geldt voor de ontbrekende interactie tussen de wilden onderling. In de film uit 1977 bleek door hun onderlinge uitspraken hun geestelijke ontsporing en hun volslagen gebrek aan menselijkheid waardoor ze des te dreigender en luguberder overkwamen. Hier blijft deze interactie echter achterwege, en de enige dreigende uitspraak is dat ‘we got this whole desert to ourselves we kill everybody’, maar veel nieuws levert dit onderhand niet meer op

De vergelijkingen met het eerste deel doen ‘The Hills Have Eyes Part II’ aldus geen goed. Maar ook los daarvan vallen de nodige minpunten op. Identificatie met de stedelingen komt door hun diversiteit en oppervlakkigheid maar in beperkte mate tot stand. Het geringe aantal van de wilden schiet tekort om hen dreigend genoeg over te laten komen. Daarnaast zijn de eerste confrontaties slechts korte en vrij nietszeggende schermutselingen en in een later stadium lijkt de spanning van diverse achtervolgingen belangrijker te zijn dan de horror die de kijker zou mogen verwachten. De manier waarop er met een van de wilden wordt afgerekend komt bijzonder knullig en bijna lachwekkend over. Verder bestaan diverse confrontaties slechts uit een overmaat aan valstrikken waarbij de wilde(n) zelf niet eens in beeld komen. De voor de stedelingen vervelende gevolgen van deze valstrikken worden wel duidelijk in beeld gebracht, maar juist de beklemmende dreiging en horror die door het optreden van de wilden zelf zou moeten ontstaan blijft door hun buiten beeld blijven grotendeels achterwege. De makers van deze film lijken dit tenslotte zelf ook beseft te hebben, getuige de relatief vele flashbacks van diverse gruwelijke beelden uit de voorgaande film. Ook hierdoor kan dit vervolg maar moeilijk los van zijn voorganger beoordeeld worden, waardoor eens te meer de tekortkomingen in deze film des te duidelijker worden

De enige wilde die door zijn optreden noemenswaardige dreiging en beestachtigheid uitstraalt is hun nieuwe leider. Hij toont zich een waardige wilde wanneer hij op voortvarende en gevoelloze wijze korte metten maakt met diverse stedelingen, waarbij dit vergezeld gaat van de nodige op expliciete wijze in beeld gebrachte gruwelijke taferelen waar af en toe ook de nodige humor in valt te onderkennen, hoe wrang de afloop voor diverse stedelingen dan ook mag zijn. De verwondingen die de wilde onderwijl zelf oploopt bieden op passende wijze de gelegenheid voor diverse narrow-escapes.  Het optreden van deze wilde zorgt tenminste nog voor enige griezel en geeft aan hoe het een en ander in deze film beter vormgegeven had kunnen worden. Jammer genoeg komt hij, met uitzondering van de slotconfrontatie, steeds maar kort in beeld. Verder doet de knullige manier waarop er ook met hem tenslotte wordt afgerekend helaas ook aan zijn optreden de nodige afbreuk.

Dit is een film die tegenvalt, zeker in vergelijking met zijn voorganger. De uitgangssituatie is ongeloofwaardig en de dreiging die van de wilden uit zou moeten gaan komt door diverse oorzaken niet uit de verf, waardoor ook de beklemmende sfeer van de film uit 1977 hier niet tot stand komt. Slechts het optreden en de dreiging die er van de leider van de wilden uitgaat komt nog enigszins aardig naar voren, maar dit gebeurt pas vrij laat en is ook niet van al te lange duur. Daarnaast zorgen de relatief vele flashbacks van de voorgaande film er voor dat de magere inhoud van deze film des te scherper naar voren komt en doet daardoor vooral de nostalgie naar het eerste deel opbloeien.

Frans Buitendijk